KENNISTOETS PSYCHOLOGIE
LEERDOELEN
College pijn, psychosociale aspecten
Hoe pijn gedefinieerd kan worden
Wat somatisatie is
Hoe het Loeser pijn model pijn verklaart
Hoe chronische pijn behandeld kan worden vanuit gedragsmatig perspectief
Definitie pijn = een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met
feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van een
dergelijke beschadiging.
Pijn is subjectief, ieder individu leert het woord pijn te gebruiken op basis van ervaring met
weefselschade.
Pijn en somatisatie:
- Psychogene pijn = affecteive of cognitieve componenten
- Nocisensorische pijn = nocisensoren worden geprikkeld
- Neuropathische pijn (in de vorm van hyperextensie) = er is letsel in het perifere of
centrale zenuwstelsel of een ontregleing hiervan met veranderde neuronenfunctie
- Idiopathische pijn = meerdere grondvormen en onduidelijke oorzaak.
Acute pijn = direct, kun je vaak zien
Chronische pijn = indirect, je kunt niet zien dat iemand pijn heeft.
Somatisatie = neiging om lichamelijke klachten te ervaren toe te schrijven aan lichamelijke
ziekte en er medische hulp voor te zoeken, terwijl er geen somatische pathologie gevonden
wordt die de klachten voldoende verklaart. Somatisatie wordt vaak gerelateerd aan de
klacht ( buikpijn, lage rugpijn). Richtlijn somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke
klachten GGZ.
Verschil tussen (psychische) problemen en stoornis:
1. Problemen: overkoepelende term
2. Stoornis: wanneer het probleem leidt tot sociaal disfunctioneren (school, werk)
a. Somatische stoornis
b. Conversie stoornis
c. Hypochondrie
d. Body dysmorphic disorder
e. Chronische buikpijn bij vrouwen
f. Dysmenorroe
g. Prikkelbare darm syndroom
Pijngedrag:
- Persoonsgebonden factoren
, o Demografische factoren
o Locus of control
o Attributie -> intern of extern
o Coping stijl -> actief of passief
o Emoties
- SCEGS
o Somatisch
o Cognities
o Emoties
o Gedrag
o Sociaal
Ei van loesser
1. nociceptie/ pijnprikkel
2. Pijnperceptie
3. Pijnbeleving
4. Pijngedrag
Noxische prikkels zonder nociceptie:
- Verlies aan pijnzin bij aandoening van
zenuwen -> lepra, diabetes, neuropathie
- Lokale anesthesie
- Straling -> UV, röntgen, radioactief
- Chemische stoffen -> medicatie
Nociceptie zonder noxische prikkel
- Overgevoeligheid -> amputatiestomp ten gevolge van littekenvorming in zenuw
- Overgevoeligheid -> van zenuwuiteinden bij verwonding of ontsteking
- Allodynie: overgevoeligheid voor aanraken, sensitisatie van perifere en/of centrale
neuronen.
Pijngedrag
Operante conditionering
- Positief: meer aandacht
- Negatief: vermijden vervelende stressvolle situaties
- Ontmoediging gezond gedrag (actief zijn) door overbezorgde omgeving/ partner.
Modeling:
- Geleerd van anderen
, Vreesvermijdingsmodel
Behandeling fysiotherapeutisch onderzoek:
Behandeling chronische pijn:
- Pijneducatie (gedrag en vreesvermijdingsmodel)
- Stimuleer actieve coping en gezonde leefstijl
- RET- methode
- Gradual exposure/ gradual activity
Andere behandelingen zijn: ontspanningstechnieken, biofeedback, acceptance and
commitment therapy
Sociale en psychologische aspecten moeten bij de diagnose en behandeling betrokken
worden. Pijn is een complex fenomeen.
College interculturele hulpverlening
Wat cultuur is
Hoe kan cultuur worden ingedeeld vlgs. Hofstede
LEERDOELEN
College pijn, psychosociale aspecten
Hoe pijn gedefinieerd kan worden
Wat somatisatie is
Hoe het Loeser pijn model pijn verklaart
Hoe chronische pijn behandeld kan worden vanuit gedragsmatig perspectief
Definitie pijn = een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met
feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van een
dergelijke beschadiging.
Pijn is subjectief, ieder individu leert het woord pijn te gebruiken op basis van ervaring met
weefselschade.
Pijn en somatisatie:
- Psychogene pijn = affecteive of cognitieve componenten
- Nocisensorische pijn = nocisensoren worden geprikkeld
- Neuropathische pijn (in de vorm van hyperextensie) = er is letsel in het perifere of
centrale zenuwstelsel of een ontregleing hiervan met veranderde neuronenfunctie
- Idiopathische pijn = meerdere grondvormen en onduidelijke oorzaak.
Acute pijn = direct, kun je vaak zien
Chronische pijn = indirect, je kunt niet zien dat iemand pijn heeft.
Somatisatie = neiging om lichamelijke klachten te ervaren toe te schrijven aan lichamelijke
ziekte en er medische hulp voor te zoeken, terwijl er geen somatische pathologie gevonden
wordt die de klachten voldoende verklaart. Somatisatie wordt vaak gerelateerd aan de
klacht ( buikpijn, lage rugpijn). Richtlijn somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke
klachten GGZ.
Verschil tussen (psychische) problemen en stoornis:
1. Problemen: overkoepelende term
2. Stoornis: wanneer het probleem leidt tot sociaal disfunctioneren (school, werk)
a. Somatische stoornis
b. Conversie stoornis
c. Hypochondrie
d. Body dysmorphic disorder
e. Chronische buikpijn bij vrouwen
f. Dysmenorroe
g. Prikkelbare darm syndroom
Pijngedrag:
- Persoonsgebonden factoren
, o Demografische factoren
o Locus of control
o Attributie -> intern of extern
o Coping stijl -> actief of passief
o Emoties
- SCEGS
o Somatisch
o Cognities
o Emoties
o Gedrag
o Sociaal
Ei van loesser
1. nociceptie/ pijnprikkel
2. Pijnperceptie
3. Pijnbeleving
4. Pijngedrag
Noxische prikkels zonder nociceptie:
- Verlies aan pijnzin bij aandoening van
zenuwen -> lepra, diabetes, neuropathie
- Lokale anesthesie
- Straling -> UV, röntgen, radioactief
- Chemische stoffen -> medicatie
Nociceptie zonder noxische prikkel
- Overgevoeligheid -> amputatiestomp ten gevolge van littekenvorming in zenuw
- Overgevoeligheid -> van zenuwuiteinden bij verwonding of ontsteking
- Allodynie: overgevoeligheid voor aanraken, sensitisatie van perifere en/of centrale
neuronen.
Pijngedrag
Operante conditionering
- Positief: meer aandacht
- Negatief: vermijden vervelende stressvolle situaties
- Ontmoediging gezond gedrag (actief zijn) door overbezorgde omgeving/ partner.
Modeling:
- Geleerd van anderen
, Vreesvermijdingsmodel
Behandeling fysiotherapeutisch onderzoek:
Behandeling chronische pijn:
- Pijneducatie (gedrag en vreesvermijdingsmodel)
- Stimuleer actieve coping en gezonde leefstijl
- RET- methode
- Gradual exposure/ gradual activity
Andere behandelingen zijn: ontspanningstechnieken, biofeedback, acceptance and
commitment therapy
Sociale en psychologische aspecten moeten bij de diagnose en behandeling betrokken
worden. Pijn is een complex fenomeen.
College interculturele hulpverlening
Wat cultuur is
Hoe kan cultuur worden ingedeeld vlgs. Hofstede