Bestuursrecht tentamen 2022
Vraag Stof week …
1 1
2 6
3 3
4 4
5 2
6 5
7 3
8 7
Vraag 1
Simme dient bij het college van B&W van Groningen een aanvraag in voor een starterssubsidie voor
zijn op te richten elektrische-fietstaxibedrijf. De aanvraag belandt op het bureau van mevrouw Velo,
een van de ambtenaren die namens het college van B&W op subsidieaanvragen beslist. Mevrouw
Velo constateert dat geen van de in de gemeente Groningen van kracht zijnde subsidieregelingen een
wettelijk voorschrift bevat, die als basis kan dienen om de subsidieaanvraag van Simme toe te wijzen.
Mevrouw Velo denkt dat zij de aanvraag namens het college dan ook moet afwijzen. Ergens vindt ze
dat zonde; de activiteit past namelijk perfect in de visie van het college voor een groener en schoner
Groningen.
Leg uit of mevrouw Velo de aanvraag van Simme moet afwijzen.
Antwoord 1
De vraag is of mevrouw Velo de subsidie moet afwijzen nu een wettelijke grondslag ontbreekt. Op
grond van het legaliteitsbeginsel dient bepaalt overheidsoptreden te berusten op een wettelijke
grondslag. Voor subsidies is het legaliteitsbeginsel gecodificeerd in art. 4:23 lid 1 Awb. Deze bepaling
eist een wettelijke grondslag voor subsidieverlening. Art. 4:23 lid 3 sub d Awb geeft echter een
uitzondering voor deze hoofdregel; geen wettelijk voorschrift nodig voor incidentele subsidies, mits
subsidie ten hoogste vier jaren. In de casus gaat het om een starterssubsidie, die naar zijn aard
eenmalig (incidenteel) is. De uitzondering kan dus worden toegepast. Mevrouw Velo hoeft de
aanvraag niet af te wijzen.
Vraag 2
Buurtvereniging ‘Onze Wijk’ in de gemeente Asserfoort wil op 21 juli 2022 de zomer inluiden met een
grote zomerbarbecue. Nu het gaat om een klein eendaags evenement is een vergunning blijkens
artikel 2:19 APV Asserfoort niet nodig:
Artikel 2:19 Uitzondering vergunningplicht voor kleine evenementen
Lid 1. Het verbod als genoemd in artikel 2:16 eerste lid, geldt niet voor eendaagse
evenementen, mits:
a. het aantal aanwezigen op enig moment niet meer bedraagt dan 300 personen;
b. het evenement wordt, inclusief op- en afbouw, gehouden tussen 9.00 en 24.00 en duurt
maximaal 1 dag;
(…)
Lid 2. De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid stelt de burgemeester
tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement van het houden daarvan in kennis op
een nader door de burgemeester te bepalen wijze.
Namens de buurtvereniging stuurt de voorzitter aan de burgemeester op 25 februari 2022 een
bericht met de plannen voor het feest. Enkele weken later, op 25 maart 2022, ontvangt de voorzitter
Vraag Stof week …
1 1
2 6
3 3
4 4
5 2
6 5
7 3
8 7
Vraag 1
Simme dient bij het college van B&W van Groningen een aanvraag in voor een starterssubsidie voor
zijn op te richten elektrische-fietstaxibedrijf. De aanvraag belandt op het bureau van mevrouw Velo,
een van de ambtenaren die namens het college van B&W op subsidieaanvragen beslist. Mevrouw
Velo constateert dat geen van de in de gemeente Groningen van kracht zijnde subsidieregelingen een
wettelijk voorschrift bevat, die als basis kan dienen om de subsidieaanvraag van Simme toe te wijzen.
Mevrouw Velo denkt dat zij de aanvraag namens het college dan ook moet afwijzen. Ergens vindt ze
dat zonde; de activiteit past namelijk perfect in de visie van het college voor een groener en schoner
Groningen.
Leg uit of mevrouw Velo de aanvraag van Simme moet afwijzen.
Antwoord 1
De vraag is of mevrouw Velo de subsidie moet afwijzen nu een wettelijke grondslag ontbreekt. Op
grond van het legaliteitsbeginsel dient bepaalt overheidsoptreden te berusten op een wettelijke
grondslag. Voor subsidies is het legaliteitsbeginsel gecodificeerd in art. 4:23 lid 1 Awb. Deze bepaling
eist een wettelijke grondslag voor subsidieverlening. Art. 4:23 lid 3 sub d Awb geeft echter een
uitzondering voor deze hoofdregel; geen wettelijk voorschrift nodig voor incidentele subsidies, mits
subsidie ten hoogste vier jaren. In de casus gaat het om een starterssubsidie, die naar zijn aard
eenmalig (incidenteel) is. De uitzondering kan dus worden toegepast. Mevrouw Velo hoeft de
aanvraag niet af te wijzen.
Vraag 2
Buurtvereniging ‘Onze Wijk’ in de gemeente Asserfoort wil op 21 juli 2022 de zomer inluiden met een
grote zomerbarbecue. Nu het gaat om een klein eendaags evenement is een vergunning blijkens
artikel 2:19 APV Asserfoort niet nodig:
Artikel 2:19 Uitzondering vergunningplicht voor kleine evenementen
Lid 1. Het verbod als genoemd in artikel 2:16 eerste lid, geldt niet voor eendaagse
evenementen, mits:
a. het aantal aanwezigen op enig moment niet meer bedraagt dan 300 personen;
b. het evenement wordt, inclusief op- en afbouw, gehouden tussen 9.00 en 24.00 en duurt
maximaal 1 dag;
(…)
Lid 2. De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid stelt de burgemeester
tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement van het houden daarvan in kennis op
een nader door de burgemeester te bepalen wijze.
Namens de buurtvereniging stuurt de voorzitter aan de burgemeester op 25 februari 2022 een
bericht met de plannen voor het feest. Enkele weken later, op 25 maart 2022, ontvangt de voorzitter