Psychologie hoorcollege aantekeningen
College 1 – Hoofdstuk 1 en 2:
Hoofdstuk 1
Psychologie: wetenschappelijke studie van gedrag en mentale processen (en de
verhouding tussen die 2).
Doel van psychologie:
- Gedrag beschrijven
- Gedrag begrijpen
- Gedrag voorspellen
- Gedrag beïnvloeden
- Welzijn van de mensheid vergroten
Onderwerpen
- Leren/geheugen
- Persoonlijkheid
- Emotie
- Geestelijke gezondheid
- Gedrag in groepen
- Intelligentie
- …
Vroeger: Plato, Artistoteles en Socrates. Later: René Descartes en John Locke.
Grondleggers:
1. William James (1842-1910): eerste psycholoog grondlegger!
o Schreef het boek: the principles of psychology
2. Gestalt psychologie: organisatie (ordening aantonen)
3. Sigmund Freud: psycho-analyse
o Zoeken naar onderbewuste driften
4. Behaviorisme: onderzoek naar gedrag (en niets anders)
o Beloon het goede gedrag: gedrag sturen
5. Cognitieve psychologie: kennis (geheugen)
o Heel letterlijk (woordherkenning)
o Brein = hardware, mentale processen = software
6. Humanistische psychologie: groei
Psychologie zit tussen geestes- en natuurwetenschappen in.
Hoofdstuk 2
Hoe kun je gedrag wetenschappelijk onderzoeken?
De wetenschappelijke cyclus:
1. Waarneming. Waarom?
2. Formuleer een voorlopige hypothese
, 3. Test de hypothese
4. Analyseer data
5. Rapporteer bevindingen
6. Verder onderzoek en theorievorming
7. Etc.
Vormen van onderzoek:
1. Descriptief onderzoek: case study (extreme gevallen)
o Voorbeeld: Phineas Cage, wolfskinderen, genieën, etc.
2. Descriptief onderzoek: naturalistische observatie
o Gedrag van dieren, winkelpubliek, etc.
3. Descriptief onderzoek: survey-onderzoek
o Sample vs. populatie
4. Literatuuronderzoek
5. Correlationeel (2 dingen)
o Vaak valse bevinding (ding C/stom toeval)
o Direct causation: a b en a b
o Common causation c a en b
o Indirect causation b c a of a c b
6. Experimenteel !!
o Oorzaak en gevolg
o Eisen:
Goede operationele definities
Hoge interne validiteit
Geen confounds
Gebruik double-blind
Hoge externe validiteit
Repliceerbaarheid
Generaliseerbaarheid naar andere situaties
Ethische aspecten:
Proefpersonen mogen altijd uitstappen. Probleem: wilsombekwame mensen
, College 2 – Hoofdstuk 4: Brain and behaviour:
Een neuron brengt signalen over aan:
1. Andere neuronen
2. Spieren
3. Klieren
Autonome zenuwstelsel: sympatisch en parasympatisch deel
1. Verschillende structuren in de hersenen vervullen verschillende functies
Gebieden in de hersenen zijn gespecialiseerd in bepaalde functies. Schade aan zo’n
gebied leidt dus tot selectief functieverlies. lokalisatiegedachte.
Hypothalamus functies:
- Bloeddruk
- Hartslag
- Honger en dorst
- Slaap-waakritmeTemperatuur
- Homeostase
- Fight or flight
- Voeding en voortplanting
- Oftewel: regulatie
Pituitary gland = hypofyse
Limbische systeem:
Cortex:
Blauw: (pre)frontaal
Geel: pariëtaal
Groen: temporaal
Roze: occipitaal
College 1 – Hoofdstuk 1 en 2:
Hoofdstuk 1
Psychologie: wetenschappelijke studie van gedrag en mentale processen (en de
verhouding tussen die 2).
Doel van psychologie:
- Gedrag beschrijven
- Gedrag begrijpen
- Gedrag voorspellen
- Gedrag beïnvloeden
- Welzijn van de mensheid vergroten
Onderwerpen
- Leren/geheugen
- Persoonlijkheid
- Emotie
- Geestelijke gezondheid
- Gedrag in groepen
- Intelligentie
- …
Vroeger: Plato, Artistoteles en Socrates. Later: René Descartes en John Locke.
Grondleggers:
1. William James (1842-1910): eerste psycholoog grondlegger!
o Schreef het boek: the principles of psychology
2. Gestalt psychologie: organisatie (ordening aantonen)
3. Sigmund Freud: psycho-analyse
o Zoeken naar onderbewuste driften
4. Behaviorisme: onderzoek naar gedrag (en niets anders)
o Beloon het goede gedrag: gedrag sturen
5. Cognitieve psychologie: kennis (geheugen)
o Heel letterlijk (woordherkenning)
o Brein = hardware, mentale processen = software
6. Humanistische psychologie: groei
Psychologie zit tussen geestes- en natuurwetenschappen in.
Hoofdstuk 2
Hoe kun je gedrag wetenschappelijk onderzoeken?
De wetenschappelijke cyclus:
1. Waarneming. Waarom?
2. Formuleer een voorlopige hypothese
, 3. Test de hypothese
4. Analyseer data
5. Rapporteer bevindingen
6. Verder onderzoek en theorievorming
7. Etc.
Vormen van onderzoek:
1. Descriptief onderzoek: case study (extreme gevallen)
o Voorbeeld: Phineas Cage, wolfskinderen, genieën, etc.
2. Descriptief onderzoek: naturalistische observatie
o Gedrag van dieren, winkelpubliek, etc.
3. Descriptief onderzoek: survey-onderzoek
o Sample vs. populatie
4. Literatuuronderzoek
5. Correlationeel (2 dingen)
o Vaak valse bevinding (ding C/stom toeval)
o Direct causation: a b en a b
o Common causation c a en b
o Indirect causation b c a of a c b
6. Experimenteel !!
o Oorzaak en gevolg
o Eisen:
Goede operationele definities
Hoge interne validiteit
Geen confounds
Gebruik double-blind
Hoge externe validiteit
Repliceerbaarheid
Generaliseerbaarheid naar andere situaties
Ethische aspecten:
Proefpersonen mogen altijd uitstappen. Probleem: wilsombekwame mensen
, College 2 – Hoofdstuk 4: Brain and behaviour:
Een neuron brengt signalen over aan:
1. Andere neuronen
2. Spieren
3. Klieren
Autonome zenuwstelsel: sympatisch en parasympatisch deel
1. Verschillende structuren in de hersenen vervullen verschillende functies
Gebieden in de hersenen zijn gespecialiseerd in bepaalde functies. Schade aan zo’n
gebied leidt dus tot selectief functieverlies. lokalisatiegedachte.
Hypothalamus functies:
- Bloeddruk
- Hartslag
- Honger en dorst
- Slaap-waakritmeTemperatuur
- Homeostase
- Fight or flight
- Voeding en voortplanting
- Oftewel: regulatie
Pituitary gland = hypofyse
Limbische systeem:
Cortex:
Blauw: (pre)frontaal
Geel: pariëtaal
Groen: temporaal
Roze: occipitaal