Fundamentele aspecten inleiding oncologie
Epidemiologie:
1 op 3 van de patiënten krijgt kanker.
5 jaar na diagnose 50 % overleden.
Plaveiselcelcarcinoom: huidtumor
2/3 overlijdt aan gemetastaseerde ziekte
120/130000 nieuwe patiënten per jaar.
Vanaf 30 jaar oproep screening baarmoederhalskanker.
DECIS = voorstadium van kanker
Kankerdiagnosen nemen per jaar toe door betere behandelingen, mensen worden ouder,
bevolkingsonderzoeken
80% van de oudere mannen heeft prostaatkanker. Verloopt erg traag. Diagnose heeft geen
invloed op overleven. Geen behandeling. Hoeft niet.
Oorzaken van kanker:
- Erfelijkheid (risico’s binnen familie)
- Dikke darm kanker (HNPCC)
- Borst & eierkanker (BRCA 1 en BRCA 2)
Externe factoren:
- Roken
Longkankeroverleving:
Afgelopen 40/50 jaar qua winst niks gebeurd, sterftegevallen: 2 op 3 overlijden aan
longkanker
Verschil benigne / maligne:
Benigne:
- Houd zich aan de grenzen (kapsel)
- Goede differentiatie
- Groeit langzaam
- Zaait niet uit
Maligne:
- Houdt zich niet aan de grenzen
- Slechte differentiatie
- Groeit snel
- Zaait wel uit
Groeipatroon van een tumor en het ontstaan van kanker:
Begint bij 1 cel. Die cel gaat groeien, remt niet. Verdubbelt zich snel.
Zodra tumor te zien is tussen de 1 miljoen/biljoen cellen.
Carcinoma in situ carcinoom is nog ingekapseld
Vandaag 50 tot 60 cellen kan kanker zich uitzaaien.
Waar let je op?
Huid inspectie melanoom
1
,Borst inspectie borstonderzoek
Testis inspectie
Alarmsignalen:
Zodra bloed uit je lichaam komt wat niet hoort bijv rectaal.
Diagnostiek:
Anamnese en lichamelijk onderzoek is essentieel!
Aanvullend onderzoek:
- Bloedonderzoek (punctie)
- Röntgenonderzoek
- Endoscopieën
Histologisch onderzoek dienen ter bevestiging/verdere onderzoek
Punctie (cytologie of histologie)
Behandelmogelijkheden van kanker:
- Zorg en begeleiding
- Chemo, immunotherapie (oncoloog)
Wat is je doel:
- Curatieve (genezing)
- Inductie (chemo/bestraling/chirurgisch)
- Palliatieve (kwaliteit van leven)
Tumormateriaal onder de microscoop voor snelle diagnostiek
Chirurgische opties:
- Curatieve chirurgie
- Volledig de tumor verwijderen
- Palliatieve chirurgie
- Het verminderen van klachten
- Het wegnemen van de tumor verlichting voor de patiënt
Chirurgische optie met ..:
Aanvullende behandeling nadien (restverschijnselen opruimen):
- Advjuvant therapie
- Palliatief
Voorbereidende behandeling vooraf (tumor operatief te verwijderen):
- Neoadjuvant therapie
- Inductie therapie (kleiner maken van de tumor)
Systeem therapie:
- Chemo
- Immunotherapie
- Hormonale
Bestralingsopties:
- Neo adjuvant rectum, hoofdhals, oesophagus
- Adjuvant Borst, endometrium
- Palliatief hersen of skeletmetastasen
2
,NB: chemoradiotherapie en hyperthermie
Chemotherapie: effectief, maar bijwerkingen:
- Misselijk worden
- Braken
- Diarree
- Haaruitval
- Bloed uitslagen die niet goed zijn
Snel delende weefsels:
- Haar
- Slijmvliezen maag/darmkanaal
- Beenmerg
- Geslachtsorganen
Traag delende weefsels
- Hart
- Nier
- Long
- Zenuwen
Receptoren:
Zijn eiwitten in celmembraan, het cytoplasma of de celkern.
Transmembraam gelokaliseerd eiwit: belangrijk voor de groei van borstkanker
De conjugaten = de overdracht van DNA van de ene cel op een andere cel
Moderne immunotherapie = voorkomt dat de kankercel in staat is zich te beschermen en af
te schermen van dat immuunsysteem en kan gaan groeien.
Immuuntherapie = de bedoeling dat het lichaam zelf de kanker gaat opruimen
Geen standaard behandeling: wat dan te doen?
- Fases van studies: 1, 2 en 3 (meer controles, extra scans, meer onderzoeken)
- Lasten vs lusten (patiënt helpt verbetering zorg/kan zelf beter worden)
- Psychologie: iets aanbieden
Palliatieve zorg en begeleiding:
- Kwaliteit van leven staat centraal bij iedere keuze
- Zelfbeschikkingsrecht wordt ten allen tijde gerespecteerd
- Arts kan niet gedwongen worden te behandelen
- Euthanasie vs palliatieve sedatie
Tripple negatief mammacarcinoom: een vorm van kanker die agressief is en vaak uitzaait.
Vaak bij jonge mensen.
Behandeling: H2 eiwit, adjuvante (trastuzumab) chemotherapie een jaar door
Lokaal recidief: zelfde plek komt de tumor terug.
3
, Verschil hodgkin lymfoom & non hodgkin lymfoom:
Hodgkin (lymfoom):
- Bestaat uit 1 type cel (B cel)
- Ontstaat in 1 lymfeklier
- Komt op jonge leeftijd voor (15-35 jaar)
Non hodgkin (lymfeklierkanker):
- Kan uit verschillende typen cellen ontstaan (b & t cel)
- Een verzamelnaam voor heel veel verschillende soorten lymfomen
- Geen duidelijke oorzaak
- Niet erfelijk
Diagnose:
- Onderzoek neus/keel
- Ct-scan
- Pet scan
- Onderzoek van je beenmerg op kankercellen
- Bloedonderzoek
- Biopsie
- Punctie
-
B-lymfocyten:
- Kan non hodgkin uit ontstaan (gebeurt iets vaker dan bij T-lymfocyten)
- Plasmacellen
- B-geheugencellen
- Worden immunohistochemisch gekenmerkt door de aanwezigheid van het
antigeen CD20 op het celmembraan
- B-geheugencel
- Blijven in de beenmerg
- Verantwoordelijk voor humorale immuniteit
- Ontstaan in het beenmerg en circuleren via de bloedbaan
T-lymfocyten
- Kan non hogdkin uit ontstaan
- Afweercellen
- Onderverdelen in 4 groepen:
T-helpercel
Cytotoxische T-cel
T-remmercel
T-geheugencel
- Uitrijping vindt plaats in de thymus (Zwezerik)
- Betrokken bij celgemedieerde immuniteit
- Worden geproduceerd in de beenmerg
Overeenkomsten B & T cel:
- Werken samen om infecties te bestrijden
- Witte bloedcellen
- Zijn betrokken bij het adaptieve immuunsysteem
- Worden geproduceerd door het beenmerg
4
Epidemiologie:
1 op 3 van de patiënten krijgt kanker.
5 jaar na diagnose 50 % overleden.
Plaveiselcelcarcinoom: huidtumor
2/3 overlijdt aan gemetastaseerde ziekte
120/130000 nieuwe patiënten per jaar.
Vanaf 30 jaar oproep screening baarmoederhalskanker.
DECIS = voorstadium van kanker
Kankerdiagnosen nemen per jaar toe door betere behandelingen, mensen worden ouder,
bevolkingsonderzoeken
80% van de oudere mannen heeft prostaatkanker. Verloopt erg traag. Diagnose heeft geen
invloed op overleven. Geen behandeling. Hoeft niet.
Oorzaken van kanker:
- Erfelijkheid (risico’s binnen familie)
- Dikke darm kanker (HNPCC)
- Borst & eierkanker (BRCA 1 en BRCA 2)
Externe factoren:
- Roken
Longkankeroverleving:
Afgelopen 40/50 jaar qua winst niks gebeurd, sterftegevallen: 2 op 3 overlijden aan
longkanker
Verschil benigne / maligne:
Benigne:
- Houd zich aan de grenzen (kapsel)
- Goede differentiatie
- Groeit langzaam
- Zaait niet uit
Maligne:
- Houdt zich niet aan de grenzen
- Slechte differentiatie
- Groeit snel
- Zaait wel uit
Groeipatroon van een tumor en het ontstaan van kanker:
Begint bij 1 cel. Die cel gaat groeien, remt niet. Verdubbelt zich snel.
Zodra tumor te zien is tussen de 1 miljoen/biljoen cellen.
Carcinoma in situ carcinoom is nog ingekapseld
Vandaag 50 tot 60 cellen kan kanker zich uitzaaien.
Waar let je op?
Huid inspectie melanoom
1
,Borst inspectie borstonderzoek
Testis inspectie
Alarmsignalen:
Zodra bloed uit je lichaam komt wat niet hoort bijv rectaal.
Diagnostiek:
Anamnese en lichamelijk onderzoek is essentieel!
Aanvullend onderzoek:
- Bloedonderzoek (punctie)
- Röntgenonderzoek
- Endoscopieën
Histologisch onderzoek dienen ter bevestiging/verdere onderzoek
Punctie (cytologie of histologie)
Behandelmogelijkheden van kanker:
- Zorg en begeleiding
- Chemo, immunotherapie (oncoloog)
Wat is je doel:
- Curatieve (genezing)
- Inductie (chemo/bestraling/chirurgisch)
- Palliatieve (kwaliteit van leven)
Tumormateriaal onder de microscoop voor snelle diagnostiek
Chirurgische opties:
- Curatieve chirurgie
- Volledig de tumor verwijderen
- Palliatieve chirurgie
- Het verminderen van klachten
- Het wegnemen van de tumor verlichting voor de patiënt
Chirurgische optie met ..:
Aanvullende behandeling nadien (restverschijnselen opruimen):
- Advjuvant therapie
- Palliatief
Voorbereidende behandeling vooraf (tumor operatief te verwijderen):
- Neoadjuvant therapie
- Inductie therapie (kleiner maken van de tumor)
Systeem therapie:
- Chemo
- Immunotherapie
- Hormonale
Bestralingsopties:
- Neo adjuvant rectum, hoofdhals, oesophagus
- Adjuvant Borst, endometrium
- Palliatief hersen of skeletmetastasen
2
,NB: chemoradiotherapie en hyperthermie
Chemotherapie: effectief, maar bijwerkingen:
- Misselijk worden
- Braken
- Diarree
- Haaruitval
- Bloed uitslagen die niet goed zijn
Snel delende weefsels:
- Haar
- Slijmvliezen maag/darmkanaal
- Beenmerg
- Geslachtsorganen
Traag delende weefsels
- Hart
- Nier
- Long
- Zenuwen
Receptoren:
Zijn eiwitten in celmembraan, het cytoplasma of de celkern.
Transmembraam gelokaliseerd eiwit: belangrijk voor de groei van borstkanker
De conjugaten = de overdracht van DNA van de ene cel op een andere cel
Moderne immunotherapie = voorkomt dat de kankercel in staat is zich te beschermen en af
te schermen van dat immuunsysteem en kan gaan groeien.
Immuuntherapie = de bedoeling dat het lichaam zelf de kanker gaat opruimen
Geen standaard behandeling: wat dan te doen?
- Fases van studies: 1, 2 en 3 (meer controles, extra scans, meer onderzoeken)
- Lasten vs lusten (patiënt helpt verbetering zorg/kan zelf beter worden)
- Psychologie: iets aanbieden
Palliatieve zorg en begeleiding:
- Kwaliteit van leven staat centraal bij iedere keuze
- Zelfbeschikkingsrecht wordt ten allen tijde gerespecteerd
- Arts kan niet gedwongen worden te behandelen
- Euthanasie vs palliatieve sedatie
Tripple negatief mammacarcinoom: een vorm van kanker die agressief is en vaak uitzaait.
Vaak bij jonge mensen.
Behandeling: H2 eiwit, adjuvante (trastuzumab) chemotherapie een jaar door
Lokaal recidief: zelfde plek komt de tumor terug.
3
, Verschil hodgkin lymfoom & non hodgkin lymfoom:
Hodgkin (lymfoom):
- Bestaat uit 1 type cel (B cel)
- Ontstaat in 1 lymfeklier
- Komt op jonge leeftijd voor (15-35 jaar)
Non hodgkin (lymfeklierkanker):
- Kan uit verschillende typen cellen ontstaan (b & t cel)
- Een verzamelnaam voor heel veel verschillende soorten lymfomen
- Geen duidelijke oorzaak
- Niet erfelijk
Diagnose:
- Onderzoek neus/keel
- Ct-scan
- Pet scan
- Onderzoek van je beenmerg op kankercellen
- Bloedonderzoek
- Biopsie
- Punctie
-
B-lymfocyten:
- Kan non hodgkin uit ontstaan (gebeurt iets vaker dan bij T-lymfocyten)
- Plasmacellen
- B-geheugencellen
- Worden immunohistochemisch gekenmerkt door de aanwezigheid van het
antigeen CD20 op het celmembraan
- B-geheugencel
- Blijven in de beenmerg
- Verantwoordelijk voor humorale immuniteit
- Ontstaan in het beenmerg en circuleren via de bloedbaan
T-lymfocyten
- Kan non hogdkin uit ontstaan
- Afweercellen
- Onderverdelen in 4 groepen:
T-helpercel
Cytotoxische T-cel
T-remmercel
T-geheugencel
- Uitrijping vindt plaats in de thymus (Zwezerik)
- Betrokken bij celgemedieerde immuniteit
- Worden geproduceerd in de beenmerg
Overeenkomsten B & T cel:
- Werken samen om infecties te bestrijden
- Witte bloedcellen
- Zijn betrokken bij het adaptieve immuunsysteem
- Worden geproduceerd door het beenmerg
4