100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Juridische Basisvorming

Rating
-
Sold
1
Pages
43
Uploaded on
18-06-2022
Written in
2019/2020

Samenvatting Juridische basisvorming volledig vak, hiermee geslaagd

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 18, 2022
Number of pages
43
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE RECHT – ALGEMENE INLEIDING

1. WAT IS RECHT?


DEFINITIE

o Wat?
 Geheel van regels
o Waarom?
 Ordenen maatschappij
o Wat als?
 Niet naleving worden gesanctioneerd
o Door wie opgelegd?
 De maatschappij via haar vertegenwoordigers

2. INDELING VAN HET RECHT


RECHTSSUBJECT VS RECHTSOBJECT

Rechtssubject = persoon of groep personen die juridische rechten en plichten hebben

 NATUURLIJK PERSOON = een mens van vlees en bloed, die rechten en plichten heeft
 RECHTSPERSOON = een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie op kan treden
als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer

Rechtsobject = voorwerp waarover rechtssubjecten hun subjectieve rechten kunnen uitoefenen

Objectief recht  subjectieve recht

Objectieve recht = een geheel van normen die de menselijke activiteiten, de onderlinge verhouding tussen
mensen en hun verhouding tot de gemeenschap regelen

Subjectief recht = bevat de aanspraken die een persoon tegenover een ander laat gelden  gebaseerd op
objectief recht

Vb. Hailey slaat Ana in elkaar. Ana heeft recht op schadevergoeding.

Hailey heeft een objectief recht geschonden. Hailey heeft een subjectief ‘plicht’ om schadevergoeding te betalen aan Ana.
Dus Ana heeft subjectief recht op schadevergoeding


HET OBJECTIEF RECHT INGEDEELD

 Onderverdeling naar inhoud:

1. PRIVAATRECHT = regelt de verhouding tussen de burgers onderling
A. Burgerlijk recht: familiale verhoudingen, contracten tussen burgers, zakelijke rechten, …

B. Het gerechtelijk privaatrecht: geeft aan hoe het gerechtelijke apparaat georganiseerd is
(welke rechtbanken zijn er? Waarvoor zijn ze bevoegd?) en op welke wijze procedures voor de
rechtbank gevoerd moet worden


1

, C. Het internationaal privaatrecht: geeft o.a. aan welke rechter bevoegd is en welke
rechtsregels toegepast moeten worden als er grensoverschrijdend rechtsprobleem is

2. PUBLIEKRECHT = regelt de verhouding tussen burgers en de overheid
A. Het staatsrecht: omvat het geheel van regels die betrekking hebben op de inrichting en de
werking van de staat en de onderlinge verhoudingen tussen de organen van de staat

B. Het administratief recht: bevat de regels die nodig zijn voor de werking van de
overheidsinstanties, de manier waarop de burger zich tot de overheid kan richten

C. Het strafrecht: geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn en welke sancties er tegenover
staan

D. Het strafprocesrecht: geeft o.a. aan op welke wijze misdrijven kunnen vastgesteld en
opgespoord worden en hoe de procedure verloopt om beklaagden te vervolgen

E. Het fiscaal recht: regelt de problematiek van de belastingen

 Onderverdeling naar territorium:

Nationaal recht = rechtsregels uitgevaardigd door nationale politieke instellingen + van toepassingen binnen
België

Grensoverschrijdend recht = rechtsregels uitgevaardigd door supranationale politieke instellingen, verdragen
tussen België en andere landen, rechtsregels die bepalen welk nationaal privaatrecht van toepassing is




HET SUBJECTIEF RECHT INGEDEELD




2

,RECHTSFEITEN VS RECHTSHANDELING

Rechtsfeit = elke feit waaraan het objectief recht rechtsgevolgen koppelt. Deze rechtsgevolgen zijn het tot
stand brengen, wijzigen, overdragen of laten verdwijnen van subjectieve rechten
 overlijden, geboorte

Rechtshandeling = elke handeling die bewust wordt gesteld om de rechtsgevolgen te bereiken die het objectief
recht aan die handeling verbonden heeft. Deze rechtsgevolgen zijn het tot stand brengen, wijzigen, overdragen
of laten verdwijnen van subjectieve rechten.
 erkenning van een kind, een koopovereenkomst ondertekenen

https://www.youtube.com/watch?v=Z82XvT5gdbo

3. BRONNEN VAN HET RECHT


1 – WETGEVING

A. INTERNATIONALE VERDRAGEN EN BESLISSINGEN VAN SUPRANATIONALE ORGANISATIES

Het recht van de EU. De Europese organen beschikken in dat verband over 3 belangrijke beleidsinstrumenten:

1. De richtlijnen: geven een aantal regels aan die door de nationale overheid van de diverse
lidstaten verplicht moeten worden opgenomen en verwerkt in de eigen wetgeving

2. Verordeningen: deze bevatten een algemeen en volledig reglementering die rechtstreeks van
toepassing zijn in alle lidstaten

3. Besluiten: bevatten regels die van toepassing zijn op de daarin aangeduide bestemmeling (dat
kan een staat, bedrijf of persoon zijn). Zo kan het bijvoorbeeld gaan om een besluit waarbij bepaalde
boetes worden opgelegd aan een lidstaat of een onderneming


 Internationale verdragen tussen 2 of meer staten bestaan ook

B. GRONDWET

De meest fundamentele Belgische wet. Omvat fundamentele rechten en vrijheden. In de grondwet wordt
vastgelegd aan wie de wetgevende, uitvoerende en de rechtelijke macht binnen fde staat toekomen

Om grondwet te wijzigen is er een bijzondere procedure nodig. Er worden verkiezingen gehouden en het is ook
vereist dat minstens 2/3 van de leden van elke kamer aanwezig zijn en er moet zowel in de Kamer als in de
Senaat een meerderheid van 2/3 voorstemmen

C. WET IN STRIKTE ZIN – WET SENSU STRICTO

De wet die door de Kamer van Volksvertegenwoordigers tot stand komt samen met de senaat. Dit vormt het
parlement. Een goedgekeurde wet heeft pas uitwerking na 10 dagen (of vastgestelde datum) na publicatie in
het Belgisch staatblad

Federaal = over gans België




3

, D. DECRETEN

Rechtsregels op regionaal niveau. Dit zijn de wetten beslist door parlementen op het niveau van de
gemeenschappen en gewesten

Bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen sprake van decreten maar wel van ordonnanties

E. KONINKLIJK BESLUIT

Besluiten genomen door de koning maar in de praktijk gaat het om ministers. Deze besluiten zijn nodig voor de
uitvoering van bepaalde wetten

 Federaal niveau

F. BESLUIT VAN DE GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN

Dit zijn besluiten genomen door de gemeenschaps- en gewestregeringen voor uitvoering van decreten/
ordonnanties

 Regionaal niveau

Schema hiërarchie der normen:




2 – RECHTSPRAAK

Het geheel van de beslissingen van hoven en rechtbanken. Als een betwisting aan een rechter wordt
voorgelegd, kan deze niet op een bijna automatische wijze uitspraak doen. Hij zal de uitspraak moeten kneden,
toepassen op het concreet geval. Hij zal deze met andere woorden moeten interpreteren.

Deze rechtelijke uitspraken zijn enkel bindend tussen partijen


3 – RECHTSLEER

Het geheel van wetenschappelijke publicaties over juridische aangelegenheden. Het gaat met andere woorden
om boeken en artikels die te vinden zijn in juridische tijdschriften


4 – GEWOONTE/ BILLIJKHEID

Vb.

De familienaam die overgenomen wordt als er getrouwd wordt



4
$9.20
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Julievandb

Get to know the seller

Seller avatar
Julievandb Hogeschool Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
3 year
Number of followers
6
Documents
20
Last sold
5 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions