PM 2.1: omgaan met diversiteit in klas, school en samenleving
3 paradigma’s om het tot stand komen van buitengewoon onderwijs te vatten:
o Defectenparadigma
o Ontwikkelingsparadigma
o Burgerschapsparadigma
Paradigma = dominante visie op het denken over de oorzaken van een beperking en op de
positie van personen met een beperking dat op een bepaald moment als toonaangevend
wordt beschouwd.
1. Defectenparadigma
Leerlingen die moeite hebben met communiceren en er niet in slagen om zich verbaal
verstaanbaar te maken. Verplaatsen in elektrische rolstoel.
Buitengewoon onderwijs:
o Opgericht in 1970
o Leerlingen kunnen beroep doen op aangepast onderwijsmateriaal, speciaal opgeleide
leraren en professionele therapeuten
Er wordt vertrokken van beperkingen/defecten van een leerling met specifieke
onderwijsbehoeften. Er is sprake van een beperking wanneer iemand niet kan voldoen aan
de gangbare normen en waarden van het gewoon onderwijs. De oorzaak van de
schoolproblemen worden in de jongeren zelf gesitueerd (defectenparadigma)
9 verschillende types van buitengewoon lager onderwijs:
Licht verstandelijke beperking
Matige en ernstige verstandelijke beperking
Ernstige emotionele en/of gedragsstoornissen
Fysieke beperking
Zieke kinderen en jongeren
Visuele beperking
Auditieve beperking
Ernstige leerstoornissen
Autismespectrumstoornis
1 en 8 bestaan niet in kleuteronderwijs. 8 niet in secundair.
Buitengewoon onderwijs wordt onderwijs georganiseerd in 4 opleidingsvormen (OV):
, Doel om jongeren een sociale vorming te geven, zodat ze later in een beschermde
leefomgeving kunnen wonen
attest ontvangen
Leerlingen krijgen algemene en sociale vorming en arbeidstraining die erop gericht is om
hen te laten wonen en werken in een beschermd leef -en arbeidsmilieu
attest
Bereidt leerlingen voor op integratie in het gewoon arbeid en leefmilieu. Er wordt
algemene, sociale en beroepsvorming gegeven
getuigschrift (bij slagen kwalificatieproef, anders attest)
Voorbereiding op verder studeren en geeft mogelijkheid om later deel te nemen aan het
gewone beroepsleven. Gelijkgeschakeld aan gewoon onderwijs
diploma zoals secundair onderwijs
2. Ontwikkelingsparadigma
Leerlingen met bv progeria.
Geïntegreerd onderwijs:
Integratie vertrekt vanaf het idee dat sommige mensen met een beperking kansen
moeten krijgen om in een gewone school mee te draaien. Geïntegreerd onderwijs vertrekt
vanuit deze gedachte (GOn).
Dit zijn leerlingen met ontwikkelingsmogelijkheden en die moeten ontwikkeld worden tot een
zo normaal mogelijk leven.
Binnen het GOn worden aan leerlingen met beperking een aantal voorwaarden gesteld:
o Leerlingen die hier zijn GOn begeleiding ontvangen, zijn ingeschreven in het
buitengewoon onderwijs
o Scholen voor buitengewoon onderwijs krijgen extra lestijden om ondersteuning te bieden
in het gewone onderwijs voor leerlingen met bepaalde attesten. 2-4u extra
ondersteuning naargelang welk attest. De ondersteuners focussen zich op de specifieke
maatregelen die een beperkte leerling nodig heeft om zich aan te passen aan de
schoolcultuur.
o Er moet een integratieplan worden opgesteld waarbij beschreven wordt hoe integratie in
gewoon onderwijs zal verlopen. Samenwerking tussen alle betrokken partijen wordt hierin
genoteerd.
GOn bestaat op niveau van kleuter, lager, secundair en hoger onderwijs. Niet aan
universiteiten. Er wordt dus veel inspanning geleverd om leerlingen met specifieke behoeften
te ondersteunen, zodat ze het gewone curriculum volgen.
3. Burgerschapsparadigma
3 paradigma’s om het tot stand komen van buitengewoon onderwijs te vatten:
o Defectenparadigma
o Ontwikkelingsparadigma
o Burgerschapsparadigma
Paradigma = dominante visie op het denken over de oorzaken van een beperking en op de
positie van personen met een beperking dat op een bepaald moment als toonaangevend
wordt beschouwd.
1. Defectenparadigma
Leerlingen die moeite hebben met communiceren en er niet in slagen om zich verbaal
verstaanbaar te maken. Verplaatsen in elektrische rolstoel.
Buitengewoon onderwijs:
o Opgericht in 1970
o Leerlingen kunnen beroep doen op aangepast onderwijsmateriaal, speciaal opgeleide
leraren en professionele therapeuten
Er wordt vertrokken van beperkingen/defecten van een leerling met specifieke
onderwijsbehoeften. Er is sprake van een beperking wanneer iemand niet kan voldoen aan
de gangbare normen en waarden van het gewoon onderwijs. De oorzaak van de
schoolproblemen worden in de jongeren zelf gesitueerd (defectenparadigma)
9 verschillende types van buitengewoon lager onderwijs:
Licht verstandelijke beperking
Matige en ernstige verstandelijke beperking
Ernstige emotionele en/of gedragsstoornissen
Fysieke beperking
Zieke kinderen en jongeren
Visuele beperking
Auditieve beperking
Ernstige leerstoornissen
Autismespectrumstoornis
1 en 8 bestaan niet in kleuteronderwijs. 8 niet in secundair.
Buitengewoon onderwijs wordt onderwijs georganiseerd in 4 opleidingsvormen (OV):
, Doel om jongeren een sociale vorming te geven, zodat ze later in een beschermde
leefomgeving kunnen wonen
attest ontvangen
Leerlingen krijgen algemene en sociale vorming en arbeidstraining die erop gericht is om
hen te laten wonen en werken in een beschermd leef -en arbeidsmilieu
attest
Bereidt leerlingen voor op integratie in het gewoon arbeid en leefmilieu. Er wordt
algemene, sociale en beroepsvorming gegeven
getuigschrift (bij slagen kwalificatieproef, anders attest)
Voorbereiding op verder studeren en geeft mogelijkheid om later deel te nemen aan het
gewone beroepsleven. Gelijkgeschakeld aan gewoon onderwijs
diploma zoals secundair onderwijs
2. Ontwikkelingsparadigma
Leerlingen met bv progeria.
Geïntegreerd onderwijs:
Integratie vertrekt vanaf het idee dat sommige mensen met een beperking kansen
moeten krijgen om in een gewone school mee te draaien. Geïntegreerd onderwijs vertrekt
vanuit deze gedachte (GOn).
Dit zijn leerlingen met ontwikkelingsmogelijkheden en die moeten ontwikkeld worden tot een
zo normaal mogelijk leven.
Binnen het GOn worden aan leerlingen met beperking een aantal voorwaarden gesteld:
o Leerlingen die hier zijn GOn begeleiding ontvangen, zijn ingeschreven in het
buitengewoon onderwijs
o Scholen voor buitengewoon onderwijs krijgen extra lestijden om ondersteuning te bieden
in het gewone onderwijs voor leerlingen met bepaalde attesten. 2-4u extra
ondersteuning naargelang welk attest. De ondersteuners focussen zich op de specifieke
maatregelen die een beperkte leerling nodig heeft om zich aan te passen aan de
schoolcultuur.
o Er moet een integratieplan worden opgesteld waarbij beschreven wordt hoe integratie in
gewoon onderwijs zal verlopen. Samenwerking tussen alle betrokken partijen wordt hierin
genoteerd.
GOn bestaat op niveau van kleuter, lager, secundair en hoger onderwijs. Niet aan
universiteiten. Er wordt dus veel inspanning geleverd om leerlingen met specifieke behoeften
te ondersteunen, zodat ze het gewone curriculum volgen.
3. Burgerschapsparadigma