Molecutaire stoffen
4.1 Yand e rwaa Lsbi nd i n g
m
a vanderwaalskracht
b vanderwaalsbinding
EE
a De molecuulmassa, hoe groter de molecuulmassa is, hoe sterker de vanderwaalsbinding.
b Zodra een stof verdampt of sublimeert wordt de vanderwaalsbinding verbroken.
IBE
a Butaan bestaat uit koolstof- en waterstofatomen, Dit zijn allebei niet-metaalatomen,
butaan is dus een moleculaire stof.
b Als butaan verdampt gaan de moleculen vr¡ bewegen. Er is dan geen aantrekkingskracht
meer tussen de moleculen. Het is dus de vanderwaalsbinding die wordt verbroken.
c De covalentie van C is 4. De covalentie van H is 1,
d HHHH
tttt
H-C-C-C-C-H
HHHH
tttt
4.1
e atoombinding
f C4Hro-+4C+5H,
g De atoombindingen worden verbroken.
h De molaire massa van butaan is 58,12 g mol-t.
dan
10'0
Het aantal mol butaan is = O,L72I mol.
58,r2
x 5 = 0,8603 mol Hr.
Uit één mol butaan ontstaat 5 mol waterstof, er ontstaat dus 0,1721
De molaire massa van waterstof is 2,016 g mol-t. De massa van het ontstane waterstof
is dan 0,8603 x 2,016 = L,73 gHz.
0p microniveau zitten de moleculen in een vaste stof of vloeistof dicht bij elkaar. ln een gas
is de ruimte tussen de moleculen juist erg groot. Doordat je in een gas minder moleculen in
een bepaald volume hebt, heb je ook een lagere massa per volume. De dichtheid van een
gas is dus kleiner dan die van een vaste stof of vloeistof.
a Zie onderstaande tabel en frguur 4.2.
tllü,it kookpunt (Kl massa lu)
frljfrf,it kookpunt {Kl massa (uf
CrHo 169 28,05 crHro 303 70,13
C.Hu 225 42,08 cuH,, 336 84,16
CoH, '26V 56,10 crHru 367 98,18
@ Noordhoff Uitgevers bv Moleculaire stoffen | 45
4.1 Yand e rwaa Lsbi nd i n g
m
a vanderwaalskracht
b vanderwaalsbinding
EE
a De molecuulmassa, hoe groter de molecuulmassa is, hoe sterker de vanderwaalsbinding.
b Zodra een stof verdampt of sublimeert wordt de vanderwaalsbinding verbroken.
IBE
a Butaan bestaat uit koolstof- en waterstofatomen, Dit zijn allebei niet-metaalatomen,
butaan is dus een moleculaire stof.
b Als butaan verdampt gaan de moleculen vr¡ bewegen. Er is dan geen aantrekkingskracht
meer tussen de moleculen. Het is dus de vanderwaalsbinding die wordt verbroken.
c De covalentie van C is 4. De covalentie van H is 1,
d HHHH
tttt
H-C-C-C-C-H
HHHH
tttt
4.1
e atoombinding
f C4Hro-+4C+5H,
g De atoombindingen worden verbroken.
h De molaire massa van butaan is 58,12 g mol-t.
dan
10'0
Het aantal mol butaan is = O,L72I mol.
58,r2
x 5 = 0,8603 mol Hr.
Uit één mol butaan ontstaat 5 mol waterstof, er ontstaat dus 0,1721
De molaire massa van waterstof is 2,016 g mol-t. De massa van het ontstane waterstof
is dan 0,8603 x 2,016 = L,73 gHz.
0p microniveau zitten de moleculen in een vaste stof of vloeistof dicht bij elkaar. ln een gas
is de ruimte tussen de moleculen juist erg groot. Doordat je in een gas minder moleculen in
een bepaald volume hebt, heb je ook een lagere massa per volume. De dichtheid van een
gas is dus kleiner dan die van een vaste stof of vloeistof.
a Zie onderstaande tabel en frguur 4.2.
tllü,it kookpunt (Kl massa lu)
frljfrf,it kookpunt {Kl massa (uf
CrHo 169 28,05 crHro 303 70,13
C.Hu 225 42,08 cuH,, 336 84,16
CoH, '26V 56,10 crHru 367 98,18
@ Noordhoff Uitgevers bv Moleculaire stoffen | 45