THEMA 1: De economische wereld
Hoofdstuk 1
Consument:
- Een gebruiker van een product
Verschil tussen een klant en een consument:
- Een klant is iemand die koopt en ook verkoopt een consument koopt ook maar zal het
gebruiken en niet verkopen
Wat zijn behoeften?
Behoefte = wat mensen willen/nodig hebben
o Persoonlijk
o Tijds-en plaatsgebonden
o Oneindig
o Creeerbaar
o Leiden tot een keuze
Soorten behoeften:
Geld nodig?:
Ja: economishce behoeften
Nee: niet economische behoeften
Wie vervult?:
Persoon/gezin: individuele behoeften
Overheid: collectiven behoeften vb. veiligheid
Belangerijk?:
Zeer: primaire behoeften
Matig: secundaire behoeften
Niet: tertaire behoeften
Diensten:
- De niet-tastbare zaken die kunnen worden verkocht en aangekocht
Goederen:
- De tastbare zaken die kunnen worden verkocht en aangekocht
Producten:
- Alles wat kan worden verkocht een aangekocht
Vrije goederen:
- Gratis
Economishce goederen:
- Betalend
Keuzeprobleem van de consumenten:
- Oneindige behoeften + beperkt inkomen
= schaarste
= consument moet keuzes maken
Beshikbaar inkomen
Persoonlijke voorkeur
Opgeleverde nut
, Wie koopt de goederen?
o Onderneming: investeringsgoed
o Consument: consumtiegoed
THEMA 1: De economische wereld
Hoofdstuk 2
Soorten ondernemingen
o Activiteit
Handelsonderneming
Dienstverlendende onderneming
Productieonderneming
Agroriche onderneming
o Doel
Profit-onderneming
Non-profitonderneming
Productiefactoren = middelen die de onderneming inzet om te produceren
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemingschap
Duurzaam ondernemen
People = sociaal
Planet = mileu
Profit = winst
- Onstaan nieuwe verdienmodellen
o Deeleconomie
o Circulaire economie
Hoofdstuk 1
Consument:
- Een gebruiker van een product
Verschil tussen een klant en een consument:
- Een klant is iemand die koopt en ook verkoopt een consument koopt ook maar zal het
gebruiken en niet verkopen
Wat zijn behoeften?
Behoefte = wat mensen willen/nodig hebben
o Persoonlijk
o Tijds-en plaatsgebonden
o Oneindig
o Creeerbaar
o Leiden tot een keuze
Soorten behoeften:
Geld nodig?:
Ja: economishce behoeften
Nee: niet economische behoeften
Wie vervult?:
Persoon/gezin: individuele behoeften
Overheid: collectiven behoeften vb. veiligheid
Belangerijk?:
Zeer: primaire behoeften
Matig: secundaire behoeften
Niet: tertaire behoeften
Diensten:
- De niet-tastbare zaken die kunnen worden verkocht en aangekocht
Goederen:
- De tastbare zaken die kunnen worden verkocht en aangekocht
Producten:
- Alles wat kan worden verkocht een aangekocht
Vrije goederen:
- Gratis
Economishce goederen:
- Betalend
Keuzeprobleem van de consumenten:
- Oneindige behoeften + beperkt inkomen
= schaarste
= consument moet keuzes maken
Beshikbaar inkomen
Persoonlijke voorkeur
Opgeleverde nut
, Wie koopt de goederen?
o Onderneming: investeringsgoed
o Consument: consumtiegoed
THEMA 1: De economische wereld
Hoofdstuk 2
Soorten ondernemingen
o Activiteit
Handelsonderneming
Dienstverlendende onderneming
Productieonderneming
Agroriche onderneming
o Doel
Profit-onderneming
Non-profitonderneming
Productiefactoren = middelen die de onderneming inzet om te produceren
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemingschap
Duurzaam ondernemen
People = sociaal
Planet = mileu
Profit = winst
- Onstaan nieuwe verdienmodellen
o Deeleconomie
o Circulaire economie