Psychopathologie kinderen en
adolescenten
Kindermishandeling, trauma en hechting les 4
1. Hechting
2. Kindermishandeling
3. Trauma en stressstoornissen
Verplichte literatuur: HB p. 50-54 (NL HB hoofdstuk 16)
1. Hechting
1. Hechting
2. Hechtingsgedrag
3. Hechtingsstijlen
4. Hechtingsstoornis
5. Etiologie
1. Hechting
1. Hechtingsbehoefte is aangeboren behoefte aan tot het zoeken van nabijheid
en veiligheid onder stressvolle omstandigheden (Bowlby, 1969)
2.Van wezenlijk belang voor alle mensen van alle leeftijden
3. Interacties die kind in de primaire hechtingsrelatie ervaart vormen innerlijk
werkmodel van relaties (Hoe je naar relaties gaat kijken, handelen en
gevoelens)
Hechtingsgedrag
Hechtingsgedrag wordt uitgelokt bij kinderen en volwassenen wanneer er een
dreigende situatie ontstaat (reëel of beleefd) en is bedoeld om de andere
dichtbij te brengen
Ontwikkeld vanaf 7 à 9maanden-selectieve relatievorming
Separatie angst (vb: huilen als mama de kamer verlaat)
Begroetingsreactie (vb: wegduiken achter mama)
Vreemdenangst (selectiviteit)
Veilige basis vs exploreren (beginnen te kruipen is afstand durven nemen)
=uiting van vitale behoefte aan contact
=overlevingsmechanisme
Hechtingsstijlen
Veilige hechting (50-70%)
Onveilige hechting (ong. 40% hoeft niet problematische te zijn of te ontwikkelen
in een pathologie, je ontwikkeld wel bepaalde patronen waarin je terecht komt als
, volwassenen en als je bij een relatie aangaat met de juiste partner die bij je
hechtingsstijl past is er geen probleem)
Angstig/ambivalente of gepreoccupeerde hechting
Angstig/vermijdende of gereserveerde hechting
Gedesorganiseerde hechting
Angstig/vermijdend (15-20%)
Verdedigingsmechanisme tegen angst
Geen oogcontact, weinig reactie bij scheiding of terugkeer, gericht op speelgoed
bij aanwezigheid ouder (apathisch, kop in het zand)
Angstig/ambivalent (10-20%)
Veel bevestiging nodig, moeilijk te troosten of af te leiden
Vaste regels en afspraken zijn nodig
Is niet af te leiden en komt niet los van moeder (zijn de moeilijke kinderen bij het
babysitten constant wenen)
Gedesorganiseerd (10-20%)
Heterogeen gedrag, contradictorisch en niet gericht
Verward, vreemd gedrag (bv bevriezen, vreemde geluiden,..)
Directe uiting van emoties
Geen coherente strategie voor stress (ene keer wenen andere keer geen reactie)
= oververtegenwoordigd in gezinnen waar mishandeling, of rouw voorkomen,
risico voor pathologie
Casus Fons
Fons is 5 jaar en is pleegkind. In de kleuterklas viel hij op door zijn drukte,
impulsiviteit, hyperactiviteit, en beperkte concentratie. Op alles wat nieuw is
adolescenten
Kindermishandeling, trauma en hechting les 4
1. Hechting
2. Kindermishandeling
3. Trauma en stressstoornissen
Verplichte literatuur: HB p. 50-54 (NL HB hoofdstuk 16)
1. Hechting
1. Hechting
2. Hechtingsgedrag
3. Hechtingsstijlen
4. Hechtingsstoornis
5. Etiologie
1. Hechting
1. Hechtingsbehoefte is aangeboren behoefte aan tot het zoeken van nabijheid
en veiligheid onder stressvolle omstandigheden (Bowlby, 1969)
2.Van wezenlijk belang voor alle mensen van alle leeftijden
3. Interacties die kind in de primaire hechtingsrelatie ervaart vormen innerlijk
werkmodel van relaties (Hoe je naar relaties gaat kijken, handelen en
gevoelens)
Hechtingsgedrag
Hechtingsgedrag wordt uitgelokt bij kinderen en volwassenen wanneer er een
dreigende situatie ontstaat (reëel of beleefd) en is bedoeld om de andere
dichtbij te brengen
Ontwikkeld vanaf 7 à 9maanden-selectieve relatievorming
Separatie angst (vb: huilen als mama de kamer verlaat)
Begroetingsreactie (vb: wegduiken achter mama)
Vreemdenangst (selectiviteit)
Veilige basis vs exploreren (beginnen te kruipen is afstand durven nemen)
=uiting van vitale behoefte aan contact
=overlevingsmechanisme
Hechtingsstijlen
Veilige hechting (50-70%)
Onveilige hechting (ong. 40% hoeft niet problematische te zijn of te ontwikkelen
in een pathologie, je ontwikkeld wel bepaalde patronen waarin je terecht komt als
, volwassenen en als je bij een relatie aangaat met de juiste partner die bij je
hechtingsstijl past is er geen probleem)
Angstig/ambivalente of gepreoccupeerde hechting
Angstig/vermijdende of gereserveerde hechting
Gedesorganiseerde hechting
Angstig/vermijdend (15-20%)
Verdedigingsmechanisme tegen angst
Geen oogcontact, weinig reactie bij scheiding of terugkeer, gericht op speelgoed
bij aanwezigheid ouder (apathisch, kop in het zand)
Angstig/ambivalent (10-20%)
Veel bevestiging nodig, moeilijk te troosten of af te leiden
Vaste regels en afspraken zijn nodig
Is niet af te leiden en komt niet los van moeder (zijn de moeilijke kinderen bij het
babysitten constant wenen)
Gedesorganiseerd (10-20%)
Heterogeen gedrag, contradictorisch en niet gericht
Verward, vreemd gedrag (bv bevriezen, vreemde geluiden,..)
Directe uiting van emoties
Geen coherente strategie voor stress (ene keer wenen andere keer geen reactie)
= oververtegenwoordigd in gezinnen waar mishandeling, of rouw voorkomen,
risico voor pathologie
Casus Fons
Fons is 5 jaar en is pleegkind. In de kleuterklas viel hij op door zijn drukte,
impulsiviteit, hyperactiviteit, en beperkte concentratie. Op alles wat nieuw is