Psychopathologie kinderen en
adolescenten sen
Angststoornis les 2 (hoofdstuk 15)
Overzicht
1. Inleiding
Angst en vrees
Angststimuli en –situaties
Angststoornissen
2. DSM-5 Angststoornissen
3. Epidemiologie
4. Co-morbiditeit
5. Etiologie
6. Diagnostiek
7. Aanpak
8. Besluit
1. Inleiding
Angst en vrees
Angststimuli en –situaties
Angststoornissen
Angst:(negatieve)basisemotie
angst heeft een adaptieve functie t.a.v. bedreigende situaties
Gedrag (weglopen,
lichamelijke symptomen
(verhoogde hartslag, Cognities (gedachte; ik
ga dood, dit gaat slecht
aflopen)
, Angst is onze VRIEND
Bang zijn is eigenlijk heel handig. Het waarschuwt jou en mij voor gevaarlijke
dingen. Hierdoor letten we beter op. Dan kunnen we ervoor zorgen dat we zo snel
mogelijk weer veilig zijn. Bang zijn is dus eigenlijk een vriend van ons. (stelt ons
veilig)
-Maar wanneer wordt angst pathologisch:
Angst en vrees
Vrees: angst voor concreet onmiddellijk gevaar (fight or flight)
Angst: reactie tov toekomstige gevaar/zorgen of meer algemeen onbestemde
gevoelens (moet nog komen)
Piekeren (ruminatie): cognitieve component van angst, gedachten over
mogelijke negatieve uitkomsten
Angststimuli en -situaties
Leerling uit groep3/4:
“Ik ben bang voor een grote spin, oorlog, saddam hoessein , vuur in huis, een
boef die steelt, in een helikopter, van akelige mensen, kinderlokkers, sinterklaas
als hij net binnen is, akelige dromen,
wilde beesten en ik ben bang in het duister” (kinderen zijn voor heel veel zaken
bang maar dat is normaal)
Normale angsten lopen samen met de ontwikkeling en deze angsten verschillen
naargelang de ontwikkelingsleeftijd.
- 0 - 6 m: harde geluiden, verlies van steun, plotse toenadering (schrikken)
- 6 m-2 jaar: diepte, onbekende voorwerpen, geluiden, vreemden, separatie van
hechtingsfiguur (1,5 jaar separatieangst en rond 8 mnd vreemdenangst
- 1 – 2 jaar: natuurverschijnselen (storm, donder en bliksem,…),
- 2 – 4 jaar: dieren, bloed zien
- 4 – 6 jaar: donker, gefantaseerde figuren (onderscheid fantasie-werkelijkheid),
verlies van lichamelijke integriteit (bv. dokter, kapper) (tussen 4 en 6 jaar een
piek in angsten omdat de kinderen veel bezig zijn met fantasie en werkelijkheid)
- 6 - 12 jaar: anticipatie op reële, nare gebeurtenissen (echtscheiding ouders, arm
worden,…), falen bij prestaties, beoordeling door anderen (ouders,
leeftijdgenoten), existentieel gevaar (ernstige ziekte of dood, inbrekers, brand,
ongeluk) (begin van faalangsten en angst van oordelen van anderen)
- 12 - 18 jaar: toename van bezorgdheid, vooral beoordeling door leeftijdgenoten
van het andere geslacht, existentiële angst (milieuramp, oorlog, aids)
(existentiële vragen beginnen zich te ontwikkelen)
Normale angst
Verschillende transitie-fasen waarin verhoogde angst (piek 2-4 jaar) optreedt
baby: separatieangst, vreemdelingenangst peuter/kleuter: monsters en
spoken/donker
schoolkind: dood en ziekte
adolescenten sen
Angststoornis les 2 (hoofdstuk 15)
Overzicht
1. Inleiding
Angst en vrees
Angststimuli en –situaties
Angststoornissen
2. DSM-5 Angststoornissen
3. Epidemiologie
4. Co-morbiditeit
5. Etiologie
6. Diagnostiek
7. Aanpak
8. Besluit
1. Inleiding
Angst en vrees
Angststimuli en –situaties
Angststoornissen
Angst:(negatieve)basisemotie
angst heeft een adaptieve functie t.a.v. bedreigende situaties
Gedrag (weglopen,
lichamelijke symptomen
(verhoogde hartslag, Cognities (gedachte; ik
ga dood, dit gaat slecht
aflopen)
, Angst is onze VRIEND
Bang zijn is eigenlijk heel handig. Het waarschuwt jou en mij voor gevaarlijke
dingen. Hierdoor letten we beter op. Dan kunnen we ervoor zorgen dat we zo snel
mogelijk weer veilig zijn. Bang zijn is dus eigenlijk een vriend van ons. (stelt ons
veilig)
-Maar wanneer wordt angst pathologisch:
Angst en vrees
Vrees: angst voor concreet onmiddellijk gevaar (fight or flight)
Angst: reactie tov toekomstige gevaar/zorgen of meer algemeen onbestemde
gevoelens (moet nog komen)
Piekeren (ruminatie): cognitieve component van angst, gedachten over
mogelijke negatieve uitkomsten
Angststimuli en -situaties
Leerling uit groep3/4:
“Ik ben bang voor een grote spin, oorlog, saddam hoessein , vuur in huis, een
boef die steelt, in een helikopter, van akelige mensen, kinderlokkers, sinterklaas
als hij net binnen is, akelige dromen,
wilde beesten en ik ben bang in het duister” (kinderen zijn voor heel veel zaken
bang maar dat is normaal)
Normale angsten lopen samen met de ontwikkeling en deze angsten verschillen
naargelang de ontwikkelingsleeftijd.
- 0 - 6 m: harde geluiden, verlies van steun, plotse toenadering (schrikken)
- 6 m-2 jaar: diepte, onbekende voorwerpen, geluiden, vreemden, separatie van
hechtingsfiguur (1,5 jaar separatieangst en rond 8 mnd vreemdenangst
- 1 – 2 jaar: natuurverschijnselen (storm, donder en bliksem,…),
- 2 – 4 jaar: dieren, bloed zien
- 4 – 6 jaar: donker, gefantaseerde figuren (onderscheid fantasie-werkelijkheid),
verlies van lichamelijke integriteit (bv. dokter, kapper) (tussen 4 en 6 jaar een
piek in angsten omdat de kinderen veel bezig zijn met fantasie en werkelijkheid)
- 6 - 12 jaar: anticipatie op reële, nare gebeurtenissen (echtscheiding ouders, arm
worden,…), falen bij prestaties, beoordeling door anderen (ouders,
leeftijdgenoten), existentieel gevaar (ernstige ziekte of dood, inbrekers, brand,
ongeluk) (begin van faalangsten en angst van oordelen van anderen)
- 12 - 18 jaar: toename van bezorgdheid, vooral beoordeling door leeftijdgenoten
van het andere geslacht, existentiële angst (milieuramp, oorlog, aids)
(existentiële vragen beginnen zich te ontwikkelen)
Normale angst
Verschillende transitie-fasen waarin verhoogde angst (piek 2-4 jaar) optreedt
baby: separatieangst, vreemdelingenangst peuter/kleuter: monsters en
spoken/donker
schoolkind: dood en ziekte