Sociale psychologie
Hoofdstuk 1: Inleiding
1. De mens is een sociaal dier
Omdat we verzot zijn op
- Nadenken over onszelf en anderen
- Nadenken over hoe reageren in sociale situaties
- Anderen observeren en analyseren
- Voorspellen hoe iemand zich zal gedragen
Belangstelling sociaalpsychologische thema’s in de media bv Corona, Trump, Temptation (houdt ons niet alleen bezig
in echte leven) -> amateurpsychologen
Er wordt verwacht dat sociale psych. bedraagt tot begrijpen en oplossen mts problemen
Sociale context sterke invloed op gedrag
2. Sociale psychologie: definitie en verwante disciplines
2.1 Definitie van sociale psychologie
wts studie (a) naar wijze waarop
- gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen (b) beïnvloed worden door aanwezigheid anderen (c)
- hoe we zelf invloed uitoefenen op andere persoon denken, voelen en zich gedragen
a) vaak experimenten en gevalideerde vragenlijst (wts en systematisch -> niet louter intuïtief), geen perfecte
wts en ultieme kennis
b) bestuderen aspecten sociaal gedrag: manier waarop individu de sociale wereld subjectief waarneemt,
begrijpt en interpreteert
cognitieve, affectieve en motivationele aspect
c) sociale aard individu, ook niet-sociale factoren die invloed hebben (bv hitte- agressie (elkaar pijn doen))
Onderscheid andere domeinen: gerichtheid op individu in context sociale relaties en situaties
2.2 De kracht van de situatie
- Continue beïnvloed door sociale omgeving
Bv. Stanford Prison experiment – Zimbardo P.
Bv. Reagan – mondale debat: beoordeling bij oneliners en reactie > zonder oneliners en met reactie > met oneliners
en zonder reactie -> reacties publiek maken het verschil
Kracht van de reactie van anderen: applaus, retweeten,…
2.3 Sociale psychologie en verwante disciplines
Nauw verwant aan sociologie en persoonlijkheidspsychologie
Sociologie Persoonlijkheidspsych Sociale psych
Studie groepsfactoren Cross-situationele stabiliteit Studie individuele niveau
Bv. meisjes- jongens voorkeur tssn individuen (één bron (impact situatie op personen)
vrije tijd gedrag: persoon zelf) - situationisten
- Dispositionisten Bv. conditie voorkeur vrije tijd
Bv. persoonlijkheid voorkeur
vrije tijd
, Veel meer experimenten dan
sociologie om gedrag te
onderzoeken
Interactionisme: wisselwerking individuele verschillen en situatie
- zwakke situaties: < impact situatie, > impact disposities (stilte/babbel wachtzaal dokter)
- sterke situaties : > impact situatie, < impact persoonlijkheid (les auditorium)
Opkomst multilevel analyses: combinatie socio en socia: effecten variabelen op groeps- en individueel niveau in elke
analyse nagaan
2.4 Andere psychologische domeinen
Belangrijke input: cognitieve (interface: sociale cognitie), klinische, arbeids- en organisatiepsychologie
2.5 Sociale psychologie en mensenkennis
Mensenkennis blijkt niet altijd te kloppen
3. De geschiedenis van de sociale psychologie
Lange historie, korte geschiedenis
Eerste labo voor experimentele psych: 1879 Leipzig: Wundt W.
3.1 De beginjaren van de sociale psychologie (1880-1935)
Niet echt één aanwijsbare grondlegger. Eerste onderzoek wel zeker Franse herkomst
- Gustave Le Bon: Psychologie des Foules : massageweld in late 19e eeuw
Massa bezorgt individu een gevoel van anonimiteit -> verliezen verantwoordelijkheidsgevoel
- Triplett N.: fietsers neiging om sneller te fietsen in bijzijn van anderen
- Ringelmann M.: geleverde prestatie minder bij toename groep? Bij touwtrekken: slechter presteren
- Féré C.: aanwezigheid anderen -> betere prestatie bij indrukken handgreep?
Eerste handboeken:
- McDougall W. (Engelse psych.)
- Ross E. (Amerikaan)
- Allport F. (Amerikaan): tot nu algemeen aanvaard (experiment als geprefereerde methode en interactie
personen en hun sociale context)
3.2 De jaren van bevestiging (1936-1960)
Voor, tijdens, na WOII verhoogde belangstelling
Society for the Psychological Study of Social Issues: jonge psychologen die moeilijk werk vonden, aandacht voor mts
problemen
Aandacht verder in de hand gewerkt door Hitler
Kurt Lewin als vader van de sociale psychologie beschouwd (fundamentele grondbeginselen discipline
geformuleerd)
- Gedrag afhankelijk v. persoon en omgeving
Intern/extern
- Sociaalpsych. theorieën= toepasbaar voor oplossingen mts problemen
Geen onderzoek zonder actie, geen actie zonder onderzoek
Belangrijke auteurs en bijdragen tot soc. psych. in jaren ‘50
Adorno Theodor et al. The Authoritarian Personality
Invloedrijk boek over vooroordelen en ideologische
attitudes
Allport Gordon The Nature of Prejudice
, Onderzoek naar stereotypering, vooroordelen en
intergroepcontact
Asch Solomon Conformiteit en persoonsperceptie
Behoefte v personen om zich te conformeren aan
meerderheid, hoe men zich over anderen een beeld
vormt
Festinger Leon Sociale vglstheorie, cognitieve dissonantietheorie
Zichzelf leren kennen door zich met anderen te vgl,
behoefte aan consistentie tussen cognities en gedrag
Hovland Carl et al. Attitudes en persuasieve communicatie
Kelley Harold Attributietheorie, kosten en baten sociale relaties
analyseren
Heider Fritz Attributietheorie, oorzaken toeschrijven aan gedrag
Balanstheorie, behoefte aan consistentie tssn
gedachten, gevoelens en sociale relaties
3.3 Groei en debat (1960-1975)
Periode van grote productiviteit en uitbreiding.
Sociaalwetenschappers en sociaalpsychologen betrokken bij oplossen mts problemen die niet werden opgelost/ er
kwamen nieuwe in de plaats.
Periode gekenmerkt door crisis, vertwijfeling en debat (onenigheid waarde labo-experimenten)
- Ethische kritiek
- Methodologische artefacten; verwachtingen onderzoekers beïnvloeden gedrag
- Cultureel en filosofisch relativisme: theorieën getest in labo zijn historisch en cultureel beperkt
Sociale psychologie nog steeds gedomineerd door mannelijke onderzoekers
3.4 Methodologisch en inhoudelijk pluralisme (1975-heden)
- Belang labo-exp blijft groot, maar ook nieuwe onderzoeksmethoden (multimethodisch)
- Opkomst sociale cognitie: hoe nemen we info over onszelf en anderen waar, hoe onthouden en
interpreteren we deze. -> cognities invloed op hoe we ons voelen (koele benadering)
Hete benadering: sociale psych.: richten op emotie en motivatie als determinant cognities en gedrag
- Internationalisering (eerst all-American enterprise)
- European Association of Experimental Social Psychology: European Journal of Social Psychology
Asian Association of Social Psychology
4. Sociale psychologie in de 21ste eeuw
4.1 Hersenonderzoek
Nieuwe beeldvormingstechnieken (oorspronkelijk voor medische toepassingen, mogelijk maken brein in werking
bestuderen)
fMRI in onderzoek steeds populairder
è Sociale neurowetenschap: studie v/d relatie tssn neurologische en sociale processen
4.2 Het internet
Evolutie i/d manier waarop informatie wordt verworven en hoe we communiceren
Digitale voetafdruk steeds groter -> meer gegevens beschikbaar
Verschillen tssn online vs offline sociaalpsych processen?
Maakt nieuwe onderzoeksmethoden mogelijk
4.3 Sociaal-culturele perspectieven
Crosscultureel- verschillen en gelijkenissen tussen culturen (individualistische vs collectivistische culturen)
Criteria indi/collec
- Complexiteit mts (meerder groepen identificeren: minder trouw aan één bepaalde groep)
- Welvaartspeil (financieel onafhankelijk v elkaar, + sociale mobiliteit)
, - Heterogeniteit (homogene/hechte mts <-> losse mts met veel culturele diversiteit
Multicultureel- verschillen en gelijkenissen binnen een cultuur
4.4 Open wetenschappen
Stapelgate: zelfverzonnen gegevens
è Openheid, transparantie, reproduceerbaarheid
- Preregistratie: verwachte uitkomsten kenbaar maken op platform
- Onderzoeksgegevens bewaren en evt beschikbaar stellen
- Reproduceerbaarheid: protocol volgen
Evenwicht zoeken tussen blijvende theoretische vernieuwing en consolidatie bestaande kennis
- Samenvatting (handig= zie boek)
- Kernbegrippen
Hoofdstuk 2: Onderzoeksmethoden
1. De ontwikkeling van hypothesen
Hypothese: expliciete, toetsbare voorspelling al dan niet optreden v/e gebeurtenis
Theorie: georganiseerde set abstracte principes: geobserveerde fenomenen verklaren (lot om overtroffen te worden
door nieuwe theorieën)
1.1 Een goed idee
Gebaseerd op theorie, observatie, intuïtie/persoonlijke ervaringen
1.2 Opzoeken van psychologische literatuur
Nakijken idee literatuur: secundaire (boeken waarin onderzoeken worden samengevat zonder alle info te geven
over oorspronkelijke artikel) en primaire (eigenlijke onderzoek) bronnen
Primaire bronnen opzoeken op zoekmachines als Google scholar/ Web of Science
2. Het operationaliseren van variabelen
Steunend op observatie, ervaring of theorie -> hypothese formuleren
Conceptuele variabelen: variabelen waarop hypothese betrekking heeft, omzetten in manipuleerbare of meetbare
variabelen om hypothesen te toetsen
Operationele variabele: specifieke manier waarop conceptuele variabele wordt gemanipuleerd of gemeten
- Operationele definitie: procedure om c.v. te meten of te manipuleren
Meerdere operationalisaties mogelijk
Geen enkele operationele variabele dekt volledig de conceptuele
- Begripsvaliditeit: mate waarin meetinstrumenten -> meten concept variabelen wat ze bedoelen te meten
Experimentele manipulaties -> manipuleren conceptuele variabelen die ze bedoelen te manipuleren
2.1 Zelfbeschrijving
- Deelnemer beschrijft zelf
- Enkelvoudige/meervoudige vragen die concept meten bv schaal subjectief welbevinden
- Problemen: sociaal wenselijkheid, inwilligingstendens (neiging affirmatief te antwoorden)
- Schalen en schaalankers (helemaal rechts/links aanduiden lijkt bijzonder)
2.2 Gedragsobservatie
- Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: mate waarin verschillende waarnemers overeenstemmen in
waarnemingen (coderen verbale en non-verbale gedragingen)
- Vertekening bij zelfpresentatie (zo goed mogelijk voorstellen in dagelijkse leven)
- Volgorde-effect (KEB-wedstrijd)
- Observatiemethoden goede aanvulling zelfomschrijvingen
Hoofdstuk 1: Inleiding
1. De mens is een sociaal dier
Omdat we verzot zijn op
- Nadenken over onszelf en anderen
- Nadenken over hoe reageren in sociale situaties
- Anderen observeren en analyseren
- Voorspellen hoe iemand zich zal gedragen
Belangstelling sociaalpsychologische thema’s in de media bv Corona, Trump, Temptation (houdt ons niet alleen bezig
in echte leven) -> amateurpsychologen
Er wordt verwacht dat sociale psych. bedraagt tot begrijpen en oplossen mts problemen
Sociale context sterke invloed op gedrag
2. Sociale psychologie: definitie en verwante disciplines
2.1 Definitie van sociale psychologie
wts studie (a) naar wijze waarop
- gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen (b) beïnvloed worden door aanwezigheid anderen (c)
- hoe we zelf invloed uitoefenen op andere persoon denken, voelen en zich gedragen
a) vaak experimenten en gevalideerde vragenlijst (wts en systematisch -> niet louter intuïtief), geen perfecte
wts en ultieme kennis
b) bestuderen aspecten sociaal gedrag: manier waarop individu de sociale wereld subjectief waarneemt,
begrijpt en interpreteert
cognitieve, affectieve en motivationele aspect
c) sociale aard individu, ook niet-sociale factoren die invloed hebben (bv hitte- agressie (elkaar pijn doen))
Onderscheid andere domeinen: gerichtheid op individu in context sociale relaties en situaties
2.2 De kracht van de situatie
- Continue beïnvloed door sociale omgeving
Bv. Stanford Prison experiment – Zimbardo P.
Bv. Reagan – mondale debat: beoordeling bij oneliners en reactie > zonder oneliners en met reactie > met oneliners
en zonder reactie -> reacties publiek maken het verschil
Kracht van de reactie van anderen: applaus, retweeten,…
2.3 Sociale psychologie en verwante disciplines
Nauw verwant aan sociologie en persoonlijkheidspsychologie
Sociologie Persoonlijkheidspsych Sociale psych
Studie groepsfactoren Cross-situationele stabiliteit Studie individuele niveau
Bv. meisjes- jongens voorkeur tssn individuen (één bron (impact situatie op personen)
vrije tijd gedrag: persoon zelf) - situationisten
- Dispositionisten Bv. conditie voorkeur vrije tijd
Bv. persoonlijkheid voorkeur
vrije tijd
, Veel meer experimenten dan
sociologie om gedrag te
onderzoeken
Interactionisme: wisselwerking individuele verschillen en situatie
- zwakke situaties: < impact situatie, > impact disposities (stilte/babbel wachtzaal dokter)
- sterke situaties : > impact situatie, < impact persoonlijkheid (les auditorium)
Opkomst multilevel analyses: combinatie socio en socia: effecten variabelen op groeps- en individueel niveau in elke
analyse nagaan
2.4 Andere psychologische domeinen
Belangrijke input: cognitieve (interface: sociale cognitie), klinische, arbeids- en organisatiepsychologie
2.5 Sociale psychologie en mensenkennis
Mensenkennis blijkt niet altijd te kloppen
3. De geschiedenis van de sociale psychologie
Lange historie, korte geschiedenis
Eerste labo voor experimentele psych: 1879 Leipzig: Wundt W.
3.1 De beginjaren van de sociale psychologie (1880-1935)
Niet echt één aanwijsbare grondlegger. Eerste onderzoek wel zeker Franse herkomst
- Gustave Le Bon: Psychologie des Foules : massageweld in late 19e eeuw
Massa bezorgt individu een gevoel van anonimiteit -> verliezen verantwoordelijkheidsgevoel
- Triplett N.: fietsers neiging om sneller te fietsen in bijzijn van anderen
- Ringelmann M.: geleverde prestatie minder bij toename groep? Bij touwtrekken: slechter presteren
- Féré C.: aanwezigheid anderen -> betere prestatie bij indrukken handgreep?
Eerste handboeken:
- McDougall W. (Engelse psych.)
- Ross E. (Amerikaan)
- Allport F. (Amerikaan): tot nu algemeen aanvaard (experiment als geprefereerde methode en interactie
personen en hun sociale context)
3.2 De jaren van bevestiging (1936-1960)
Voor, tijdens, na WOII verhoogde belangstelling
Society for the Psychological Study of Social Issues: jonge psychologen die moeilijk werk vonden, aandacht voor mts
problemen
Aandacht verder in de hand gewerkt door Hitler
Kurt Lewin als vader van de sociale psychologie beschouwd (fundamentele grondbeginselen discipline
geformuleerd)
- Gedrag afhankelijk v. persoon en omgeving
Intern/extern
- Sociaalpsych. theorieën= toepasbaar voor oplossingen mts problemen
Geen onderzoek zonder actie, geen actie zonder onderzoek
Belangrijke auteurs en bijdragen tot soc. psych. in jaren ‘50
Adorno Theodor et al. The Authoritarian Personality
Invloedrijk boek over vooroordelen en ideologische
attitudes
Allport Gordon The Nature of Prejudice
, Onderzoek naar stereotypering, vooroordelen en
intergroepcontact
Asch Solomon Conformiteit en persoonsperceptie
Behoefte v personen om zich te conformeren aan
meerderheid, hoe men zich over anderen een beeld
vormt
Festinger Leon Sociale vglstheorie, cognitieve dissonantietheorie
Zichzelf leren kennen door zich met anderen te vgl,
behoefte aan consistentie tussen cognities en gedrag
Hovland Carl et al. Attitudes en persuasieve communicatie
Kelley Harold Attributietheorie, kosten en baten sociale relaties
analyseren
Heider Fritz Attributietheorie, oorzaken toeschrijven aan gedrag
Balanstheorie, behoefte aan consistentie tssn
gedachten, gevoelens en sociale relaties
3.3 Groei en debat (1960-1975)
Periode van grote productiviteit en uitbreiding.
Sociaalwetenschappers en sociaalpsychologen betrokken bij oplossen mts problemen die niet werden opgelost/ er
kwamen nieuwe in de plaats.
Periode gekenmerkt door crisis, vertwijfeling en debat (onenigheid waarde labo-experimenten)
- Ethische kritiek
- Methodologische artefacten; verwachtingen onderzoekers beïnvloeden gedrag
- Cultureel en filosofisch relativisme: theorieën getest in labo zijn historisch en cultureel beperkt
Sociale psychologie nog steeds gedomineerd door mannelijke onderzoekers
3.4 Methodologisch en inhoudelijk pluralisme (1975-heden)
- Belang labo-exp blijft groot, maar ook nieuwe onderzoeksmethoden (multimethodisch)
- Opkomst sociale cognitie: hoe nemen we info over onszelf en anderen waar, hoe onthouden en
interpreteren we deze. -> cognities invloed op hoe we ons voelen (koele benadering)
Hete benadering: sociale psych.: richten op emotie en motivatie als determinant cognities en gedrag
- Internationalisering (eerst all-American enterprise)
- European Association of Experimental Social Psychology: European Journal of Social Psychology
Asian Association of Social Psychology
4. Sociale psychologie in de 21ste eeuw
4.1 Hersenonderzoek
Nieuwe beeldvormingstechnieken (oorspronkelijk voor medische toepassingen, mogelijk maken brein in werking
bestuderen)
fMRI in onderzoek steeds populairder
è Sociale neurowetenschap: studie v/d relatie tssn neurologische en sociale processen
4.2 Het internet
Evolutie i/d manier waarop informatie wordt verworven en hoe we communiceren
Digitale voetafdruk steeds groter -> meer gegevens beschikbaar
Verschillen tssn online vs offline sociaalpsych processen?
Maakt nieuwe onderzoeksmethoden mogelijk
4.3 Sociaal-culturele perspectieven
Crosscultureel- verschillen en gelijkenissen tussen culturen (individualistische vs collectivistische culturen)
Criteria indi/collec
- Complexiteit mts (meerder groepen identificeren: minder trouw aan één bepaalde groep)
- Welvaartspeil (financieel onafhankelijk v elkaar, + sociale mobiliteit)
, - Heterogeniteit (homogene/hechte mts <-> losse mts met veel culturele diversiteit
Multicultureel- verschillen en gelijkenissen binnen een cultuur
4.4 Open wetenschappen
Stapelgate: zelfverzonnen gegevens
è Openheid, transparantie, reproduceerbaarheid
- Preregistratie: verwachte uitkomsten kenbaar maken op platform
- Onderzoeksgegevens bewaren en evt beschikbaar stellen
- Reproduceerbaarheid: protocol volgen
Evenwicht zoeken tussen blijvende theoretische vernieuwing en consolidatie bestaande kennis
- Samenvatting (handig= zie boek)
- Kernbegrippen
Hoofdstuk 2: Onderzoeksmethoden
1. De ontwikkeling van hypothesen
Hypothese: expliciete, toetsbare voorspelling al dan niet optreden v/e gebeurtenis
Theorie: georganiseerde set abstracte principes: geobserveerde fenomenen verklaren (lot om overtroffen te worden
door nieuwe theorieën)
1.1 Een goed idee
Gebaseerd op theorie, observatie, intuïtie/persoonlijke ervaringen
1.2 Opzoeken van psychologische literatuur
Nakijken idee literatuur: secundaire (boeken waarin onderzoeken worden samengevat zonder alle info te geven
over oorspronkelijke artikel) en primaire (eigenlijke onderzoek) bronnen
Primaire bronnen opzoeken op zoekmachines als Google scholar/ Web of Science
2. Het operationaliseren van variabelen
Steunend op observatie, ervaring of theorie -> hypothese formuleren
Conceptuele variabelen: variabelen waarop hypothese betrekking heeft, omzetten in manipuleerbare of meetbare
variabelen om hypothesen te toetsen
Operationele variabele: specifieke manier waarop conceptuele variabele wordt gemanipuleerd of gemeten
- Operationele definitie: procedure om c.v. te meten of te manipuleren
Meerdere operationalisaties mogelijk
Geen enkele operationele variabele dekt volledig de conceptuele
- Begripsvaliditeit: mate waarin meetinstrumenten -> meten concept variabelen wat ze bedoelen te meten
Experimentele manipulaties -> manipuleren conceptuele variabelen die ze bedoelen te manipuleren
2.1 Zelfbeschrijving
- Deelnemer beschrijft zelf
- Enkelvoudige/meervoudige vragen die concept meten bv schaal subjectief welbevinden
- Problemen: sociaal wenselijkheid, inwilligingstendens (neiging affirmatief te antwoorden)
- Schalen en schaalankers (helemaal rechts/links aanduiden lijkt bijzonder)
2.2 Gedragsobservatie
- Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: mate waarin verschillende waarnemers overeenstemmen in
waarnemingen (coderen verbale en non-verbale gedragingen)
- Vertekening bij zelfpresentatie (zo goed mogelijk voorstellen in dagelijkse leven)
- Volgorde-effect (KEB-wedstrijd)
- Observatiemethoden goede aanvulling zelfomschrijvingen