Als maar meer elektriciteit
Elektriciteit op atomair niveau
Atoom
o protonen en neutronen in kern (positief en neutraal)
o elektronen (negatief)
o evenveel protonen als elektronen
atoommodel borh
o schillen = 2n²
o volgende schil vorige schil vol
overbrengen van lading
o verplaatsen van elektronen
o buitenste schil = minder hard aangetrokken door kern = vrije elektronen
o minder dan 4 elektronen
afgeven van elektronen
metalen
elektrisch geleidbaar
o meer dan 4 elektronen
isolator
weinig geleidbaar
o 4 elektronen
Halfgeleiders
Potentiaalverschil of spanning
Verplaatsing van lading (Q)
o Grootheid = coulomb ( C)
Spanning = U
o Grootheid = volt (V)
o Staat over een object
Elektrische stroom
Metaal bevat veel elektronen
Verschil in elektronen gelijkverdeling van elektronen in metaal
Elektronenstroom = elektronen die zich verplaatsen
Electrische stroom
o Symbool = I
o Grootheid = ampere A
o 1 coulomb lading per seconden verplaatst
Stroomkring
3 benodigheden
o Potentiaalverschil
Spanningsbron
Zorgt voor ladingsverschil
Probeert elektronenstroom constant te houden
, o Stroom
Potentiaalverschil binden stroom ontstaat
o Weerstand van ohm
Geleider verhindert stroom weerstand is
Wet van ohm
Langere draad = meer weerstand
Verschil in dikte = stroom anders
U =R* I
Spanning = weerstand * stroom
Wet van pouillet
R=pl/A
Weerstand = soortelijke weerstand (ohm*m) * lengte(m) / opp.(m²)
3 groepen
o Gelijders met kleine p
Cu
Fe
o isolatoren met grote p
droge lucht
o halfgeleiders met p afhankelijk van temp. Samenstelling, situatie
diodes, transistors
stroomrichting
stroom = van hoog naar laag potentiaal
elektronenstroom = laag naar hoog
elektrisch vermogen
hoeveelheid energie per seconde
uitgedrukt in Watt (W)
symbool (P)
P = U*I = U² / R = I² * R
Arbeid
Vermogen gedurende bepaalde tijd
Weergegeven in joule (J)
W = P * delta T
1J = 2,778 * 10 tot de -7 kWh
Warmte dissipatie
Energie geen elektriciteit is = warmte
Q = m * C * delta T
Weerstanden
Ohmse weerstand
o Ideaal = constante waarde
o Gekozen op basis van
, Weerstandwaarde
Nauwkeurigheid
Maximaal dissiperen vermogen
o Kleurcodes gebruiken P 12
Temp afhankelijke weerstand
o Gedrag = afhankelijk van materiaal
o Temp 0 – 150 = lineair verband
o R2 = R1(1+ a(t2-t1) )
o A = temp coëfficiënt
Meestal bij 20 graden
Gemiddelde van 0.004 K-1
o Gebruikt bij temp-meters
PTC = positieve temperatuurcoëfficïent
o Weerstandwaarde evenredig met temp
NTC = negatieve temperatuurcoëfficïent
o Weerstandwaarde afnemen bij stijgende temp
VDR = volt afhankelijke weerstand
o Weerstandwaarde hangt af van spanning
o Gebruikt als beveiliging
o Zorgt dat spanning nooit hoger gaat dan de weerstand wil
LDR = lichtafhankelijke weerstand
o Weerstandwaarde afhankelijk van hoeveelheid licht
o Toepassingen
Lichtregeling in serres
Foto-elektrisch oog bij brander
Lichtsluis bij dieren tellen
PDR = drukafhankelijke weerstand
o Weerstandwaarde = afhankelijk van gemeten druk
o Druk meten
Absoluut = t.o.v. vacuüm
Relatief = t.o.v. omgeving
o Toepassing
Hoogtebepaling silo’s
Weersvoorspelling
Vervorming gevoelige weerstand
o D.m.v. rekstrookje
o Vervorming rekking
o Door middel van pouillet nieuwe weerstand berekenen
o Toepassing
Weegbrug
Potentiometer
o Regelbare weerstand
o Op regelbaar punt een aftakking
o 3 aansluitingen
2 totale weerstand
1 aftakpunt
o 2 vormen