TOS behandeling
Uitgangspunten
- Doelen worden geïntegreerd in een betekenisvol, communicatief handelen in de
dagelijkse context
- Betekenisvol aanbieden, bijv. echt een voorwerp aanbieden en onderzoeken
- Werkwijze en materiaal is aangepast aan het cognitief niveau van het kind
- Bij werkwoorden het bijv. echt uitvoeren (bijv. gymparcours)
Stadia taalbegrip
Stadium 1: taalbegrip is niet duidelijk
Stadium 2: taalbegrip tussen 1 en 1,5-jarig niveau
Stadium 3: taalbegrip tussen 1,5 en 2,5-jarig niveau
Stadium 4: taalbegrip tussen 2,5 en 3,5-jarig niveau
Stadium 5: taalbegrip tussen 3,5 en 5-jarig niveau
Stadium 1
- Pre- symbolisch niveau (kinderen begrijpen niet de betekenisfunctie van taal)
- Kind is nog sterk verbonden met directe lichamelijke belevingen
- Horen, zien voelen en bewegen
- Woorden worden verbonden aan bekende voorwerpen
Therapie
- Imitatie stimuleren
- Woorden benoemen waar het kind interesse in heeft
- Boekjes lezen om taalbegrip te vergroten (voelboekjes bijv.)
- 3D materiaal
- Liedjes: hoofd, schouders, knie en teen
- Ouders: alles benoemen
- Woordenschat, wees bezig met eenwoorduitingen
Werkvormen
- Bewegingen eigen lichaam
- Schoot- en wiegliedjes
- Wijzen en benoemen
- Kiekeboe spelletjes
- Zoekspelletjes
Samenvatting
- Aansluiten bij ontwikkelingsniveau
- Spelen op eenvoudig niveau
- Taal aanbieden bij handelingen in eenwordingen
- Ouders aanwezig bij therapie, model zijn voor ouders
- Ouders: taalaanbod, kort en eenvoudig
, Stadium 2: taalbegrip tussen 1 en 1,5-jarig niveau
- Pre symbolisch niveau, maar op het punt dit te verlaten
- Ontdekken dat bepaalde voorwerpen of situaties betekenis hebben
- Nu kan het kind bij testmateriaal aangeven wat bv een lepel is
Therapie
- Woorden uitbreiden, herkenbare plaatjes, liefst 3D materiaal
- Veel voorlezen
- Herhalingen
- Liedjes met gebaren
- Interesse in taal wekken
- Imitatie
Samenvatting
- Aansluiten bij ontwikkelingsniveau
- Spelen met kind uitgaande van sensomotorische spelletjes
- Prentenboek voorlezen
- Taalgebruik: een en tweewoorduitingen
- Ouders: aanwezig, logopedist is model voor ouders
Stadium 3 taalbegrip tussen 1,5 en 2,5-jarig niveau
- Symbolisch niveau, besef dat woorden verwijzen naar voorwerpen
- Bewust van verwijzende functie van woorden
- Eenvoudige opdrachtjes kan het kind uitvoeren
- Kind wordt onderdeel van de wereld
Therapie
- Spelen met het kind: bv pak het paard
- Knutselen
- Liedjes zingen: interactief
- Prentenboekje: dingen laten benoemen, kind ‘leest voor’
Samenvatting
- Kind moet creatief leren omgaan met de betekenisfunctie van de taal
- Subjectieve (wat je ziet) en objectieve (wat je voelt) ervaringen worden
gespreksonderwerp
- Taalgebruik: tweewoordsuiting
- Wederkerigheid in therapeutische proces is heel belangrijk
- Ouders: aanwezig, gereduceerd taalaanbod bij bv voorlezen
Uitgangspunten
- Doelen worden geïntegreerd in een betekenisvol, communicatief handelen in de
dagelijkse context
- Betekenisvol aanbieden, bijv. echt een voorwerp aanbieden en onderzoeken
- Werkwijze en materiaal is aangepast aan het cognitief niveau van het kind
- Bij werkwoorden het bijv. echt uitvoeren (bijv. gymparcours)
Stadia taalbegrip
Stadium 1: taalbegrip is niet duidelijk
Stadium 2: taalbegrip tussen 1 en 1,5-jarig niveau
Stadium 3: taalbegrip tussen 1,5 en 2,5-jarig niveau
Stadium 4: taalbegrip tussen 2,5 en 3,5-jarig niveau
Stadium 5: taalbegrip tussen 3,5 en 5-jarig niveau
Stadium 1
- Pre- symbolisch niveau (kinderen begrijpen niet de betekenisfunctie van taal)
- Kind is nog sterk verbonden met directe lichamelijke belevingen
- Horen, zien voelen en bewegen
- Woorden worden verbonden aan bekende voorwerpen
Therapie
- Imitatie stimuleren
- Woorden benoemen waar het kind interesse in heeft
- Boekjes lezen om taalbegrip te vergroten (voelboekjes bijv.)
- 3D materiaal
- Liedjes: hoofd, schouders, knie en teen
- Ouders: alles benoemen
- Woordenschat, wees bezig met eenwoorduitingen
Werkvormen
- Bewegingen eigen lichaam
- Schoot- en wiegliedjes
- Wijzen en benoemen
- Kiekeboe spelletjes
- Zoekspelletjes
Samenvatting
- Aansluiten bij ontwikkelingsniveau
- Spelen op eenvoudig niveau
- Taal aanbieden bij handelingen in eenwordingen
- Ouders aanwezig bij therapie, model zijn voor ouders
- Ouders: taalaanbod, kort en eenvoudig
, Stadium 2: taalbegrip tussen 1 en 1,5-jarig niveau
- Pre symbolisch niveau, maar op het punt dit te verlaten
- Ontdekken dat bepaalde voorwerpen of situaties betekenis hebben
- Nu kan het kind bij testmateriaal aangeven wat bv een lepel is
Therapie
- Woorden uitbreiden, herkenbare plaatjes, liefst 3D materiaal
- Veel voorlezen
- Herhalingen
- Liedjes met gebaren
- Interesse in taal wekken
- Imitatie
Samenvatting
- Aansluiten bij ontwikkelingsniveau
- Spelen met kind uitgaande van sensomotorische spelletjes
- Prentenboek voorlezen
- Taalgebruik: een en tweewoorduitingen
- Ouders: aanwezig, logopedist is model voor ouders
Stadium 3 taalbegrip tussen 1,5 en 2,5-jarig niveau
- Symbolisch niveau, besef dat woorden verwijzen naar voorwerpen
- Bewust van verwijzende functie van woorden
- Eenvoudige opdrachtjes kan het kind uitvoeren
- Kind wordt onderdeel van de wereld
Therapie
- Spelen met het kind: bv pak het paard
- Knutselen
- Liedjes zingen: interactief
- Prentenboekje: dingen laten benoemen, kind ‘leest voor’
Samenvatting
- Kind moet creatief leren omgaan met de betekenisfunctie van de taal
- Subjectieve (wat je ziet) en objectieve (wat je voelt) ervaringen worden
gespreksonderwerp
- Taalgebruik: tweewoordsuiting
- Wederkerigheid in therapeutische proces is heel belangrijk
- Ouders: aanwezig, gereduceerd taalaanbod bij bv voorlezen