100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Mycologie en virologie

Rating
-
Sold
-
Pages
53
Uploaded on
02-06-2022
Written in
2021/2022

samenvatting voor het examen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 2, 2022
Number of pages
53
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Virologie
Hoofdstuk 1
Wat is een virus?

Een infectieus, obligaat intracellulaire parasiet bestaande uit gen. Mat. (DNA of RNA) omgeven door
een eiwit jas en/of enveloppe afgeleid van een gastheercelmembraan.

Virus = org met 2 fasen: virion en geïnfecteerde cel

Virion:

- Volledig virus
- Zeer klein
- Bevat 1 molecule DNA of RNA in een eiwitmantel
- Soms extra lagen
- Niet in staat onafh v levende cellen te reproduceren:
obligaat intracellulaire parasieten

(naakt virus enkel uit erfelijk materiaal met daarrond eiwitmantel of capside bv buikgriepvirussen)

(enveloppe virus: rond capside nog extra laag = fosfolipiden dubbellaag, groene uitsteeksels: eiwitten
viraal ofwel spikes genoemd, met deze spikes: virus cel kan binnendringen)

Welke type meest bij de mens voor? (examen)

Allebei evenveel voor

Welke type meest kwetsbaar? (examen)

Virussen met enveloppe kwetsbaarder, deze spikes in biologisch membraan (fosfoli.) deze kapot dus
spikes verdwijnen virus zonder spikes niet meer gevaarlijk. Bij naakt spikes in eiwitmantel deze is
steviger dan fosfolipidenlaag, moeilijker te bestrijden en langer infectieus)

Grootte-orde

- Nanometer: 10 -9 meter
- Alfa helix in proteïne: 1nm diameter
- DNA: 2nm diameter
- Ribosoom: 20 nm diameter
- Poliovirus: 30 nm
- Pandoravirus: 1000nm

Capside

- Grote macromolecule structuren v EW
- Bescherming viraal gen mat + hulp bij transfer tussen gastheercellen

Functie capside:

- Bescherming van het genoom: stabiel, bezig van herkenningspunten dat nucleïnezuur
herkent en verpakt kan worden, bij naakte virussen structuren aanwezig zodat sleutel in slot
past voor interactie tussen capside en celmembraan gastheercel
- Afleveren gen mat en overbrengen ene cel naar volgend slachtoffer: receptoren herkennen,
gemakkelijk ontmantelen, erf mat op juiste plek in cel wordt afgeleverd

,Viruspartikels zijn metastabiel

- Ene kant heel sterk zijn om genoom in buitenwereld beschermen (stabiel)
- Ook gemakkelijk ontmantelen om gen mat vlotjes vrij te kunnen geven (onstabiel)

Hoe is metastabiel verkregen worden?

- Stabiliteit door heel grote symmetrie aanwezig: identieke eiwitten die altijd zelfde manier
contact gaan maken => stevige symmetrische structuur
- Onstabiliteit verkregen door onderdeeltjes zelf zijn niet covalent aan elkaar gebonden,
bindingen zijn los, 1 blokje verwijderen kan alles heel makkelijk openplooien

2 belangrijke regels voor opbouw virus

- 1 soort bouwsteentje die altijd op identieke manier aan zijn buren gaan plakken =>
symmetrie en self-assembly system: deze deeltjes mengt in proefbuis vanzelf aan elkaar
plakken en symmetrisch Omhulsel gaat vormen
- Tegen elkaar plakken op niet-covalente manier: niet sterke band

Self-assembly

- Vele capside proteine kunnen zelf in elkaar gaan in ‘virus-like particles’ (VLPs)

Ander woord subunit is protomeer

Nucleocapside: geheel van eiwitten tegen nucleïnezuur plakken

Icosahedrale capside ofwel 20-vlakken

- Kubische symmetrie: basisstructuur: icosaëder = regelmatig 20-vlak
- 1 vd meest voorkomende vormen in natuur




Virussen met capsiden met een complexe symmetrie

Bv. bacteriofagen

,Virale enveloppen & enzymen

- Veel virussen met een uitwendig, flexibel membraan: de enveloppe
- Bij eukaryote virussen ook spikes aanwezig (EW gecodeerd door virus) => oa. Nodig bij het
herkennen & binnendringen vd gastheercel
- Bv influenza virus, coronavirussen

Covid-19

- 3 spikes: E, S en M
- S: voor binnendringen menselijke cellen (in de ACE-2 past deze) (Angiotensin converting
enzyme)

Enzymen

- Meestal in capside
- Bekende virale enzyme: enzym uit retrovirussen: reverse transcriptase

Virale nucleïnezuren

- Enkelstrengig of dubbelstrengig DNA of RNA
- Grootte varieert
- Genomen zijn lineair of circulair

Belangrijk: van welk nucleïnezuur het virus vertrekt, elk virus zorgt ervoor dat er mRNA word
afgelezen door gastheer ribosomen => obv deze tactiek noemt men de Baltimore classification

mRNA: kan rechtstreeks getransleerd worden in
ribosomen deze oriëntatie is + oriëntatie

DNA met dezelfde polariteit ook +

complementaire strengen –

(7 klassen: altijd tot mRNA)



Virus levende gastheercel nodig

Kweek virussen:

- Levende gastheercel nodig (welke afh van welk soort virus je wilt onderzoeken)
- Bv plantenvirussen dan plantencellen gebruiken

Dierlijke virussen

- Proefdieren
- Eieren
- Celculturen (bv HeLa): monolagen van dierlijke cellen, cytopatische effecten (CPE) (kan
gekweekt worden in labo), macro- of microscopische degeneratieve veranderingen of
abnormaliteiten in gastheercellen

Primaire celculturen: vers opgestart vertrekkende vanuit weefsel of orgaan nadeel: eindig, maar
aantal x passeren/ uitplaten en dan sterven ze af

Continue cellijnen: oneindig verder kweken, onsterfelijke cellen bv kankercellen bv HeLa

, Links: intacte celcultuur, monolaag, netjes tegen elkaar

Naar rechts onder: meer drie of vierhoekige epitheelcellen
beschadigd door virus: loskomen en opbollen cellen




Kweek virussen v bacteriën?

Bacteriofagen (= virussen die bacteriën infecteren)

- Meestal in bouillon of op agar gegroeide jonge culturen van bacteriën
- Reproductie virussen: bouillon wordt helder, plaques op agar (cirkelvormige plekken op
plaat)

Plantenvirussen

- Celculturen van plantencellen
- Protoplast culturen
- Volledige planten

Detectie van virussen of virale componenten

4 detectietechnieken:

- Virussen zelf: minst gebruikte techniek, virussen super klein, elektronenmicroscoop duur,
beperkte gevoeligheid, toepassing: detectie rotavirus in faecesstaal
- Infectie: tekenen die aanwezigheid gaan verklappen van virale infectie => verklaart virus
aanwezigheid (2)
- Virale AG (3)
- Virale NZ (nucleïnezuren): belangrijk, meest gebruikt nu (4)

Detectie infectie (2)

- Celcultuur
- Alleen infectieuze virussen aantonen (nadeel)
- Detectie CPEs (= cytopathogene effecten)
- Bv poliovirussen of herpesvirussen

Detectie virale antigenen (3)

- Mbv specifieke gelabelde antisera of monoklonale AL
- Enzym-linked immunosorbent assay (ELISA): detecting viral antigens or antibodies

Detectie virale NZ (4)

- Hybridisatie: sequentie specifieke DNA-probes bv membraan op southern (DNA) of
northernblotting (RNA)
- PCR (met real time PCR ook kwantificatie mogelijk)
$15.53
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
kellyvandenbrande
2.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
kellyvandenbrande Karel de Grote-Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
3 year
Number of followers
6
Documents
16
Last sold
7 months ago

2.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions