“klinische instabiliteit” (theoretische achtergrond)
Het begrip waar we in deze les verder op ingaan is cervical motor impairment. We noemen dit ook klinische instabiliteit. Er is reeds een
kennisclip omtrent motor control impairment in de lage rug. Er zal dus een deel herhaling zijn, maar we zullen ook extra toelichting krijgen
specifiek over de nek.
1. “Instabiliteit”
1.1. Types
- Mechanisch: traumata, fractuur, dislocaties -> rode vlag ! Neurochirurgie
- Functioneel: “cervical motor control impairment” (synoniemen: movement control dysfunction, movement system impairment,
segmentale instabiliteit, klinische instabiliteit)
Er zijn 2 types die we moeten onderscheiden. Er is een mechanisch en functioneel aspect. Mechanisch is in de nek bijna altijd een rode vlag
en daar doen wij als kinesitherapeut weinig mee. Moet meestal neurochirurgisch opgelost worden. Als je bv. een breuk van de nek
vermoedt, dan stuur je deze meteen door naar het spoed.
2. Cervical motor control impairment
2.1. Klinische kenmerken (Cook et al. 2005)
- Scherpe/herkenbare pijn bij plotse bewegingen
- Klachten verminderen in onbelaste houdingen (o.a. liggende houding)
- Klikkende, poppende en/of plotse spieraanspanning of verkramping bij bepaalde hoofd/nek bewegingen
- Klachten verminderen met steun van buitenaf, bv: handen die hoofd/nek ondersteunen of een halskraag
- Moeite met of het hoofd niet rechtop kunnen houden (gaat meer over een gevoel dan het fysiek niet in staat zijn)
- Angst voor beweging
- Een zwaar gevoel van het hoofd
- Klachten bij lang in dezelfde houding zitten, bv: lang aan bureau of in cinema zitten
- Geen continue zeurende klachten, maar sporadisch opkomende klachten/pijn
- Banale bewegingen geven al klachten
- Instabiel gevoel hebben en/of schokken, trillen van hoofd
- De nood voelen om de nek zelf te kraken (net zoals bij de lage rug)
- De nek blokkeert of zit vast bij bepaalde bewegingen
- Een geschiedenis van nekklachten of trauma bv: hoofd gestoten of nek geforceerd (vaak pijn waarmee ze kunnen leven maar
wordt erger na verloop van tijd waardoor ze toch naar de kine gaan)
- Spieren voelen verkort of stijf aan
- Tijdelijke verbetering met klinische manipulaties, bv: de nek kraken geeft tijdelijk vermindering van de klachten
Het is onmogelijk om te zeggen hoeveel van die kenmerken er bij een patiënt moeten voorkomen vooraleer we echt kunnen spreken over
motor control impairment. In de praktijk zal je wel merken dat de meeste patiënten meerdere van deze kenmerken vertonen. Veel van deze
info is ook anamnestisch, dus van veel van deze kenmerken zullen we al op de hoogte zijn alvorens we starten aan het lichamelijk
onderzoek. Een goede history taking is dus heel belangrijk bij motor control impairment!
Als er geen contra-indicaties zijn, is het perfect mogelijk om deze patiënten te manipuleren en die klachten even te verlichten, maar op
lange termijn zal dat geen oplossing zijn.