Samenvatting Chemie
1. Chemische binding en isomerie
1) 0 < EN < 1,7: covalent ➔ gedeeltelijke elektronentransfer (gemeenschappelijke
elektronenparen)
a. H2 = H – H
2) 1,7 < EN: ion binding ➔ elektronentransfer (elektronen uitwisselen)
a. NaCl ➔ Na+ + Cl-
Elektronegativiteit = neiging om elektron naar zich toe te trekken
Polaire covalente binding = covalente binding waarbij elektronenpaar niet gelijk verdeeld is
Radicaal = molecuul met een oneven aantal ongepaarde elektronen
Catenatie = het vermogen om een ketting te vormen als gevolg van bindingen tussen
dezelfde atomen
Isomeren = moleculen met dezelfde atomen, maar andere verbindingen
- Molecuulformule = geeft aantal verschillende atomen in het molecuul
- Structuurformule = geeft de schikking van de atomen
Voorbeeld: C2H6O
1) Ethanol: CH3 – CH2 – OH
2) Methoxymethaan: CH3 – O – CH3
C – atoom kan 4 soorten bindingen hebben:
1)
SG = 4 ➔ 4 equivalente hybride orbitalen
➔ Zelfde vorm en energie, maar andere oriëntatie (109,5°)
2)
SG = 3 ➔ 3 orbitalen
➔ 120°
3)
SG = 2 ➔ 2 orbitalen
➔ 180° (voor-achter en boven-onder)
- Eerste binding is -binding
- Tweede en derde binding is -binding
o Verder van de kern
▪ Minder aantrekking ➔ makkelijk te breken
,Resonantie = meerdere structuren met identieke schikking van atomen, maar verschillende
schikking van elektronen
Verkorte structuurformules:
1) n-pentaan: CH3(CH2)3CH3
2) isopentaan: (CH3)2CHCH2CH3
3) neopentaan: (CH3)4C
4) De kortste maner is de weergave als lijnen: elk hoekpunt is een koolstofatoom
Formele lading = #valentie e- van het atoom – (#bindingen + #losse e-)
Pijlen gebruiken:
1) Gewone pijl = verplaatsing van 2 elektronen
2) Vishaakpijl = verplaatsing van 1 elektron (volgens radicalen)
➔Pijlen in richting van verplaatsing
Classificatie van bindingen volgens de keten:
1) Acyclisch
a. Niet cyclisch
b. Hebben een keten, maar geen ringvorm
2) Carbocyclisch
a. Bevat ringen van koolstofatomen
3) Heterocyclisch
a. Grootste groep organische structuren
b. Minstens 1 atoom in de ring is geen koolstof
,Classificatie op basis van verbindingen:
1) Enkel koolstof
a. Alkanen, alkenen, alkynen, aromaten (benzeenring)
2) Met halogenen
a. Halogeenverbindingen (F, Cl, Br, I)
3) Met zuurstof
a. Alkanolen, alkoxyalkanen, carbonylverbindingen, carbonzuren en derivaten
4) Met stikstof
a. Amines en amides
2. Alkanen en cycloalkanen
Koolwaterstoffen: verbindingen die enkel uit C en H bestaan
1) Verzadigde KWS: geen meervoudige bindingen bv. alkanen, cycloalkanen
2) Onverzadigde KWS: meervoudige bindingen bv. alkenen, alkynen, aromatische KWS
2.1. Alkanen
- Algemene formule: CnH2n+2
- Bevat het maximaal aantal H-atomen per C-atoom ➔ verzadigd
- Onvertakte alkanen ➔ normale alkanen
- We gebruiken vaak het symbool R om de C-keten voor te stellen
2.2. Naamgeving en structuur van alkanen
1) Triviale naam
2) IUPAC naam (eerte 10 kennen!!)
2.3. IUPAC-regels voor naamgeving
1) Methaan
2) Ethaan
3) Propaan
4) Butaan
5) Pentaan
6) Hexaan
7) Heptaan
8) Octaan
9) Nonaan
10) Decaan
- Indien we een functionele groep hebben, afgeleid van een alkaan, maar met een H
minder is dit een alkyl
o Bv. CH4 = methaan ➔ CH3 = methyl
- De keten wordt genummerd zodat de eerste substituent het laagste nummer krijgt
- Voor 2 identieke groepen gebruiken we een prefix (di-,tri-,tetra-,…)
, - Bij verschillende groepen worden deze alfabetisch vernoemd
- Prioriteitsregels
2.4. Alkyl en halogeen substituties
Alkaan (RH) ➔ alkyl (R-)
- We kunnen het weggenomen H-atoom vervangen door een halogeen
o Halogeensubstitutie!
Alkylen:
1) Methyl
2) Ethyl
3) Propyl, isopropyl
a. Isopropyl middelste van de 3
1. Chemische binding en isomerie
1) 0 < EN < 1,7: covalent ➔ gedeeltelijke elektronentransfer (gemeenschappelijke
elektronenparen)
a. H2 = H – H
2) 1,7 < EN: ion binding ➔ elektronentransfer (elektronen uitwisselen)
a. NaCl ➔ Na+ + Cl-
Elektronegativiteit = neiging om elektron naar zich toe te trekken
Polaire covalente binding = covalente binding waarbij elektronenpaar niet gelijk verdeeld is
Radicaal = molecuul met een oneven aantal ongepaarde elektronen
Catenatie = het vermogen om een ketting te vormen als gevolg van bindingen tussen
dezelfde atomen
Isomeren = moleculen met dezelfde atomen, maar andere verbindingen
- Molecuulformule = geeft aantal verschillende atomen in het molecuul
- Structuurformule = geeft de schikking van de atomen
Voorbeeld: C2H6O
1) Ethanol: CH3 – CH2 – OH
2) Methoxymethaan: CH3 – O – CH3
C – atoom kan 4 soorten bindingen hebben:
1)
SG = 4 ➔ 4 equivalente hybride orbitalen
➔ Zelfde vorm en energie, maar andere oriëntatie (109,5°)
2)
SG = 3 ➔ 3 orbitalen
➔ 120°
3)
SG = 2 ➔ 2 orbitalen
➔ 180° (voor-achter en boven-onder)
- Eerste binding is -binding
- Tweede en derde binding is -binding
o Verder van de kern
▪ Minder aantrekking ➔ makkelijk te breken
,Resonantie = meerdere structuren met identieke schikking van atomen, maar verschillende
schikking van elektronen
Verkorte structuurformules:
1) n-pentaan: CH3(CH2)3CH3
2) isopentaan: (CH3)2CHCH2CH3
3) neopentaan: (CH3)4C
4) De kortste maner is de weergave als lijnen: elk hoekpunt is een koolstofatoom
Formele lading = #valentie e- van het atoom – (#bindingen + #losse e-)
Pijlen gebruiken:
1) Gewone pijl = verplaatsing van 2 elektronen
2) Vishaakpijl = verplaatsing van 1 elektron (volgens radicalen)
➔Pijlen in richting van verplaatsing
Classificatie van bindingen volgens de keten:
1) Acyclisch
a. Niet cyclisch
b. Hebben een keten, maar geen ringvorm
2) Carbocyclisch
a. Bevat ringen van koolstofatomen
3) Heterocyclisch
a. Grootste groep organische structuren
b. Minstens 1 atoom in de ring is geen koolstof
,Classificatie op basis van verbindingen:
1) Enkel koolstof
a. Alkanen, alkenen, alkynen, aromaten (benzeenring)
2) Met halogenen
a. Halogeenverbindingen (F, Cl, Br, I)
3) Met zuurstof
a. Alkanolen, alkoxyalkanen, carbonylverbindingen, carbonzuren en derivaten
4) Met stikstof
a. Amines en amides
2. Alkanen en cycloalkanen
Koolwaterstoffen: verbindingen die enkel uit C en H bestaan
1) Verzadigde KWS: geen meervoudige bindingen bv. alkanen, cycloalkanen
2) Onverzadigde KWS: meervoudige bindingen bv. alkenen, alkynen, aromatische KWS
2.1. Alkanen
- Algemene formule: CnH2n+2
- Bevat het maximaal aantal H-atomen per C-atoom ➔ verzadigd
- Onvertakte alkanen ➔ normale alkanen
- We gebruiken vaak het symbool R om de C-keten voor te stellen
2.2. Naamgeving en structuur van alkanen
1) Triviale naam
2) IUPAC naam (eerte 10 kennen!!)
2.3. IUPAC-regels voor naamgeving
1) Methaan
2) Ethaan
3) Propaan
4) Butaan
5) Pentaan
6) Hexaan
7) Heptaan
8) Octaan
9) Nonaan
10) Decaan
- Indien we een functionele groep hebben, afgeleid van een alkaan, maar met een H
minder is dit een alkyl
o Bv. CH4 = methaan ➔ CH3 = methyl
- De keten wordt genummerd zodat de eerste substituent het laagste nummer krijgt
- Voor 2 identieke groepen gebruiken we een prefix (di-,tri-,tetra-,…)
, - Bij verschillende groepen worden deze alfabetisch vernoemd
- Prioriteitsregels
2.4. Alkyl en halogeen substituties
Alkaan (RH) ➔ alkyl (R-)
- We kunnen het weggenomen H-atoom vervangen door een halogeen
o Halogeensubstitutie!
Alkylen:
1) Methyl
2) Ethyl
3) Propyl, isopropyl
a. Isopropyl middelste van de 3