WEEK 1.
Waarborgfunctie: Als je niet meer kan werken krijg je een uitkering. De inkomenszekerheid
is altijd op minimumniveau. Dit is voldoende voor een menswaardig bestaan.
Soorten:
1. Volksverzekeringen:
o Kring van verzekerden: Alle ingezeten in Nederland
o Financiering: Premies van de inkomstenbelasting. Hoogte is gerelateerd aan
minimumloon. In beginsel geen inkomens of vermogenstoets (uitzonderingen
mogelijk)
o Duur: Niet beperkt, zolang kwalificatie voortduurt. Niet afhankelijk van het
inkomensverleden.
o Uitvoering: SVB, Zorgkantoren en Ziektekostenverzekeraars
o Voorwaarden: Alle ingezetene van Nederland van rechtswege.
2. Werknemersverzekeringen:
o Kring van verzekerden: Alle werknemers.
o Financiering: Premieheffing gebaseerd op het loon. Via loonheffing op het
inkomen of zelfstandige via aanslag over inkomen. De hoogte is dus
loongerelateerd. GEEN vermogens of inkomenstoets.
o Duur: Beperkt, afhankelijk van arbeidsverleden.
o Uitvoering: UWV
o Voorwaarden: Alle werknemers zijn verplicht voor de werknemersverzekeringen.
3. Sociale voorzieningen:
o Kring van verzekerden: Iedere Nederlander en legaal verblijvende vreemdeling.
o Financiering: Algemene middelen via belasting. Hoogte gerelateerd aan
minimumloon, gezinssituatie, en er is wel een inkomen/vermogenstoets.
o Duur: Niet beperkt, zolang het inkomen onder sociale minimum is en er behoefte
aan voorziening bestaat.
o Uitvoering: Gemeente, UWV, SVB
o Voorwaarden: Vangnetregeling, er is geen voorliggende voorziening.
Participatiewet (19 Pw):
Lid 1: Onverminderd Paragraaf 2.2 heeft de alleenstaande of het gezin recht op algemene
bijstand indien;
a. Het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm
b. Er geen in aanmerking te nemen vermogen is
VOORWAARDEN:
1. Onverminderd Paragraaf 2.2: Artikelen 11 tot met 16 Pw.
- 11 Pw: Rechthebbende. Uitzondering van Europeanen die werken in Nederland.
- 12 Pw: Onderhoudsplicht ouders. Als je jonger bent dan 21 kan je geen bijstand
krijgen, tenzij je ouders de middelen niet hebben of niet mee willen werken.
- 13 Pw: Uitsluiting. Geen recht op bijstand.
, - 14 Pw: Niet-noodzakelijke kosten.
- 15 Pw: Voorliggende voorziening. In artikel 5 Pw staat de betekenis van de
voorliggende voorziening.
- 16 Pw: Dringende redenen.
2. Alleenstaande of gezin. Artikel 4 Pw.
3. Recht op algemene bijstand. Artikel 5 Pw.
4. Inkomen lager dan de bijstandsnorm. Artikel 31, 32, 33, 34 Pw.
5. Er is geen in aanmerking te nemen vermogen.
WEEK 2.
Hoogte bijstand (19 lid 2 Pw): De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het
inkomen en de bijstandsnorm. Hangt af van leeftijd en samenlevingsvormen. De normen
worden ieder half jaar gewijzigd.
Normen:
- 19a: kostendelende medebewoner
- 20: Jongerennorm
- 21: Normen 21 – pensioen. Onder a de alleenstaande of alleenstaande ouder en
onder b gehuwden.
- 22: Normen pensioengerechtigde.
- 22a: Kostendelersnorm.
Samenlevingsvormen:
Artikel 3: Gezamenlijke huishouding en woning.
Artikel 4: Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin.
Kostendelennorm: Als je 21+ bent en in dezelfde woning woont als de bijstandsgerechtigde,
ben je een kostendelende medebewoner. Geen partner, relatie of student. Bij B ALTIJD de
gehuwden norm toepassen
Middelen (31 Pw): Alle middelen worden gekort op de bijstandsuitkering tenzij lid 2 artikel
31.
1. Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend.
2. Waarover het alleenstaande gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken
3. Tot de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende
door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen.
4. NIET tot de middelen van belanghebbende worden gerekend:
N: eerste 6 maanden mag 25% worden gehouden van de inkomsten.
R: alleenstaande ouder 12,5%
Inkomen (32 Pw):
1. Onder inkomen wordt verstaan de middelen voor zover deze betreffen:
2. Inkomsten uit…
Waarborgfunctie: Als je niet meer kan werken krijg je een uitkering. De inkomenszekerheid
is altijd op minimumniveau. Dit is voldoende voor een menswaardig bestaan.
Soorten:
1. Volksverzekeringen:
o Kring van verzekerden: Alle ingezeten in Nederland
o Financiering: Premies van de inkomstenbelasting. Hoogte is gerelateerd aan
minimumloon. In beginsel geen inkomens of vermogenstoets (uitzonderingen
mogelijk)
o Duur: Niet beperkt, zolang kwalificatie voortduurt. Niet afhankelijk van het
inkomensverleden.
o Uitvoering: SVB, Zorgkantoren en Ziektekostenverzekeraars
o Voorwaarden: Alle ingezetene van Nederland van rechtswege.
2. Werknemersverzekeringen:
o Kring van verzekerden: Alle werknemers.
o Financiering: Premieheffing gebaseerd op het loon. Via loonheffing op het
inkomen of zelfstandige via aanslag over inkomen. De hoogte is dus
loongerelateerd. GEEN vermogens of inkomenstoets.
o Duur: Beperkt, afhankelijk van arbeidsverleden.
o Uitvoering: UWV
o Voorwaarden: Alle werknemers zijn verplicht voor de werknemersverzekeringen.
3. Sociale voorzieningen:
o Kring van verzekerden: Iedere Nederlander en legaal verblijvende vreemdeling.
o Financiering: Algemene middelen via belasting. Hoogte gerelateerd aan
minimumloon, gezinssituatie, en er is wel een inkomen/vermogenstoets.
o Duur: Niet beperkt, zolang het inkomen onder sociale minimum is en er behoefte
aan voorziening bestaat.
o Uitvoering: Gemeente, UWV, SVB
o Voorwaarden: Vangnetregeling, er is geen voorliggende voorziening.
Participatiewet (19 Pw):
Lid 1: Onverminderd Paragraaf 2.2 heeft de alleenstaande of het gezin recht op algemene
bijstand indien;
a. Het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm
b. Er geen in aanmerking te nemen vermogen is
VOORWAARDEN:
1. Onverminderd Paragraaf 2.2: Artikelen 11 tot met 16 Pw.
- 11 Pw: Rechthebbende. Uitzondering van Europeanen die werken in Nederland.
- 12 Pw: Onderhoudsplicht ouders. Als je jonger bent dan 21 kan je geen bijstand
krijgen, tenzij je ouders de middelen niet hebben of niet mee willen werken.
- 13 Pw: Uitsluiting. Geen recht op bijstand.
, - 14 Pw: Niet-noodzakelijke kosten.
- 15 Pw: Voorliggende voorziening. In artikel 5 Pw staat de betekenis van de
voorliggende voorziening.
- 16 Pw: Dringende redenen.
2. Alleenstaande of gezin. Artikel 4 Pw.
3. Recht op algemene bijstand. Artikel 5 Pw.
4. Inkomen lager dan de bijstandsnorm. Artikel 31, 32, 33, 34 Pw.
5. Er is geen in aanmerking te nemen vermogen.
WEEK 2.
Hoogte bijstand (19 lid 2 Pw): De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het
inkomen en de bijstandsnorm. Hangt af van leeftijd en samenlevingsvormen. De normen
worden ieder half jaar gewijzigd.
Normen:
- 19a: kostendelende medebewoner
- 20: Jongerennorm
- 21: Normen 21 – pensioen. Onder a de alleenstaande of alleenstaande ouder en
onder b gehuwden.
- 22: Normen pensioengerechtigde.
- 22a: Kostendelersnorm.
Samenlevingsvormen:
Artikel 3: Gezamenlijke huishouding en woning.
Artikel 4: Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin.
Kostendelennorm: Als je 21+ bent en in dezelfde woning woont als de bijstandsgerechtigde,
ben je een kostendelende medebewoner. Geen partner, relatie of student. Bij B ALTIJD de
gehuwden norm toepassen
Middelen (31 Pw): Alle middelen worden gekort op de bijstandsuitkering tenzij lid 2 artikel
31.
1. Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend.
2. Waarover het alleenstaande gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken
3. Tot de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende
door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen.
4. NIET tot de middelen van belanghebbende worden gerekend:
N: eerste 6 maanden mag 25% worden gehouden van de inkomsten.
R: alleenstaande ouder 12,5%
Inkomen (32 Pw):
1. Onder inkomen wordt verstaan de middelen voor zover deze betreffen:
2. Inkomsten uit…