Registergoederen, art 3:10 BW,
Samenvatting – IGRV
intekenen art 3:16 BW
INTRODUCTIE IN HET GOEDERENRECHT EN BEGRIPPEN
Goederen, art 3:1 BW Niet-registergoederen
Vermogensrechten, art Zaken, art 3:2 BW
3:6 BW
Relatief Absoluut Roerende zaken, art Onroerende zaken, art
(verbintenissenrecht) (goederenrecht) 3:3 lid 2 BW 3:3 lid 1 BW
Goederenrechtelijke Voortbrengselen van Bestanddelen, art 3:4
rechten, art 3:81 BW de geest BW
Zakelijke rechten Zaken en
vermogensrechten
Boek 5 Boek 3
Eigendom Pand
Erfpacht Hypotheek
Erfdienstbaarheid Vruchtgebruik
Opstal
Appartement
GOEDEREN, ZAKEN EN VERMOGENSRECHTEN
Artikel 3:1 BW: alle zaken en alle vermogensrechten zijn goederen.
ZAAK
Artikel 3:2 BW:
• Voor menselijke beheersing vatbaar
• Stoffelijk object
Art 3:2a lid 1 BW: dieren zijn geen zaken.
,VERMOGENSRECHTEN
Een recht met een waarde die in geld is uit te drukken.
Art 3:6 BW:
• Rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn, of
• Die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, of
• Die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
OVERDRAAGBAAR
Een eigenaar van een bepaald recht mag dit recht (alleen of tezamen met een ander recht)
overdragen aan een ander, voorbeeld; eigendom.
STOFFELIJK VOORDEEL
Deze zijn erop gericht de eigenaar stoffelijk (materieel) voordeel te verschaffen.
IN RUIL VOOR STOFFELIJK VOORDEEL
Rechten die zijn verkregen in ruil voor of in ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel.
Voorbeeld: Jan kan niet zo goed lopen en spreekt met Klaas, zijn buurman, af dat Klaas
boodschappen voor hem doet in ruil voor een wekelijkse vergoeding. Boodschappen doen is
het recht en het stoffelijk voordeel is de vergoeding.
ROERENDE EN ONROERENDE ZAKEN
ONROERENDE ZAKEN
Art 3:3 lid 1 BW:
• De grond
• Delfstoffen die nog niet zijn gewonnen
• Beplantingen die met de grond zijn verenigd
• Gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd
• Werken die duurzaam met de grond zijn verenigd
• Gebouwen of werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam met
de grond zijn verenigd
PORTACABIN
Een Portacabin is een keet, deze kan verplaatst worden. Maar is dit nou een onroerende zaak of een
roerende zaak? De Hoge Raad heeft hier in 1997 een belangrijke uitspraak over gedaan in het
zogenoemde Portacabin-arrest. De Portacabin in deze zaak werd aangesloten op riolering,
elektriciteit etc. en werd gebruik als een kantoor. De eigenaar meende dat het een roerende zaak
was en de tegenpartij meende dat het een onroerende zaak was. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat
omdat de keet gebruikt werd als een kantoor, deze duurzaam ter plaatse zou blijven waardoor het
een onroerende zaak werd in de zin van art 3:3 BW.
, ROERENDE ZAKEN
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
HOOFDZAAK EN BESTANDDEEL
Art 3:4 BW
Lid 1:
Hetgeen volgens in het verkeer geldende opvattingen onderdeel uitmaakt van een zaak is
een bestanddeel.
Lid 2:
• Zodanig met een hoofdzaak verbonden
• Kan niet worden afgescheiden zonder schade te maken
Is het een bestanddeel; is de zaak nog compleet zonder het deel in kwestie?
REGISTERGOEDEREN EN NIET-REGISTERGOEDEREN
Art 3:10 BW geeft aan dat goederen waarvan het noodzakelijk is deze voor overdracht of vestiging in
te schrijven in openbare register, registergoederen zijn. Art 3:16 BW heeft het over deze openbare
registers.
In de basis zijn alle onroerende zaken registergoederen. Kadaster houdt de openbare registers voor
onroerende zaken bij. Er zijn ook een aantal roerende zaken die registergoederen zijn: vliegtuigen en
bepaalde schepen.
Scooters en auto’s zijn geen registergoederen. Ja, ze worden opgenomen in het register van de RDW
maar niet in de registers zoals bedoeld in art 3:16 BW.
NATUUTLIJKE EN BURGERLIJKE VRUCHTEN
NATUURLIJKE VRUCHTEN
Art 3:9 lid 1 BW noemt 2 vereisten
• Het zijn zaken (ook van toepassing op dieren!)
• Die volgens verkeersopvattingen als vruchten van andere zaken worden aangemerkt
Voorbeeld: appel, puppy
Art 3:9 lid 4 BW:
Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak wanneer deze wordt afgescheiden.
Bij dieren: zelfstandig dier, niet zaak.
Samenvatting – IGRV
intekenen art 3:16 BW
INTRODUCTIE IN HET GOEDERENRECHT EN BEGRIPPEN
Goederen, art 3:1 BW Niet-registergoederen
Vermogensrechten, art Zaken, art 3:2 BW
3:6 BW
Relatief Absoluut Roerende zaken, art Onroerende zaken, art
(verbintenissenrecht) (goederenrecht) 3:3 lid 2 BW 3:3 lid 1 BW
Goederenrechtelijke Voortbrengselen van Bestanddelen, art 3:4
rechten, art 3:81 BW de geest BW
Zakelijke rechten Zaken en
vermogensrechten
Boek 5 Boek 3
Eigendom Pand
Erfpacht Hypotheek
Erfdienstbaarheid Vruchtgebruik
Opstal
Appartement
GOEDEREN, ZAKEN EN VERMOGENSRECHTEN
Artikel 3:1 BW: alle zaken en alle vermogensrechten zijn goederen.
ZAAK
Artikel 3:2 BW:
• Voor menselijke beheersing vatbaar
• Stoffelijk object
Art 3:2a lid 1 BW: dieren zijn geen zaken.
,VERMOGENSRECHTEN
Een recht met een waarde die in geld is uit te drukken.
Art 3:6 BW:
• Rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn, of
• Die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, of
• Die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
OVERDRAAGBAAR
Een eigenaar van een bepaald recht mag dit recht (alleen of tezamen met een ander recht)
overdragen aan een ander, voorbeeld; eigendom.
STOFFELIJK VOORDEEL
Deze zijn erop gericht de eigenaar stoffelijk (materieel) voordeel te verschaffen.
IN RUIL VOOR STOFFELIJK VOORDEEL
Rechten die zijn verkregen in ruil voor of in ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel.
Voorbeeld: Jan kan niet zo goed lopen en spreekt met Klaas, zijn buurman, af dat Klaas
boodschappen voor hem doet in ruil voor een wekelijkse vergoeding. Boodschappen doen is
het recht en het stoffelijk voordeel is de vergoeding.
ROERENDE EN ONROERENDE ZAKEN
ONROERENDE ZAKEN
Art 3:3 lid 1 BW:
• De grond
• Delfstoffen die nog niet zijn gewonnen
• Beplantingen die met de grond zijn verenigd
• Gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd
• Werken die duurzaam met de grond zijn verenigd
• Gebouwen of werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam met
de grond zijn verenigd
PORTACABIN
Een Portacabin is een keet, deze kan verplaatst worden. Maar is dit nou een onroerende zaak of een
roerende zaak? De Hoge Raad heeft hier in 1997 een belangrijke uitspraak over gedaan in het
zogenoemde Portacabin-arrest. De Portacabin in deze zaak werd aangesloten op riolering,
elektriciteit etc. en werd gebruik als een kantoor. De eigenaar meende dat het een roerende zaak
was en de tegenpartij meende dat het een onroerende zaak was. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat
omdat de keet gebruikt werd als een kantoor, deze duurzaam ter plaatse zou blijven waardoor het
een onroerende zaak werd in de zin van art 3:3 BW.
, ROERENDE ZAKEN
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
HOOFDZAAK EN BESTANDDEEL
Art 3:4 BW
Lid 1:
Hetgeen volgens in het verkeer geldende opvattingen onderdeel uitmaakt van een zaak is
een bestanddeel.
Lid 2:
• Zodanig met een hoofdzaak verbonden
• Kan niet worden afgescheiden zonder schade te maken
Is het een bestanddeel; is de zaak nog compleet zonder het deel in kwestie?
REGISTERGOEDEREN EN NIET-REGISTERGOEDEREN
Art 3:10 BW geeft aan dat goederen waarvan het noodzakelijk is deze voor overdracht of vestiging in
te schrijven in openbare register, registergoederen zijn. Art 3:16 BW heeft het over deze openbare
registers.
In de basis zijn alle onroerende zaken registergoederen. Kadaster houdt de openbare registers voor
onroerende zaken bij. Er zijn ook een aantal roerende zaken die registergoederen zijn: vliegtuigen en
bepaalde schepen.
Scooters en auto’s zijn geen registergoederen. Ja, ze worden opgenomen in het register van de RDW
maar niet in de registers zoals bedoeld in art 3:16 BW.
NATUUTLIJKE EN BURGERLIJKE VRUCHTEN
NATUURLIJKE VRUCHTEN
Art 3:9 lid 1 BW noemt 2 vereisten
• Het zijn zaken (ook van toepassing op dieren!)
• Die volgens verkeersopvattingen als vruchten van andere zaken worden aangemerkt
Voorbeeld: appel, puppy
Art 3:9 lid 4 BW:
Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak wanneer deze wordt afgescheiden.
Bij dieren: zelfstandig dier, niet zaak.