BSM SAMENVATTING BEWEGEN EN
WETENSCHAP
Wetenschappelijk onderzoek doen = onderzoeken op een zorgvuldige, controleerbare en
systematische manier.
Er zijn vier typen onderzoeken:
- Bronnenonderzoek
- Proefondervindelijk onderzoek
- Ontwerpen
- Modelleren
Meetinstrumenten
Je hebt om te onderzoeken meetinstrumenten nodig zoals bijvoorbeeld vragenlijsten,
interviews, video-opnames en observatiekaders. Een bewegingsanalyse richt zich op de
biomechanische analyse van bewegingen als onderdeel van het vak natuurkunde. Met
biomechanische bewegingsanalyse kun je bewegingen ontleden van de menselijke
houdingen en bewegingen. De analyse van bewegingen geeft de sporter betere
mogelijkheden om met gerichte aanwijzingen het bewegen te verbeteren
Bronnenonderzoek
Een bronnenonderzoek is een literatuurstudie. Bijvoorbeeld een onderzoeksopdracht van
BSM naar de olympische ambities van de provincie Overijssel en specifiek die van de regio
Twente.
Proefondervindelijk onderzoek
Dit kenmerkt zich door het opstellen van een hypothese en hoofd en deelvragen. Je stelt
eerst een plan van aanpak op. Je moet meetopstellingen en variabelen vastleggen zodat je
zo zuiver mogelijk kunt meten. Door 1 variabele te veranderen kun je objectieve metingen
verrichten. Je verzamelt de gegevens in een gidsexperiment, een logboek dat bij
natuurwetenschappelijke onderzoeken gebruikelijk is. Bijvoorbeeld: Hoe kan je het beste
advies geven voor de aanschaf van hardloopschoenen? Je kan dan gaan onderzoeken wat de
schoenen, voeten, looppatroon etc.. Van mensen is.
Ontwerpen
Specifiek bij ontwerpen is de product- en doelgroep verkenning in de eerste stap. Vervolgens
moet er een programma van eisen gesteld worden voor het te ontwerpen prototype. In de
uitvoerende fase worden de ontwerpeisen getest in de praktijk bij het bouwen van het
prototype. Daarna moet je evalueren. Bijvoorbeeld: de ideale voetbal ontwerpen
, Modelleren
De eerste stap is oriënteren en vaststellen en daarbij is de modelleer-leervraag relevant. Aan
de hand van een modelschets wordt geëxperimenteerd, eventueel met een software, om
het model te testen en te vervolmaken.
Modelleren = een cyclisch proces waarin een aantal activiteiten geschakeld is en waarin
zowel wiskundige als domein specifieke kennis en vaardigheden een rol spelen bij het vat
krijgen op en redeneren over een situatie of probleem uit de echte wereld.
Onderzoek vaardigheden
1. Allereerst heb je parate objectieve kennis nodig
2. Door die kennis kun je het onderwerp beter begrijpen
3. Die kennis en inzicht probeer je te gebruiken in een nieuwe situatie = toepassen
4. Met analyseren probeer je een ingewikkeld proces te vereenvoudigen.
5. Daarna komt het evalueren. Dit betekent dat je op basis van de opgedane kennis en
inzicht, toepassen en analyse tot een beargumenteerd oordeel komt.
6. Je kunt ook je opgedane kennis en inzicht aanwenden voor het creëren van iets
nieuws
Werkwijze in zes stappen en reflectie
1. Oriënteren en vaststellen
2. Zoeken en plannen
3. Selecteren, meten en verzamelen
4. Verwerken
5. Presenteren
6. Evalueren en beoordelen
Stap 1: Oriënteren en vaststellen
1. Oriënteer je op een onderwerp en/of probleemsituatie
2. Oriënteer je op de werkwijze
3. Oriënteer op persoonlijke leerdoelen
4. Kies het type onderzoek
5. Bepaal het te onderzoeken probleem
6. Formuleer de voorlopige onderzoeksvraag in een hoofdvraag en deelvragen:
a) Een beschrijvende vraag
b) Een verklarende vraag
c) Een vergelijkende vraag
d) Een evaluatieve of waarderende vraag
7. Kies de onderzoekstechnieken en -methode die je nodig hebt
8. Bepaal het eindproduct
9. Bij ontwerpen: voer een productverkenning en een doelgroep verkenning uit
10. Bij modelleren: formuleer de modelleervraag
WETENSCHAP
Wetenschappelijk onderzoek doen = onderzoeken op een zorgvuldige, controleerbare en
systematische manier.
Er zijn vier typen onderzoeken:
- Bronnenonderzoek
- Proefondervindelijk onderzoek
- Ontwerpen
- Modelleren
Meetinstrumenten
Je hebt om te onderzoeken meetinstrumenten nodig zoals bijvoorbeeld vragenlijsten,
interviews, video-opnames en observatiekaders. Een bewegingsanalyse richt zich op de
biomechanische analyse van bewegingen als onderdeel van het vak natuurkunde. Met
biomechanische bewegingsanalyse kun je bewegingen ontleden van de menselijke
houdingen en bewegingen. De analyse van bewegingen geeft de sporter betere
mogelijkheden om met gerichte aanwijzingen het bewegen te verbeteren
Bronnenonderzoek
Een bronnenonderzoek is een literatuurstudie. Bijvoorbeeld een onderzoeksopdracht van
BSM naar de olympische ambities van de provincie Overijssel en specifiek die van de regio
Twente.
Proefondervindelijk onderzoek
Dit kenmerkt zich door het opstellen van een hypothese en hoofd en deelvragen. Je stelt
eerst een plan van aanpak op. Je moet meetopstellingen en variabelen vastleggen zodat je
zo zuiver mogelijk kunt meten. Door 1 variabele te veranderen kun je objectieve metingen
verrichten. Je verzamelt de gegevens in een gidsexperiment, een logboek dat bij
natuurwetenschappelijke onderzoeken gebruikelijk is. Bijvoorbeeld: Hoe kan je het beste
advies geven voor de aanschaf van hardloopschoenen? Je kan dan gaan onderzoeken wat de
schoenen, voeten, looppatroon etc.. Van mensen is.
Ontwerpen
Specifiek bij ontwerpen is de product- en doelgroep verkenning in de eerste stap. Vervolgens
moet er een programma van eisen gesteld worden voor het te ontwerpen prototype. In de
uitvoerende fase worden de ontwerpeisen getest in de praktijk bij het bouwen van het
prototype. Daarna moet je evalueren. Bijvoorbeeld: de ideale voetbal ontwerpen
, Modelleren
De eerste stap is oriënteren en vaststellen en daarbij is de modelleer-leervraag relevant. Aan
de hand van een modelschets wordt geëxperimenteerd, eventueel met een software, om
het model te testen en te vervolmaken.
Modelleren = een cyclisch proces waarin een aantal activiteiten geschakeld is en waarin
zowel wiskundige als domein specifieke kennis en vaardigheden een rol spelen bij het vat
krijgen op en redeneren over een situatie of probleem uit de echte wereld.
Onderzoek vaardigheden
1. Allereerst heb je parate objectieve kennis nodig
2. Door die kennis kun je het onderwerp beter begrijpen
3. Die kennis en inzicht probeer je te gebruiken in een nieuwe situatie = toepassen
4. Met analyseren probeer je een ingewikkeld proces te vereenvoudigen.
5. Daarna komt het evalueren. Dit betekent dat je op basis van de opgedane kennis en
inzicht, toepassen en analyse tot een beargumenteerd oordeel komt.
6. Je kunt ook je opgedane kennis en inzicht aanwenden voor het creëren van iets
nieuws
Werkwijze in zes stappen en reflectie
1. Oriënteren en vaststellen
2. Zoeken en plannen
3. Selecteren, meten en verzamelen
4. Verwerken
5. Presenteren
6. Evalueren en beoordelen
Stap 1: Oriënteren en vaststellen
1. Oriënteer je op een onderwerp en/of probleemsituatie
2. Oriënteer je op de werkwijze
3. Oriënteer op persoonlijke leerdoelen
4. Kies het type onderzoek
5. Bepaal het te onderzoeken probleem
6. Formuleer de voorlopige onderzoeksvraag in een hoofdvraag en deelvragen:
a) Een beschrijvende vraag
b) Een verklarende vraag
c) Een vergelijkende vraag
d) Een evaluatieve of waarderende vraag
7. Kies de onderzoekstechnieken en -methode die je nodig hebt
8. Bepaal het eindproduct
9. Bij ontwerpen: voer een productverkenning en een doelgroep verkenning uit
10. Bij modelleren: formuleer de modelleervraag