Uitwerking begrippenlijst MK: Ontwikkelingspsychologie – Jaar 2 – HBO-Verpleegkunde HvA
H1
Ontwikkelingspsychologie = De ontwikkelingspsychologie bestudeert de psychologische
veranderingen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren,
kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie
Fysieke ontwikkeling = ontwikkeling van vermogen om bewegingen en gedachteprocessen te
coördineren
Cognitieve ontwikkeling = ontwikkeling om informatie uit omgeving te verwerken, op te slaan en
toe te passen
Sociale ontwikkeling = ontwikkeling van eigen persoonlijkheid en het omgaan met anderen mensen
Continue verandering = geleidelijk zoals: lengte
Discontinue verandering = in stappen zoals: cognitieve ontwikkeling
Kritieke periode = volgens deze hypothese ben je maar een bepaald moment in je leven in staat om
een taal op moedertaal niveau te leren
Gevoelige perioden = volgens deze hypothese zijn er bepaalde periodes waarbij een kind meer open
staat voor bepaalde leerprosessen en verloopt dit leren ook vlotter en efficiënter
H3
Teratogeen effect = eigenschap van een stof die bij de foetus afwijkingen kan veroorzaken tijdens de
zwangerschap
Voedingspatroon moeder = voeding moeder is van invloed op borstvoeding
Leeftijd moeder = is van invloed op risico’s zwangerschap
Prenatale begeleiding moeder = ??
Gezondheid moeder = bepaalde ziektes kunnen lijden tot beschadiging kind zoals: Rode hond,
syfilis, genitale herpes, HIV-virus
Drugs en medicijn gebruik = sommige middelen zijn schadelijk voor ongeboren kind
Alcohol en roken = van invloed op gewicht en geestelijke ontwikkeling kind. Ook grotere kans op
miskraam
Optimale prenatale omgeving (blauwe kader) = ?? goede omgeving na geboorte?
H4
Complicaties bij geboorte:
, Premature baby’s = ontwikkelingsachterstand, ander uiterlijk dan normaal, on-gerijpte organen,
ontregelde lichaamstemperatuur
Postmature baby’s = hersenschade, dood. Vaak wordt bevalling dan opgewekt.
Postpartum depressie = depressie na zwangerschap
Resusantagonisme = treed op als een resusnegatieve vrouw in verwachting is van een resuspositief
kind afbraak erytrocyten anemie bilirubine hersenbeschadiging dood
Diagnose: vruchtwaterpunctie
Wat een pasgeboren baby allemaal kan:
Fysieke vaardigheden = reflexen (zoals zuigreflex en knipperen)
Zintuigen = reuk, tast, zicht, gehoor, smaak
Leervermogen = in eerste maanden slaap-, waak-, voedingsritme ontwikkelen
Sociale vaardigheden = band creëren ouders
H5
Tabel 5.2: fundamentele reflexen
Tabel 5.3: mijlpalen fijne motoriek
Figuur 5-7: mijlpalen motorische ontwikkeling
Paragraaf 5.3.4: Gevoeligheid voor pijn en aanrakingen (pg 164-165)
H6
Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget = cognitie is afhankelijk van interactie met omgeving
Adaptatie bestaat uit:
Assimilatie = bestaande kennis- en vaardigheden worden gebruikt in nieuwe situaties (bv. je ken al
witte kat, je ziet nu een “harige witte hond” en denkt dat dit een kat is)
Accommodatie = aanpassen denkbeeld (Bv. harig, wit = niet alleen kat maar kan ook hond zijn)
Sensomotorische stadium met verschillende substadia
1. Eenvoudige reflexen (0-1 maand) (Bv. zuigreflex)
2. Primair circulaire reacties (1-4 maanden) (Bv. duim in mond doen)
3. Secundair circulaire reacties (4-8 maanden) (Bv. rammelaar oppakken en schudden)
H1
Ontwikkelingspsychologie = De ontwikkelingspsychologie bestudeert de psychologische
veranderingen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren,
kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie
Fysieke ontwikkeling = ontwikkeling van vermogen om bewegingen en gedachteprocessen te
coördineren
Cognitieve ontwikkeling = ontwikkeling om informatie uit omgeving te verwerken, op te slaan en
toe te passen
Sociale ontwikkeling = ontwikkeling van eigen persoonlijkheid en het omgaan met anderen mensen
Continue verandering = geleidelijk zoals: lengte
Discontinue verandering = in stappen zoals: cognitieve ontwikkeling
Kritieke periode = volgens deze hypothese ben je maar een bepaald moment in je leven in staat om
een taal op moedertaal niveau te leren
Gevoelige perioden = volgens deze hypothese zijn er bepaalde periodes waarbij een kind meer open
staat voor bepaalde leerprosessen en verloopt dit leren ook vlotter en efficiënter
H3
Teratogeen effect = eigenschap van een stof die bij de foetus afwijkingen kan veroorzaken tijdens de
zwangerschap
Voedingspatroon moeder = voeding moeder is van invloed op borstvoeding
Leeftijd moeder = is van invloed op risico’s zwangerschap
Prenatale begeleiding moeder = ??
Gezondheid moeder = bepaalde ziektes kunnen lijden tot beschadiging kind zoals: Rode hond,
syfilis, genitale herpes, HIV-virus
Drugs en medicijn gebruik = sommige middelen zijn schadelijk voor ongeboren kind
Alcohol en roken = van invloed op gewicht en geestelijke ontwikkeling kind. Ook grotere kans op
miskraam
Optimale prenatale omgeving (blauwe kader) = ?? goede omgeving na geboorte?
H4
Complicaties bij geboorte:
, Premature baby’s = ontwikkelingsachterstand, ander uiterlijk dan normaal, on-gerijpte organen,
ontregelde lichaamstemperatuur
Postmature baby’s = hersenschade, dood. Vaak wordt bevalling dan opgewekt.
Postpartum depressie = depressie na zwangerschap
Resusantagonisme = treed op als een resusnegatieve vrouw in verwachting is van een resuspositief
kind afbraak erytrocyten anemie bilirubine hersenbeschadiging dood
Diagnose: vruchtwaterpunctie
Wat een pasgeboren baby allemaal kan:
Fysieke vaardigheden = reflexen (zoals zuigreflex en knipperen)
Zintuigen = reuk, tast, zicht, gehoor, smaak
Leervermogen = in eerste maanden slaap-, waak-, voedingsritme ontwikkelen
Sociale vaardigheden = band creëren ouders
H5
Tabel 5.2: fundamentele reflexen
Tabel 5.3: mijlpalen fijne motoriek
Figuur 5-7: mijlpalen motorische ontwikkeling
Paragraaf 5.3.4: Gevoeligheid voor pijn en aanrakingen (pg 164-165)
H6
Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget = cognitie is afhankelijk van interactie met omgeving
Adaptatie bestaat uit:
Assimilatie = bestaande kennis- en vaardigheden worden gebruikt in nieuwe situaties (bv. je ken al
witte kat, je ziet nu een “harige witte hond” en denkt dat dit een kat is)
Accommodatie = aanpassen denkbeeld (Bv. harig, wit = niet alleen kat maar kan ook hond zijn)
Sensomotorische stadium met verschillende substadia
1. Eenvoudige reflexen (0-1 maand) (Bv. zuigreflex)
2. Primair circulaire reacties (1-4 maanden) (Bv. duim in mond doen)
3. Secundair circulaire reacties (4-8 maanden) (Bv. rammelaar oppakken en schudden)