DE NEUROLOGISCHE PATIËNT
NEUROLOGISCHE PATHOLOGIEËN
- Cerebrovasculair accident – CVA
- Dwarslaesie – DWL
- Ziekte van Parkinson – PD
- Cerebellaire patiënt
CVA DWL
- Hemibeeld (contralateraal van letsel) - Paraplegie/tetraplegie
- Parese (krachtsvermindering) - Paralyse (volledige verlamming)
- Sensorische stoornissen - Sensorische stoornissen
- Spasticiteit (tonus) - Spasticiteit (tonus)
ZIEKTE VAN PARKINSON CEREBELLAIRE STOORNIS
- Bradykinesie/akinesie/hypokinesie - Ataxie
- Rusttremor - Evenwichtsstoornis
- Freezing - Coördinatiestoornis
- Rigiditeit (tonus) - Intentietremor
- Posturale instabiliteit
FAME-MODEL
- Feedback and motor learning
* Bevraag pijn en comfort
* Geef duidelijke instructies en stuur bij waar nodig
* Geef uitleg aan de patiënt en omgeving over (verloop) therapie
- Therapeutic alliance
* Warm eerste contact, hanteer “mensentaal”
* Empathie
* Luister naar de patiënt
* Stel jezelf voor als therapeut
- Movement analysis
* Je weet wat normaal bewegen is en kan afwijkingen hiervan observeren
* Hands-on faciliteren van een activiteit
* Relevante oefentherapie met progressie en regressie
- Environment
* Je denkt aan de veiligheid van de patiënt
* Je gebruikt de omgeving om de patiënt te motoberen en te stimuleren
* Je hebt oog voor comfort van de patiënt en de eigen ergonomie
NORMAAL BEWEGEN: OBSERVATIE
- Weten wat normaal bewegen is en zien wat abnormaal bewegen is
- Observatiepunten:
* Positie/beweging van alle lichaamsdelen
* Alignement
* Evenwichtsreacties
, - Observatie rijkt ook verder dan normaal bewegen à welke informatie brengt een anamnese
en klinisch onderzoek nog:
* Observatie van verbale en non-verbale communicatie
* Begrip stoornis
* Observatie van houding en het maken van spontane bewegingen
ANAMNESE
- Neem je anamnese af en stel een functioneel bilan op à sensorimotorische, cognitieve en
perceptuele deficits worden gerapporteerd
- Anamnese
* Peil naar belevingen, ervaringen en verwachtingen van de patiënt
* Stel patiëntgerichte vragen à hulpvraag
* Non-verbale communicatie: oogcontact, pupilreactie, gelaatsuitdrukking, intonatie,
stemtimbre, globale lichaamstaal en het maken van willekeurige bewegingen
* Breng in beeld: functionele en sociale kader van de patiënt (ICF)
- Achterhaal de betekenis van het verhaal van je patiënt:
* Aard, aanzet, verloop in de tijd van functionele deficit?
* Contra-indicaties?
- Open (geen suggestieve) vragen à gerichte vragen
- Neem je tijd en luister
- Geef ruimte aan emoties (angsten – frustraties)
- Opbouwen van een vertrouwensrelatie
- Integreer al deze informatie (verbaal en non-verbaal) in het proces van hypotheseformulering
– en toetsing