Hoorcollege 1
Inleiding ondernemingsrecht
Privaatrecht Publiekrecht
Verhouding burger-burger Verhouding burger-overheid
- Vermogensrecht - Strafrecht
- Personen- en familierecht - Staats- en bestuursrecht
- Ondernemingsrecht - Fiscaalrecht
Basisbegrippen
Subjectieve rechten
Komen toe aan ‘personen’
Rechtssubjecten: drager van rechten en plichten
- Natuurlijke personen (Burgerlijk Wetboek 1): mensen
- Rechtspersonen (Burgerlijk Wetboek 2): creatie van het recht – organisatie die als
juridische eenheid (rechtssubject) opereert en eigen rechten en verplichtingen heeft
die los staan van de rechten en verplichtingen van de eigenaar of bestuurder (bv. een
BV of vereniging).
Het objectieve recht verleent subjectieve rechten
Bijvoorbeeld: artikel 2:118 BW: ‘Iedere aandeelhouder bij een NV heeft tenminste 1
stemrecht’ = regel van objectief recht
Bijvoorbeeld: het hebben van een aandeel Shell, waardoor jij stemrecht verkrijgt in de
AvA van Shell = subjectief recht
Dwingend recht: afwijken niet toegestaan
Regelend aanvullend recht: afwijken toegestaan
,Trias Politica
,Rechtsbronnen waaruit rechtsnormen voortvloeien:
- De wet
- Rechtspraak/jurisprudentie
- Verdragen
- Gewoonte
Rechtsbron: de wet
Het recht is gecodificeerd: neergelegd in wetten
De term ‘wet’ wordt op twee verschillende wijzen gehanteerd:
- Wet is formele zin: een besluit afkomstig van Regering en Staten-Generaal (artikel 81
Grondwet; herkomst van de wet), bv. de Wegensverkeerswet
- Wet in materiele zin: ieder wetgevend besluit dat bestemd is voor een onbepaald
aantal (niet bij name genoemd) mensen, bv. een voorschrift dat afkomstig is van een
bevoegd orgaan (bv. een minister of een gemeenteraad)
Formeel Wet: Wet:
Burgerlijk Wetboek Wet tot Vaststelling
Rijksbegroting
Niet formeel AMvB, KB: Vergunning
Bv. Corporate
Governance Code
Materieel Niet materieel
Rangorde binnen wetten
Rechtsbron: jurisprudentie
Wetten zijn niet altijd duidelijk of geven niet altijd een antwoord op rechtsvragen
, Rechter: vonnis: de uitspraken van Nederlands hoogste rechter (de Hoge Raad) worden
arresten genoemd.
Organisatie rechtspraak
1. Eerste aanleg: rechtbank (11 in NL)
2. Hoger beroep: Gerechtshof (4 in NL)
3. Cassatie: Hoge Raad (1 in NL)
Rechtsbron: verdragen
Internationaal recht: bv. verdragen zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens
Europese Unie: Europese richtlijnen en verordeningen
Rechtsbron: gewoonte
Gewoonte: recht dat spontaan ontstaat binnen rechtsgemeenschap: soms in wet zelf
Bv. artikel 7: 618 lid 1 BW: ‘Indien geen loon is vastgesteld, heeft de werknemer
aanspraak op het loon dat ten tijde van de overeenkomst voor arbeid als overeengekomen
gebruikelijk was …’.
Opbouw Burgerlijk Wetboek
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonenrecht
3. Vermogensrecht in het algemeen
4. Erfrecht
5. Zakelijke rechten
6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. Verkeersmiddelen en vervoer
9. Intellectueel eigendomsrecht
10. Internationaal privaatrecht
Inleiding Vermogensrecht
Inleiding ondernemingsrecht
Privaatrecht Publiekrecht
Verhouding burger-burger Verhouding burger-overheid
- Vermogensrecht - Strafrecht
- Personen- en familierecht - Staats- en bestuursrecht
- Ondernemingsrecht - Fiscaalrecht
Basisbegrippen
Subjectieve rechten
Komen toe aan ‘personen’
Rechtssubjecten: drager van rechten en plichten
- Natuurlijke personen (Burgerlijk Wetboek 1): mensen
- Rechtspersonen (Burgerlijk Wetboek 2): creatie van het recht – organisatie die als
juridische eenheid (rechtssubject) opereert en eigen rechten en verplichtingen heeft
die los staan van de rechten en verplichtingen van de eigenaar of bestuurder (bv. een
BV of vereniging).
Het objectieve recht verleent subjectieve rechten
Bijvoorbeeld: artikel 2:118 BW: ‘Iedere aandeelhouder bij een NV heeft tenminste 1
stemrecht’ = regel van objectief recht
Bijvoorbeeld: het hebben van een aandeel Shell, waardoor jij stemrecht verkrijgt in de
AvA van Shell = subjectief recht
Dwingend recht: afwijken niet toegestaan
Regelend aanvullend recht: afwijken toegestaan
,Trias Politica
,Rechtsbronnen waaruit rechtsnormen voortvloeien:
- De wet
- Rechtspraak/jurisprudentie
- Verdragen
- Gewoonte
Rechtsbron: de wet
Het recht is gecodificeerd: neergelegd in wetten
De term ‘wet’ wordt op twee verschillende wijzen gehanteerd:
- Wet is formele zin: een besluit afkomstig van Regering en Staten-Generaal (artikel 81
Grondwet; herkomst van de wet), bv. de Wegensverkeerswet
- Wet in materiele zin: ieder wetgevend besluit dat bestemd is voor een onbepaald
aantal (niet bij name genoemd) mensen, bv. een voorschrift dat afkomstig is van een
bevoegd orgaan (bv. een minister of een gemeenteraad)
Formeel Wet: Wet:
Burgerlijk Wetboek Wet tot Vaststelling
Rijksbegroting
Niet formeel AMvB, KB: Vergunning
Bv. Corporate
Governance Code
Materieel Niet materieel
Rangorde binnen wetten
Rechtsbron: jurisprudentie
Wetten zijn niet altijd duidelijk of geven niet altijd een antwoord op rechtsvragen
, Rechter: vonnis: de uitspraken van Nederlands hoogste rechter (de Hoge Raad) worden
arresten genoemd.
Organisatie rechtspraak
1. Eerste aanleg: rechtbank (11 in NL)
2. Hoger beroep: Gerechtshof (4 in NL)
3. Cassatie: Hoge Raad (1 in NL)
Rechtsbron: verdragen
Internationaal recht: bv. verdragen zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens
Europese Unie: Europese richtlijnen en verordeningen
Rechtsbron: gewoonte
Gewoonte: recht dat spontaan ontstaat binnen rechtsgemeenschap: soms in wet zelf
Bv. artikel 7: 618 lid 1 BW: ‘Indien geen loon is vastgesteld, heeft de werknemer
aanspraak op het loon dat ten tijde van de overeenkomst voor arbeid als overeengekomen
gebruikelijk was …’.
Opbouw Burgerlijk Wetboek
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonenrecht
3. Vermogensrecht in het algemeen
4. Erfrecht
5. Zakelijke rechten
6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. Verkeersmiddelen en vervoer
9. Intellectueel eigendomsrecht
10. Internationaal privaatrecht
Inleiding Vermogensrecht