Geïntegreerd metabolisme
Inhoud hoofdstuk:
Orgaan specificiteit : hersenen, spieren, vetweefsel, nieren, lever
Metabole homeostase en adaptatie
Calorische homeostase om het lichaamsgewicht te reguleren
Diabetes mellitus
Sportinspanning
Honger/uithongering
Alcohol gebruik verandert het energie metabolisme
Inleiding
-> multicellulair organisme: nood aan coördinatie tussen pathways die E produceren
-> orgaan specificiteit
-> interconnectiviteit tussen organen via neuronale circuits en hormonale regulatie
, Hersenen
Constante toevoer van glucose nodig
20% van alle zuurstof gebruik gebeurt in de hersenen
Glucose is de hoofdbrandstof
Keton bodies worden als alternatief gebruikt
Hersenen doen niet aan vetzuurverbranding
Weinig tot geen glycogeen opgeslagen in de hersenen
Als glucose concentratie lager is dan 5mM -> hersendysfunctie, nog lagere concentratie ->
coma, hersenschade, dood
Spieren
Glucose, VZ, eiwitten en keton bodies als brandstof molecule
Grotere glycoeen voorraad in de spieren 1-2% van de spiermassa is glycogeen
Gluconeogenese wordt niet uitgevoerd in de spieren (geen enzymen voor)
Vetweefsel
Stockage van VZ in de vorm van triacylglycerol
Mobilisatie van VZ als er E nodig is in het lichaam
VZ hebben ook een endocriene functie: apidokines produceren
o Apidokines = hormonen die energiehomeostase mee reguleren
Lever
Meest metabool actieve orgaan in het lichaam
Onderhouden van juiste levels brandstofmoleculen in het bloed
Alle nutriënten opgenomen in de voeding komen via de darm en de leverpoortader -> lever
(uitgezonderd VZ) zodat ze daar efficiënt verdeeld of opgeslagen kunnen worden
Wanneer vetzuurverbranding en metabole vraag een E hoog is -> keton bodies worden
aangemaakt uit acetyl coA
o KB worden getransporteerd naar extra-hepatische weefsels
Wanneer de metabole vraag aan E laag is -> VZ worden omgezet in triglyceriden verpakt in
VLDL -> vetcellen voor opslag
Novo VZ synthese en cholesterol synthese
AZ uit dieet zijn belangrijke brandstofmolecule in de lever -> C-skelet van AZ -> keton bodies
via pyruvaat
Verwijdering van stikstofatoom en ureum cyclus vindt plaats in lever
Nieren
Voeren afvalproducten zoals ureum af uit het bloed en recupereren nuttige metabolieten
(zoals glucose)
Onderhoud van bloed pH
Overmaat aan protonen wordt via NH4+ verwijderd
Glutamine wordt getransporteerd naar de nieren -> NH4+ wordt onttrokken (glutaminase)
en het overblijvend C-skelet (alfa-ketoglutaraat) wordt via gluconeogenese -> glucose -> BB
Insuline, glucagon en epinephrine
Insuline: verhoogde glucose en energie
Glucose opname zal stijgen in de spiercellen door opregulatie van GLUT4 transporter
moleculen
Glycogeen synthese stijgt in spieren en lever
Gluconeogenese wordt geïnhibeerd in de lever
Glucose -> VZ via vetzuursynthese (lipogenese) in lever en vetweefsel
Inhoud hoofdstuk:
Orgaan specificiteit : hersenen, spieren, vetweefsel, nieren, lever
Metabole homeostase en adaptatie
Calorische homeostase om het lichaamsgewicht te reguleren
Diabetes mellitus
Sportinspanning
Honger/uithongering
Alcohol gebruik verandert het energie metabolisme
Inleiding
-> multicellulair organisme: nood aan coördinatie tussen pathways die E produceren
-> orgaan specificiteit
-> interconnectiviteit tussen organen via neuronale circuits en hormonale regulatie
, Hersenen
Constante toevoer van glucose nodig
20% van alle zuurstof gebruik gebeurt in de hersenen
Glucose is de hoofdbrandstof
Keton bodies worden als alternatief gebruikt
Hersenen doen niet aan vetzuurverbranding
Weinig tot geen glycogeen opgeslagen in de hersenen
Als glucose concentratie lager is dan 5mM -> hersendysfunctie, nog lagere concentratie ->
coma, hersenschade, dood
Spieren
Glucose, VZ, eiwitten en keton bodies als brandstof molecule
Grotere glycoeen voorraad in de spieren 1-2% van de spiermassa is glycogeen
Gluconeogenese wordt niet uitgevoerd in de spieren (geen enzymen voor)
Vetweefsel
Stockage van VZ in de vorm van triacylglycerol
Mobilisatie van VZ als er E nodig is in het lichaam
VZ hebben ook een endocriene functie: apidokines produceren
o Apidokines = hormonen die energiehomeostase mee reguleren
Lever
Meest metabool actieve orgaan in het lichaam
Onderhouden van juiste levels brandstofmoleculen in het bloed
Alle nutriënten opgenomen in de voeding komen via de darm en de leverpoortader -> lever
(uitgezonderd VZ) zodat ze daar efficiënt verdeeld of opgeslagen kunnen worden
Wanneer vetzuurverbranding en metabole vraag een E hoog is -> keton bodies worden
aangemaakt uit acetyl coA
o KB worden getransporteerd naar extra-hepatische weefsels
Wanneer de metabole vraag aan E laag is -> VZ worden omgezet in triglyceriden verpakt in
VLDL -> vetcellen voor opslag
Novo VZ synthese en cholesterol synthese
AZ uit dieet zijn belangrijke brandstofmolecule in de lever -> C-skelet van AZ -> keton bodies
via pyruvaat
Verwijdering van stikstofatoom en ureum cyclus vindt plaats in lever
Nieren
Voeren afvalproducten zoals ureum af uit het bloed en recupereren nuttige metabolieten
(zoals glucose)
Onderhoud van bloed pH
Overmaat aan protonen wordt via NH4+ verwijderd
Glutamine wordt getransporteerd naar de nieren -> NH4+ wordt onttrokken (glutaminase)
en het overblijvend C-skelet (alfa-ketoglutaraat) wordt via gluconeogenese -> glucose -> BB
Insuline, glucagon en epinephrine
Insuline: verhoogde glucose en energie
Glucose opname zal stijgen in de spiercellen door opregulatie van GLUT4 transporter
moleculen
Glycogeen synthese stijgt in spieren en lever
Gluconeogenese wordt geïnhibeerd in de lever
Glucose -> VZ via vetzuursynthese (lipogenese) in lever en vetweefsel