Economie hoofdstuk 5.1
Ondernemingen proberen zich te onderscheiden van concurrenten. Zo stappen klanten
minder snel over en houdt een onderneming een zo hoog mogelijke omzet. De kosten
kunnen ook dalen door efficiënt produceren door de ondernemingen.
Manieren om concurrentie te verminderen:
- Marketing: het verkoopbeleid dat gericht is op beïnvloeding van de wensen en
behoefte van de afnemers.
- Productbeleid: keuze welke soort en kwaliteit product een bedrijf aanbiedt.
Producten onderscheiden door uiterlijk, kwaliteit en verpakking. Vernieuwing
product/assortiment.
- Prijsbeleid: vaststellen hoogte verkoopprijs, winkeliers geven vaak nog een korting
om meer te verkopen.
- Plaats beleid: keuze van vestigingsplaats en de wijze waarop een product of dienst
wordt aangeboden (bereikbaarheid, parkeren, looproute)
- Promotiebeleid: wijze waarop je een bedrijf of product onder de aandacht wilt
brengen (reclame, advertenties).
- Octrooi/patent: exclusief recht op uitvinding waarbij niemand het mag namaken en
verkopen, 6-10 jaar, tijdelijke monopolist.
- Kartelvorming: bedrijfstak die samen gaan werken met doel onderlinge concurrentie
uit te sluiten. Productiekartel wordt de productie beperkt zodat de prijzen omhoog
gaan.
- Franchising: overeenkomst waarbij de franchisverlener en nemer tegen betaling
toestaat gebruik te maken van handelsnaam, logo, merk.
- Consortium: tijdelijke samenwerking tussen 2 of meerdere ondernemingen met het
doel risico’s te spreiden.
- Fusie: vermogens van bedrijven worden ondergebracht in een geheel nieuwe
onderneming.
Prijsdifferentiatie is verschillende prijzen voor een homogeen product (dagkaart, ov).
Economie hoofdstuk 5.2
Kenmerken monopolie:
- 1 aanbieder, veel vraag.
- Onvolkomen markt (prijsdifferentiatie, prijsdiscriminatie)
- Volstrekte handelingsvrijheid, werkelijkheid is anders, octrooi en
merk/auteursrechten verhinderen dit.
Een monopolist kan zelf de prijs vaststellen. De afzet is maximaal bij mo=0.
Breakeven punt bij TO=TK of GO=GTK.
Economie hoofdstuk 5.3
Kenmerken monopolistiche concurrentie:
- Veel vragers, veel aanbieders.
- Markt is onvolkomen, heterogene producten/aanbieding.
- Vrije toetreding en volstrekte handelingsvrijheid.
Ondernemingen proberen zich te onderscheiden van concurrenten. Zo stappen klanten
minder snel over en houdt een onderneming een zo hoog mogelijke omzet. De kosten
kunnen ook dalen door efficiënt produceren door de ondernemingen.
Manieren om concurrentie te verminderen:
- Marketing: het verkoopbeleid dat gericht is op beïnvloeding van de wensen en
behoefte van de afnemers.
- Productbeleid: keuze welke soort en kwaliteit product een bedrijf aanbiedt.
Producten onderscheiden door uiterlijk, kwaliteit en verpakking. Vernieuwing
product/assortiment.
- Prijsbeleid: vaststellen hoogte verkoopprijs, winkeliers geven vaak nog een korting
om meer te verkopen.
- Plaats beleid: keuze van vestigingsplaats en de wijze waarop een product of dienst
wordt aangeboden (bereikbaarheid, parkeren, looproute)
- Promotiebeleid: wijze waarop je een bedrijf of product onder de aandacht wilt
brengen (reclame, advertenties).
- Octrooi/patent: exclusief recht op uitvinding waarbij niemand het mag namaken en
verkopen, 6-10 jaar, tijdelijke monopolist.
- Kartelvorming: bedrijfstak die samen gaan werken met doel onderlinge concurrentie
uit te sluiten. Productiekartel wordt de productie beperkt zodat de prijzen omhoog
gaan.
- Franchising: overeenkomst waarbij de franchisverlener en nemer tegen betaling
toestaat gebruik te maken van handelsnaam, logo, merk.
- Consortium: tijdelijke samenwerking tussen 2 of meerdere ondernemingen met het
doel risico’s te spreiden.
- Fusie: vermogens van bedrijven worden ondergebracht in een geheel nieuwe
onderneming.
Prijsdifferentiatie is verschillende prijzen voor een homogeen product (dagkaart, ov).
Economie hoofdstuk 5.2
Kenmerken monopolie:
- 1 aanbieder, veel vraag.
- Onvolkomen markt (prijsdifferentiatie, prijsdiscriminatie)
- Volstrekte handelingsvrijheid, werkelijkheid is anders, octrooi en
merk/auteursrechten verhinderen dit.
Een monopolist kan zelf de prijs vaststellen. De afzet is maximaal bij mo=0.
Breakeven punt bij TO=TK of GO=GTK.
Economie hoofdstuk 5.3
Kenmerken monopolistiche concurrentie:
- Veel vragers, veel aanbieders.
- Markt is onvolkomen, heterogene producten/aanbieding.
- Vrije toetreding en volstrekte handelingsvrijheid.