Samenvatting colleges 1.3
Fysiologie
Week 1: bindweefsel
4 typen weefsel
- Epitheelweefsel (huid)
- Bindweefsel
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Bindweefsel
- Overal in ons lichaam
- Meest voorkomend/wijdverspreid type weefsel
- Functies
Verbind lichaamsstructuren (organen, fascia)
Ondersteunt het lichaam (botweefsel)
Biedt bescherming
Bloed is ook bindweefsel
Subcategorieen bindweefsel
- Losmazig bindweefsel
Areolair (fascia): te vinden in spijsvertering, longweefsel. Longen moeten
flexibel kunnen zijn voor in- en uitademing. Heeft veel stevigheid, maar ook
flexibiliteit
Vetweefsel: isolerende functie, opslag van energie, stootkussentje
Reticulair: ‘netwerk’, functie in de verbinding. In lymfestelsel veel reticulair
weefsel -> zorgt voor verbinding tussen de cellen
- Straf bindweefsel
Regulair: regelmaat, structuur, strekvaste structuren (pees)
Irregulair: ongeorganiseerd, kapsel van schouder, wilt wel stevigheid hebben,
maar moet wat meer in alle richtingen bewegen
Eigenschappen bindweefsel
- Variaties in bloedvoorziening
Sommige weefsels zijn goed doorbloed (huid)
Sommige weefsels hebben geen of beperkte bloedtoevoer (beperkt herstel)
- Extracellulaire matrix
Niet-levend materiaal dat de levende cel omvat
Grondsubstantie (amorfe component) + vezels
Cel en om die cel zit ‘grondsubstantie’. Cel wordt omringd door andere
structuren (proteïnen, moleculen die water aan zich binden, vezels).
Combinatie van de cel en vezels bepalen wat het weefsel is. (Fibroblast met
extracellulaire matrix en veel collegeen, zal dat een structuur zijn zoals je
herkent in de pees -> hoge trekvastheid, veel collageen en stevige structuur.)
, (Cel als osteoblast zal in botstructuren voorkomen. Extracellulaire matrix die
er anders uit ziet dan collageen weefsel. Want botstructuur moet heel stevig
zijn (beetje flexibel))
- Groen: fibroblast ->
produceert collageen
- Geel: vetcel
- Rood: bloedvat
- Extracellulaire matrix
bevindt zich in de ruimte
tussen de bindweefselcellen
-> bestaat uit vezels en
grondsubstantie
Collageen
- Meest aanwezige proteine
in het menselijk lichaam
- Meerdere typen: in huid, pees, kraakbeen, bot, tandbeen, bloedvaten; cross-linked
netwerken
Reticulaire vezels
- Specifieke type collageen in glad spierweefsel van organen waarbij het volume
onderhevig is aan verandering en in de lymfoide en hemopoetische organen (b.v.
stamcellen van rode bloedcellen)
Elastische vezels
- Dunne vezels met het eiwit elastine, zorgt voor de elastische eigenschappen van
weefsel die herhaaldelijk van vorm veranderen (in huid, bloedvaten, long, blaas)
Specifiek bindweefsel
- Bot
- Kraakbeen
- Bloed
Bot
Bestaat uit:
- Botcellen in lacunae (holtes)
- Harde matrix van calciumzouten
- Groot aantal collagene vezels
Bescherming en ondersteuning van het lichaam
(lichaam zonder collagene vezels -> krijtje dat
door zou breken)
Kraakbeen
Hyalien kraakbeen
- Meest voorkomende kraakbeen
- Bestaat uit
Fysiologie
Week 1: bindweefsel
4 typen weefsel
- Epitheelweefsel (huid)
- Bindweefsel
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Bindweefsel
- Overal in ons lichaam
- Meest voorkomend/wijdverspreid type weefsel
- Functies
Verbind lichaamsstructuren (organen, fascia)
Ondersteunt het lichaam (botweefsel)
Biedt bescherming
Bloed is ook bindweefsel
Subcategorieen bindweefsel
- Losmazig bindweefsel
Areolair (fascia): te vinden in spijsvertering, longweefsel. Longen moeten
flexibel kunnen zijn voor in- en uitademing. Heeft veel stevigheid, maar ook
flexibiliteit
Vetweefsel: isolerende functie, opslag van energie, stootkussentje
Reticulair: ‘netwerk’, functie in de verbinding. In lymfestelsel veel reticulair
weefsel -> zorgt voor verbinding tussen de cellen
- Straf bindweefsel
Regulair: regelmaat, structuur, strekvaste structuren (pees)
Irregulair: ongeorganiseerd, kapsel van schouder, wilt wel stevigheid hebben,
maar moet wat meer in alle richtingen bewegen
Eigenschappen bindweefsel
- Variaties in bloedvoorziening
Sommige weefsels zijn goed doorbloed (huid)
Sommige weefsels hebben geen of beperkte bloedtoevoer (beperkt herstel)
- Extracellulaire matrix
Niet-levend materiaal dat de levende cel omvat
Grondsubstantie (amorfe component) + vezels
Cel en om die cel zit ‘grondsubstantie’. Cel wordt omringd door andere
structuren (proteïnen, moleculen die water aan zich binden, vezels).
Combinatie van de cel en vezels bepalen wat het weefsel is. (Fibroblast met
extracellulaire matrix en veel collegeen, zal dat een structuur zijn zoals je
herkent in de pees -> hoge trekvastheid, veel collageen en stevige structuur.)
, (Cel als osteoblast zal in botstructuren voorkomen. Extracellulaire matrix die
er anders uit ziet dan collageen weefsel. Want botstructuur moet heel stevig
zijn (beetje flexibel))
- Groen: fibroblast ->
produceert collageen
- Geel: vetcel
- Rood: bloedvat
- Extracellulaire matrix
bevindt zich in de ruimte
tussen de bindweefselcellen
-> bestaat uit vezels en
grondsubstantie
Collageen
- Meest aanwezige proteine
in het menselijk lichaam
- Meerdere typen: in huid, pees, kraakbeen, bot, tandbeen, bloedvaten; cross-linked
netwerken
Reticulaire vezels
- Specifieke type collageen in glad spierweefsel van organen waarbij het volume
onderhevig is aan verandering en in de lymfoide en hemopoetische organen (b.v.
stamcellen van rode bloedcellen)
Elastische vezels
- Dunne vezels met het eiwit elastine, zorgt voor de elastische eigenschappen van
weefsel die herhaaldelijk van vorm veranderen (in huid, bloedvaten, long, blaas)
Specifiek bindweefsel
- Bot
- Kraakbeen
- Bloed
Bot
Bestaat uit:
- Botcellen in lacunae (holtes)
- Harde matrix van calciumzouten
- Groot aantal collagene vezels
Bescherming en ondersteuning van het lichaam
(lichaam zonder collagene vezels -> krijtje dat
door zou breken)
Kraakbeen
Hyalien kraakbeen
- Meest voorkomende kraakbeen
- Bestaat uit