Psychopathologie
Hoofdstuk 3: Theorieën over ontwikkeling
HB p. 57-80
Doelen:
• De 4 uitgangspunten van de onwikkelingspsychopathologie kennen en begrijpen (p57,
dia 3) en kunnen linken aan de verschillende theorieën over ontwikkeling.
• De bio-ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner : de verschillende lagen
herkennen in een casus en kunnen benoemen, het begrip synergie kennen (dit model
komt ook aan bod in het opo orthopedagogie)
• De theorie van de ontwikkelingsopgaven en opvoedingstaken kennen, weten welke
ontwikkelingsopgaven horen bij welke ontwikkelingsfase (is ook herhaling van
inhouden aan bod gekomen in het opo levenslooppsychologie)
• De theorie van risico –en beschermingsfactoren kennen: de begrippen risico en
beschermingsfactor kennen, risico en beschermingsfactoren kunnen halen uit een
casus, effecten van en invloeden op risico-en beschermingsfactoren kennen
• De begrippen ontwikkelingstraject, multifinaliteit, equifinaliteit kennen
• Het diathese-stressmodel kennen en kunnen toepassen op een casus
• De begrippen primaire, secundaire, tertiaire, universele, selectieve en geïndiceerde
preventie kunnen toepassen op een voorbeeld.
• De statements op p.80 begrijpen. Deze statements bieden een samenvatting van dit
hele hoofdstuk.
, 1. Theorieën over ontwikkeling
4 uitgangspunten van de ontwikkelingspsychopathologie.
- De ontwikkeling van gedrag moet begrepen worden vanuit het samenspel
tussen de kenmerken van het kind en de context waarin het kind zich
bevindt
à Bio-ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner
à Ontwikelingstaken Erikson: gedrag wordt steeds complexer doorheen de
ontwikkeling. Het goed verwerven van een ontwikkelinsgtaak maakt het in de
toekomst makkelijker om ook de volgende ontwikkelingstaak tot een goed
einde te brengen
- Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling verschillende vormen aannemen
en andere betekenissen krijgen
à Theorie van de ontwikkelingstaken van Erikson
- Er zijn altijd meerdere factoren van invloed op ontwikkeling en gedrag.
à Theorie over risico- en beschermingsfactoren.
- Elk kind is uniek
à Unieke Ontwikkelingstrajecten: er zijn steeds meerdere factoren van
invloed op ontwikkeling en gedrag = uitdaging: bestuderen van mensen met
gelijkaardige problemen
ß à kennis kan een specifieke vorm aannemen die uniek zijn aan het kind
Het bio-ecologisch systeemmodel
Dit model is ontwikkeld door Bronfenbrenner en is verwant met het biopsychosociaal
model.
Het heeft verschillende lagen die in elkaar passen en elkaar beïnvloeden:
- Intrapersoonlijke kenmerken: In de kern van het model staat de
persoon zelf met zijn persoonlijke kenmerken.
Gedragskenmerken, uiterlijke kenmerken, …
- microsysteem: de ontwikkeling van de relaties tussen het kind en de
personen uit zijn directe omgeving.
- mesosysteem: de ontwikkeling van de
relaties tussen de verschillende
microsystemen.
- exosysteem: meerdere maatschappelijke
systemen waarvan het kind niet direct deel
uitmaakt.
- macrosysteem: systeemlaag zonder mensen,
maar wel met wetten, instituties en de
daarbij horende waarden en normen.
- Chronosysteem: ontwikkeling vindt plaats in
tijd.
Meerdere factoren van invloed bij het bio-ecologisch
model:
- Jongere zelf heeft een bijdrage
o Geeft actief vorm aan zijn ontwikkeling.
Hoofdstuk 3: Theorieën over ontwikkeling
HB p. 57-80
Doelen:
• De 4 uitgangspunten van de onwikkelingspsychopathologie kennen en begrijpen (p57,
dia 3) en kunnen linken aan de verschillende theorieën over ontwikkeling.
• De bio-ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner : de verschillende lagen
herkennen in een casus en kunnen benoemen, het begrip synergie kennen (dit model
komt ook aan bod in het opo orthopedagogie)
• De theorie van de ontwikkelingsopgaven en opvoedingstaken kennen, weten welke
ontwikkelingsopgaven horen bij welke ontwikkelingsfase (is ook herhaling van
inhouden aan bod gekomen in het opo levenslooppsychologie)
• De theorie van risico –en beschermingsfactoren kennen: de begrippen risico en
beschermingsfactor kennen, risico en beschermingsfactoren kunnen halen uit een
casus, effecten van en invloeden op risico-en beschermingsfactoren kennen
• De begrippen ontwikkelingstraject, multifinaliteit, equifinaliteit kennen
• Het diathese-stressmodel kennen en kunnen toepassen op een casus
• De begrippen primaire, secundaire, tertiaire, universele, selectieve en geïndiceerde
preventie kunnen toepassen op een voorbeeld.
• De statements op p.80 begrijpen. Deze statements bieden een samenvatting van dit
hele hoofdstuk.
, 1. Theorieën over ontwikkeling
4 uitgangspunten van de ontwikkelingspsychopathologie.
- De ontwikkeling van gedrag moet begrepen worden vanuit het samenspel
tussen de kenmerken van het kind en de context waarin het kind zich
bevindt
à Bio-ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner
à Ontwikelingstaken Erikson: gedrag wordt steeds complexer doorheen de
ontwikkeling. Het goed verwerven van een ontwikkelinsgtaak maakt het in de
toekomst makkelijker om ook de volgende ontwikkelingstaak tot een goed
einde te brengen
- Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling verschillende vormen aannemen
en andere betekenissen krijgen
à Theorie van de ontwikkelingstaken van Erikson
- Er zijn altijd meerdere factoren van invloed op ontwikkeling en gedrag.
à Theorie over risico- en beschermingsfactoren.
- Elk kind is uniek
à Unieke Ontwikkelingstrajecten: er zijn steeds meerdere factoren van
invloed op ontwikkeling en gedrag = uitdaging: bestuderen van mensen met
gelijkaardige problemen
ß à kennis kan een specifieke vorm aannemen die uniek zijn aan het kind
Het bio-ecologisch systeemmodel
Dit model is ontwikkeld door Bronfenbrenner en is verwant met het biopsychosociaal
model.
Het heeft verschillende lagen die in elkaar passen en elkaar beïnvloeden:
- Intrapersoonlijke kenmerken: In de kern van het model staat de
persoon zelf met zijn persoonlijke kenmerken.
Gedragskenmerken, uiterlijke kenmerken, …
- microsysteem: de ontwikkeling van de relaties tussen het kind en de
personen uit zijn directe omgeving.
- mesosysteem: de ontwikkeling van de
relaties tussen de verschillende
microsystemen.
- exosysteem: meerdere maatschappelijke
systemen waarvan het kind niet direct deel
uitmaakt.
- macrosysteem: systeemlaag zonder mensen,
maar wel met wetten, instituties en de
daarbij horende waarden en normen.
- Chronosysteem: ontwikkeling vindt plaats in
tijd.
Meerdere factoren van invloed bij het bio-ecologisch
model:
- Jongere zelf heeft een bijdrage
o Geeft actief vorm aan zijn ontwikkeling.