Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 6 out of 57 pages
Summary

FYSIOPATHOLOGIE EN ZIEKTELEER samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 6 out of 57 pages

Dit document is een samenvatting van de hoorcolleges gegeven door Prof. Bosmans. De antwoorden op de gegeven examenvragen staan hier bijna letterlijk in. Behaald resultaat: 16/20

Content preview

Lessen professor Bosmans


1. Atherosclerose
“Aderverkalking” MAAR atherosclerose komt nooit in aders (venen) voor; enkel in arteriën vandaar
“arteriosclerose”

Niet elk arterieel vaatbed is even gevoelig voor atherosclerose vb. arteriën rond hart, halsslagaders,
arteriën van nier… zijn relatief gevoeliger

Ziektebeelden die kunnen volgen op atherosclerose zijn nr 1 doodsoorzaak!
- Coronair ischemische aandoeningen
- Arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen, met claudicatio intermittens (etalagebenen),
ulceraties (zweer) en gangreen (necrose/afstervend weefsel)
- Nierinsufficiëntie - renovasculaire hypertensie
- Aneurismata (vaatverwijding; uitstulping tgv zwakke plek in bloedvatwand) van de aorta
- Aortadissectie/ruptuur
- Cerebrovasculaire accidenten

1.1 Microscopische plaque opbouw
Vene is dunwandiger dan arterie!

Arterie: endotheel - lamina elastica interna - media met twee soorten cellen nl gladde spiercellen en
elastische vezels - adventitia

Vb. musculaire arterie (vnl gladde spiercellen in media) = kransslagaders/coronaire arteriën;
elastische arterie (vnl elastische vezels in media) = aorta




Te zien zijn doorsnedes van arterie doorheen het leven: blauwe circel = lumen, kleuren errond =
vaatwand, lichtblauwe cirkel = adventitia

Atherosclerose is langzaam, progressief ziekteproces dat evolueert over hele mensenleven; begint
zich al te manifesteren bij jonge mensen:

 2e doorsnede
Excentrische (aan één zijde) verdikking van vaatwand = neointima = endotheelcellaag met
daaronder 2 à 3 laagjes gladde spiercellen
Ontstaat vaak op overgang van hoofdvat naar vertakking;
Bijna geen invloed op grootte van lumen/perfusie van bloed DUS niet te voelen (silentieus)

1

, Lessen professor Bosmans


 Proces evolueert langzaam verder -> 3e doorsnede
Stabiele atheroomplaque: centrale atheros (lipid pool; bruinachtig slijm) omringd door fibreuze
kap (fibroblasten, gladde spiercellen…)
 4e doorsnede
Vulnerabele plaque: grotere hoeveelheid atheros, ook met fibreuze kap

 Dit alles resulteert in expansie van adventitia; het lumen wordt zo lang mogelijk, zo groot mogelijk
gehouden = “positieve remodeling” <-> arterie knijpt samen = “negatieve remodeling” <-> geen
remodeling

Schouderzone van atheroomplaque (wit sterretje) = overgang tussen fibreuze kap en normale
arteriële wand; langs hier komen na een tijdje inflammatoire infiltraten binnen met lytische
enzymen die fibreuze kap beginnen af te breken  enorme versnelling van proces!

 5e doorsnede
Door spasme van arterie (vb. bij plotse overgang van warme naar koude omgeving) barst fibreuze
kap (plaqueruptuur) en komt atheros in contact met bloed -> er vormt zich binnen aantal
seconden/minuten stolsel (fibrinenetwerk, bloedplaatjes…) thv scheurtje -> lumen van arterie
verkleint sterk
Stolsel kan zo groot zijn dat plotseling heel het lumen wordt afgesloten en bijgevolg perfusie naar
achterliggende organen wordt stilgelegd = acuut (hart-, nier-…)infarct
 6e / 7e doorsnede
Fibrocyten, myoblasten… groeien in in stolsel -> er ontstaat een litteken dat mee wordt
ingebouwd in atheroomplaque




Atheros (*), fibreuze kap (pijlpunt) en lumen (C)

A: stof ingespoten om kransslagaders wit te doen oplichten; linker kransslagader is belangrijkste!
B: nog klein lumen te zien (rechtsonder) Dia 9




2

, Lessen professor Bosmans


1.2 De ‘hoofdrolspelers’
 Endotheel
 Monocyt/macrofaag
 Lymfocyt
 Dendritische cel
 Gladde spiercel
 Stollingssysteem
 Endotheliale progenitor cellen

Endotheel = belangrijkste; alles begint met een ziek endotheel

Endotheel heeft belangrijke rol in controle
van vaattonus:

 Via muscarinereceptor in
endotheelcel zet
stikstofmonoxide (NO) aan tot
vasodilatatie
 Via muscarinereceptor in gladde
spiercel zet acetylcholine aan
tot vasoconstrictie



In gezond endotheel is er overgewicht richting vasodilatatie <-> in ziek endotheel is er overgewicht
naar vasoconstrictie

Evenwicht kan al richting vasoconstrictie verschuiven door vb. roken van (slechts één!) sigaret, hoge
(slechte) cholesterol, hoge suikerwaarde in bloed (diabetes)…; deze elementen veroorzaken
endotheelziekte

Coronarografie: bij ziek endotheel leidt inspuiting van Ach tot abnormale vasoconstrictie Dia 16-17

Tweede indicatie van endotheelziekte (eveneens aangewakkerd door bovenstaanden) zullen
endotheelcellen adhesiemoleculen, mb cytokines, aan oppervlak tot expressie brengen:

Ontstekingscellen vb. monocyten worden aangetrokken en verankerd aan endotheel -> monocyten
migreren door openingen tussen endotheelcellen naar subendotheliale ruimte (tussen endotheel en
lamina elastica interna) -> monocyten transformeren tot macrofagen die LDL partikels (slechte
cholesterol) fagocyteren -> macrofaag transformeert tot reusachtige schuimcel/foamcel vol vettig
materiaal; macrofagen blijven fagocyteren tot ze barsten en vettige materiaal vrijkomt, waardoor
atheros zich geleidelijk aan vormt

Ook T-cellen komen terecht in vaatwand (minder frequent); hebben regulerende functies:

 Geven cytokines vrij die differentiatie van monocyt tot macrofaag aansturen
 Zorgen voor migratie van gladde spiercellen en fibroblasten doorheen lamina elastica interna
-> vorming fibreuze kap




3

, Lessen professor Bosmans




Als laatste komen ook dendritische cellen uit de normale arteriële adventitia terecht in vaatwand
(minst frequent); dit zijn antigeenpresenterende cellen die lijden tot T-celactivatie

Steeds meer argumenten dat dendritische cellen ook belangrijke aansturende rol spelen bij
atherosclerose, LDL kan nl als antigen functioneren voor T-celactivatie DUS dendritische cel is
sleutelcel voor op gang brengen van inflammatoir proces

Verder bieden dendritische cellen heel wat therapeutische mogelijkheden vb. cellen passief maken
en zo inflammatoir proces tot rust brengen (nog geen feit, toekomstgerichte benadering)

 Al deze (ontstekings)cellen* zullen zich op bepaald moment accumuleren in schouderzone van
fibreuze kap (die ze zelf mee hebben opgebouwd) en allerlei lytische enzymes** secreteren die de
fibreuze kap geleidelijk aan afbreken en zo vulnerabele plaque creëren
* T-cellen, macrofagen en schuimcellen, geactiveerde gladde spiercellen van de lamina muscularis
interna en normale gladde spiercellen van de media
** Collagenase, gelatinase, stromelysine en andere proteases en peptidases

Vorming bloedstolsel/thrombus is belangrijke factor in ontstaan van ziektebeelden en behandeling
ervan (door stolsel terug op te lossen)!

Bij arteriële ziekten bestaan thrombi vooral uit bloedplaatjes/thrombocyten en veel minder uit
fibrine <-> veneuze thrombi bestaan vooral uit fibrine en rode bloedcellen
Verklaring: arterieel vaatbed staat onder hoge druk en er beweegt krachtige flow door DUS wanneer
er zich scheurtje voordoet in vaatwand, moet dit snel gedicht kunnen worden mbv bloedplaatjes <->
in veneus systeem (lagere druk, rustigere flow) is er meer ruimte voor vorming fibrinethrombus

Thrombusvorming Dia 52-54

1. Door scheur in endotheel komen subendotheliale componenten (atheros, vezels, cellen) in
contact komen met passerende bloed en bloedplaatjes
2. Passerende bloedplaatjes verankeren zich als monolaag aan subendotheliale componenten
3. GPIIIb/iia (glycoproteïne IIIb/IIa receptor; zeer belangrijke receptoren in celwand van
bloedplaatsjes) plooit zich open (wordt geactiveerd) en wordt ontvankelijk voor circulerende
Von Willebrand factor en fibrinogeen
4. Von Willebrand factor en fibrinogeen klitten via GPIIIb/IIa vast op bloedplaatje en fungeren
als connectiestuk via dewelke verschillende bloedplaatjes aan elkaar kunnen verankerd
worden (cross-linking van bloedplaatjes)



4

, Lessen professor Bosmans




Stollingsproces versnelt zich heel snel!
Verklaring: eens bloedplaatjes verankerd zijn aan elkaar, komen ze in soort activatiestatus terecht
waarbij inhoud van cytoplasmatische granules (allerlei vasoactieve stoffen) wordt vrijgesteld ->
circulerende bloedplaatjes worden nog sterker aangetrokken

Het zijn lokale processen zoals vb. lokale ernst van thrombotische trigger, lokale ernst van
vaatvernauwing, lokale conformaties… die mee bepalen hoe groot de thrombus zal zijn

Therapie voor vb. dreigende hartinfarcten tgv atherosclerotische thrombus moet dus inwerken op
bloedplaatjes; vb. GPIIIb/IIa receptor blokkers die verdere uitbreiding van thrombus onmogelijk
maken

Patiënten die ooit hartinfarct, beroerte/herseninfarct/hersenbloeding/cerebrovasculair accident
(CVA)… tgv atherosclerose hebben doorgemaakt worden op aspirine/acetylsalicylzuur gezet, aspirine
remt nl één van de triggers voor plaatjesaggregatie; er bestaan ook nog krachtigere anti-thrombotica
MAAR deze geven ook aanleiding tot grotere risico’s bij beschadiging van vaatwand




Dia 57 NIET kennen

Endotheliale progenitor cellen zijn in geringe mate in circulatie aanwezig en hebben als functie het
‘dichtplakken’ van onderbrekingen in de continuïteit van het endotheel MAAR relatief zwak
mechanisme aangezien er in populatie heel veel mensen zijn met ziek endotheel en alle implicaties
(zoals atherosclerose) van dien

Voldoende en regelmatige beweging heeft een gunstig effect op endotheliale progenitor cellen en is
daarom ook een beschermende factor tegen atherosclerose


5

, Lessen professor Bosmans




1.2 Risicofactoren
Beïnvloedbare risico’s

 Dyslipidemie (afwijking in de stofwisseling van de vetten waardoor afwijkingen in de vetsamenstelling van het bloed
ontstaan)
o Hypercholesterolaemie
- Totale cholesterol (>250 mg% of >2020 mg%)
- LDL cholesterol (>130 mg% of 100 mg%)
- HDL cholesterol (<35 mg% en beschermend effect >60 mg%)
- Triglyceriden (<200 mg%)
 Roken
 Arteriële hypertensie
 Gebrek aan fysieke activiteit
 Overgewicht (risicofactor voor dyslipidemie, arteriële hypertensie, diabetes…)
 Persoonlijkheid: sommige mensen hebben één of meer van de volgende kenmerken
o Type-A persoonlijkheid: leven onder tijdsdruk
o Type-D persoonlijkheid: neiging om negatieve ervaringen op te doen, gesloten karakter,
opkroppen van problemen
o Depressie als risicofactor

Alle beïnvloedbare risico’s werken in op niveau van endotheel en enkele ervan (LDL en allicht
nicotine) kunnen inwerken op niveau van dendritische cel

Er is verband tussen stress en hartaandoeningen (via catocholamines, vasospasmen…); het gaat
echter vooral over persoonlijkheid/manier waarop met stressfactor wordt omgegaan
Mensen die makkelijker hun stressfactoren kunnen bespreken en zo ook kunnen loslatenhebben
minder kans op atherosclerose = type-A persoonlijkheid <-> type-D persoonlijkheid

Niet-beïnvloedbare risico’s

 Familiale voorgeschiedenis
 Leeftijd en geslacht
 Diabetes Mellitus

Hartinfarcten komen vooral voor vanaf 40j en in toenemende mate bij ouder worden

Vrouwen op premenopauzale leeftijd hebben relatief minder atherosclerose dan mannen (humorale
bescherming) -> inhaalbeweging bij vrouwen op postmenopauzale leeftijd -> op hoogbejaarde
leeftijd is er gelijk voorkomen van atherosclerose bij mannen en vrouwen

Dia 65-68 NIET kennen

“Curiosa”: fenomenen die voorkomen bij atherosclerose in klinische context

 Peesxanthomen
- Pijnloze, relatief grote, zachte, knobbelige vetstructuren gelegen in pezen van strekspieren van
vnl hand en enkel
- Pees ligt in heel dicht contact met botstructuur eronder -> irritatie bij strekking -> zekere mate
van ontstekingsproces (verglijkbaar met vorming atheroomplaque)
- Vooral bij mensen met uiterst hoge LDL

6

Document information

Study
Uploaded on
May 9, 2022
Number of pages
57
Written in
2020/2021
Type
Summary
$7.11

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
BiomedUA
4.5
(2)
Sold
27
Followers
25
Items
0
Last sold
1 year ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions