H8: ioniserende stralingen: radioactiviteit en X-straling
Ioniserende straling
Atoomkern: bestaat uit Z: protonen en N: neutronen
Orbitalen: bezitten elektronen
e- = p +
Deeltjes of elektromagnetische golven, die voldoende energie bezitten om excitaties en ionisaties
te veroorzaken in het medium waar ze door trekken
Toevoegen van energie zorgt voor excitatie en ionisatie
Na excitatie en ionisatie vaak desexcitatie
Direct ioniserende straling: ionisatie door elektrische interacties van geladen
deeltjes
Indirecte ioniserende straling: bij
neutrale deeltjes en elektromagnetische straling veroorzaakt
door de secundaire geladen deeltjes, ontstaan door de
fysische interactie van de primaire straling met het
medium
Biologische effecten van ioniserende straling
o Directe ionisaties ter hoogte van het DNA
o Indirecte schade op het DNA veroorzaakt door radicalen die vrijkomen bij ionisatie van water
Ioniserende stralen worden uitgezonden door:
o Radioactieve stoffen bij hun verval
o Stralinggenerende apparatuur
Radioactiviteit
Elk atoom streeft naar een toestand met minimale energie
Door radioactieve vervalprocessen kan het aantal protonen en neutronen in de atoomkern
wijzigen waardoor energie vermindert en vrijkomt onder de vorm van ioniserende straling
Activiteit: aantal spontane kernmutaties in een bepaald tijdsinterval uitgedrukt in Bq
Ioniserende straling uitgezonden bij radioactief verval
Alfastraling:
o α verval:
239 235 4
- Pu→ 94U + 92¿ 2 He ¿
- He /α-deeltjes:
Mono-energetisch
Kleine penetratiediepte, veroorzaken groot aantal ionisaties
Niet gebruikt in diergeneeskunde
Betastraling:
o β- verval:
-
- Neutron transformeert in proton
- β- deeltjes:
Niet mono-energetisch
Geeft energie af op korte afstand
Ioniserende straling
Atoomkern: bestaat uit Z: protonen en N: neutronen
Orbitalen: bezitten elektronen
e- = p +
Deeltjes of elektromagnetische golven, die voldoende energie bezitten om excitaties en ionisaties
te veroorzaken in het medium waar ze door trekken
Toevoegen van energie zorgt voor excitatie en ionisatie
Na excitatie en ionisatie vaak desexcitatie
Direct ioniserende straling: ionisatie door elektrische interacties van geladen
deeltjes
Indirecte ioniserende straling: bij
neutrale deeltjes en elektromagnetische straling veroorzaakt
door de secundaire geladen deeltjes, ontstaan door de
fysische interactie van de primaire straling met het
medium
Biologische effecten van ioniserende straling
o Directe ionisaties ter hoogte van het DNA
o Indirecte schade op het DNA veroorzaakt door radicalen die vrijkomen bij ionisatie van water
Ioniserende stralen worden uitgezonden door:
o Radioactieve stoffen bij hun verval
o Stralinggenerende apparatuur
Radioactiviteit
Elk atoom streeft naar een toestand met minimale energie
Door radioactieve vervalprocessen kan het aantal protonen en neutronen in de atoomkern
wijzigen waardoor energie vermindert en vrijkomt onder de vorm van ioniserende straling
Activiteit: aantal spontane kernmutaties in een bepaald tijdsinterval uitgedrukt in Bq
Ioniserende straling uitgezonden bij radioactief verval
Alfastraling:
o α verval:
239 235 4
- Pu→ 94U + 92¿ 2 He ¿
- He /α-deeltjes:
Mono-energetisch
Kleine penetratiediepte, veroorzaken groot aantal ionisaties
Niet gebruikt in diergeneeskunde
Betastraling:
o β- verval:
-
- Neutron transformeert in proton
- β- deeltjes:
Niet mono-energetisch
Geeft energie af op korte afstand