Periode 3.1
Week 1
Meer dan 1,5 miljoen kinderen (<22 jaar), groeien op bij een ouder met psychische problemen.
1/3 van deze kinderen krijgt zelf geen problemen, 1/3 tijdelijke problemen en 1/3 ernstige problemen.
KOPP/KVO: kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblematiek (depressie, schizofrenie,
angst, persoonlijkheidsstoornis (vinden zichzelf niet ziek, geen ziekte-inzicht), verslaving: alcohol/ drugs).
Deze kinderen hebben een groter risico op psychische of verslavingsproblemen (verslaging, depressie,
schooluitval, criminaliteit, angst, sociale problemen, etc.).
Iedere leeftijdscategorie heeft zijn eigen problematiek.
Risicofactoren voor het kind: de ouder.
- Niet de aard van de stoornis, maar de ernst en chroniciteit bepalen in welke mate het leven
ontwricht raakt.
- Risico op neerwaartse spiraal met sneeuwbaleffect: situatie die zichzelf steeds verder versterkt.
- Minder dan 30% van de mensen met een psychische stoornis zoekt hulp. Ze zijn vaak zorgmijders
of hebben geen ziekte-inzicht. Veel problematiek blijft daardoor onbehandeld.
Risicofactoren voor het kind: de gezinssituatie.
- Geen gezonde ouder hebben. Een ouder kan ook vluchten in bijvoorbeeld werk of ontkenning. De
gezonde ouder is dan de grote afwezige en dat kan de relatie tussen ouder en kind verzwakken.
- Een overvraagde ouder (overbelasting, roofbouw (onverstandige behandeling waardoor het
lichaam beschadigd of uitgeput raakt) en chronische stress).
- Relatieproblemen tussen ouders. De partner moet met al het (angstaanjagende) gedrag om
kunnen gaan, maar kan met zijn gedrag ook het probleem weer versterken. Huwelijksconflicten
worden vooral geassocieerd met gedragsproblemen bij jongens.
- Disfunctioneel ouder-kindcontact. Opvoeding van zieke ouder kenmerkt zich vaak door vlakke
emoties, boosheid, onvoorspelbaarheid en minder lichamelijk contact, goedkeuring, spontaniteit
en responsiviteit. Ook kan lichamelijke, geestelijke of seksuele mishandeling voorkomen.
Risicofactoren voor kind: het kind zelf.
- Geringe sociaal-emotionele vaardigheden en sociale redzaamheid.
- Onveilig gehecht kind. Een veilig gehecht kind kan bij angst en verdriet terugvallen op de
opvoeder. Een onveilig gehecht kind heeft die zekerheid niet omdat de opvoeder niet, ambivalent
of afwijzend reageert en terughoudend is met lichamelijke aanrakingen. Een veilige hechting met
de vader kan schadelijke gevolgen van een onveilige hechting met de moeder voorkomen.
- Gezonde ouder die ziek wordt. Kinderen ervaren dat hun ouder ander, vreemd en beangstigend
gedrag vertoont. Zij lijden een verlies (vooral bij oudere kinderen) en maken rouw mee. Kinderen
die vanaf hun geboorte een zieke ouder hebben, hebben niet die verlieservaring.
- Algemeen: hoe jonger het kind, des te hoger de kwetsbaarheid en de invloed van de zieke ouder.
- Aangeboren kwetsbaarheid. Erfelijke factoren spelen een rol in de ontwikkeling van ziekten. Het
lijkt te gaan om een aangeboren kwetsbaarheid voor algemene psychische stoornissen die niet