HC 1: belastbaar feit.
Art. 1 Successiewet
- Lid 7 -> schenkbelasting, maar ga wat dieper het burgerlijk wetboek in.
Art. 7:175 BW -> schenking. Economisch beter geworden + bewust gedaan om iemand te
verrijken + moet juridisch terug te brengen zijn tot een ovk.
- Bevoordeling niet zijnde een schenkingsovk met verrijking en verarming die bewust
gedaan wordt kan dus wel als gift worden gezien.
Art. 7:186 lid 2 BW -> gift.
Alle schenkingen (zonder ovk’s) zijn giften, maar niet alle giften zijn schenkingen.
- Gift is het ruime begrip, en schenking wat beperkter.
Wat zijn de drie belastbare feiten:
1. Verkrijging krachtens erfrecht.
2. Verkrijging krachtens schenking.
3. Verkrijging krachtens gift.
Waar woont iemand in het belastingrecht?
- Art. 4 AWR -> omstandigheden, waar speelt zijn leven zich af?
- Woonplaats van de overledene.
- Arrest: aanslag erfbelasting over gehele vermogen terwijl het vermogen in
puerto rico ligt, want zijn woonplaats was in Groningen.
- Hof in Den Bosch -> zegt meneer woont in Puerto Rico, omdat het boek waar
hij in aan het lezen was lag op het nachtkastje in puerto rico en zijn horloge
lag ernaast.
Belastbaar feit = burgerlijk wetboek + woonplaats.
Art. 24 Successiewet
Art. 32 Successiewet -> mijn partner. Art. 1a Successiewet -> wanneer je partner bent voor
de Successiewet.
- Kind -> ruim 20.000 euro vrij. Kleinkinderen hetzelfde voor de vrijstelling (moeten wel
in testament staan).
- Zijn voetvrijstellingen -> 100.000 - 20.000 = 80.000. 80.000 dan tegen 10%.
Art. 33 Successiewet -> verkrijging krachtens erfrecht dan art. 32, bij schenking art. 33.
- Rechtsvrijstelling -> 2.500 euro.
- Door corona mocht je hier 1.000 bij doen.
Samenlevingscontract om de 40% te ontwijken -> hiervoor moet minstens een wederzijdse
zorgplicht in het contract staan.
- Art. 1:84 BW.
- Moet je vastleggen in een notariële akte.
- Materiaal hangt er niet veel aan.
Als je 5 jaar samenwoont ben je ook successierechtelijke partner.
Bent successierechtelijke partner na 6 maanden als je een samenlevingscontract maakt.
Art. 12 Successiewet -> je bent al overlijden een half jaar geleden. Een bepaalde verkrijging,
schenking op sterfbed, wordt dan behandeld als erfrecht.
Uitkering van levensverzekering doen we alsof dat erven is.
, HC 2:
Art. 42 Invorderingswet = als je executeur bent dan ben je hoofdelijk aansprakelijk voor de
erfbelasting. Dus ook als je notaris bent en tot executeur bent benoemd.
Art. 47 Invorderingswet
Art. 20 Wna -> je mag niet bevorderd worden in het testament dat je passeert.
Overdrachtsbelasting = verkrijging van roerende zaken.
Art. 10 Successiewet = als je genot houdt tot aan je overlijden dan wordt het belast. Dus iets
wat je als kind hebt verkregen van je ouder maar de ouder snoept er nog van, dan plaatsen
we het terug in de nalatenschap van de ouder en wordt er belasting over geheven.
- Lid 3 -> genot voorkomend bezig, dan moet je jaarlijks daadwerkelijk geen genot
hebben.
Art. 2 lid 1 en 2
Bedrijfsopvolgingsregeling -> art. 4 wet belasting van rechtsverkeer.
- Lid 11 -> fictie, zelfs statutenwijziging.
- Fictieve onroerende zaken -> verkrijgen van aandelen in een BV is ook een
belastbaar feit.
- Alles wat met ondernemingsvermogen te maken heeft doet niet mee.
Art. 15 lid 1 sub e en f -> onroerende zaken die de BV in en uitgaan.
Art. 35b e.v. Successiewet.
Art. 3 Successiewet (zie ook art. 4 AWR) -> woonplaatsfictie = doen alsof iemand in NL
woont als hij binnen 10 jaar voor zijn overlijden in NL heeft gewoond.
- Als je je nationaliteit wijzigt dan vergaat de fictie.
- Lid 2 -> belast als je denkt in belgië lekker belastingvrij cadeaus te kunnen geven,
dan toch in NL belast.
Komt vaak voor dat je hierdoor meerdere landen hebt die willen heffen. Weinig regelingen
om dit minder te maken:
- Hebt wel de eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting.
Art. 3 -> geen vrijstelling, maar een uitgezonderde verkrijging.
- Anders zonder meer geen belastbaar feit.
Art. 15 -> vrijstellingen
- Lid 1 sub g -> voor samenwoners andere regel, dan wel vrijstellingen. Deze moeten
wel worden gemeld bij de belasting.
Art. 3 WWR ->
- Sub a -> boedelmenging. Hoe doe je dat als er uitsluiting is van alle gemeenschap?
Kijken naar boek 1 h7 en h8. Boedelmenging is dus alleen gemeenschap van
goederen.
- 2 extra mogelijkheden voor boedelmenging:
- Ik ga aan een gemeenschap van goederen zoals die gold voor 2018.
- Een heel beperkte gemeenschap, huwelijksgemeenschap aan van de zaak.
- Sub b ->