ecologie
wat is ecologie
- Voor het eerst gedefinieerd in 1866 door Ernst Haeckel
- Ecologie is geen levenswijze maar een wetenschap
- Ecologie bestudeert de complexe interacties tussen alle levende wezens onderling en hun
omgeving
o biotiek (= alle levende wezens)
o abiotiek = (alle niet-levende omgevingsfactoren)
o → interactie gebeurd in een ecosysteem
- de oudste wetenschap!
- In de prehistorie al moesten mensen als jager-verzamelaars begrijpen waar bepaalde
planten en dieren voorkwamen, om aan voedsel te geraken, én om zichzelf te beschermen
- Landbouwers → weten welke planten op welke bodem
o Functie van overleven
Het ecosysteem als studieobject van de ecologie
- Ecosysteem: geheel van abiotische en biotische componenten die samen functioneren als
een eenheid
- Abiotische componenten:
o fysische en chemische condities zoals de atmosfeer en de gassen die daar in
voorkomen
o het klimaat (neerslag, temperatuur en luchtvochtigheid),
o de textuur
o structuur
o voedselrijkdom van de bodem en de beschikbaarheid aan water.
- biotische componenten
o boven- en ondergronds voorkomen.
o Interacties met deze andere organismen kunnen vriendschappelijk of vijandig zijn
Abiotiek stuurt biotiek
- Welke boomsoorten op een bepaalde bodem kunnen groeien hangt af van textuur,
voedselrijkdom en zuurtegraad van de bodem.
- Op voedselarmere en zuurdere bodems groeien eiken, berken en dennen.
- Op voedselrijkere, minder zure leembodems groeien ook soorten als linde, kers, esdoorn,
haagbeuk en es.
- Abiotiek is dus sturend voor de biotiek.
Biotiek stuurt abiotiek
- Beukenbos in de zomer laat weinig licht door
- Dus geen vegetatie
Biotiek stuurt biotiek
- Bodem bepaalt boomsoort
- Boomsoort bepaald afbraaksnelheid
- Afbraaksnelheid beinvloed de bodem
1
,Wetenschappelijke methode
Stappenplan
Testen van hypothese
- biomassaproductie van grasland afhangt van de beschikbaarheid aan water of nutriënten
- biomassaproductie van grasland toeneemt wanneer de beschikbaarheid aan nutriënten in
de bodem toeneemt
- betrouwbaarheid door de P waarde → hoe kleiner hoe zekerder
o waarde van 0.05
2
, observationele studie
- Observatie en monitoring van een natuurlijke omgeving, zonder dat de onderzoeker ingrijpt
in het ecosysteem
- Opvolgen van trends in ruimte en/of in tijd
- Oorzaken vaak moeilijk vast te stellen
- Oudste observationele studie:
o HUBBARD BROOK EXPERIMENTAL FOREST
Wat is de invloed van het bos op de waterkwaliteit van de beek
- Het water dat in het stroombekken terecht komt via neerslagwater (input) en het water dat
het stroombekken verlaat via oppervlaktewater (output)
- Door de inkomende nutriënten via het neerslagwater te vergelijken met de output kan het
effect van het bos bestudeerd worden
- Het bestaande ecosysteem wordt gemonitord, maar er wordt niet ingegrepen in het
ecosysteem.
Resultaat
- Bos houd stikstof vast
- Bos heeft zuiverende werking
Experimentele studies
- manipuleert de onderzoeker het systeem om dit vervolgens te observeren.
- Experimenten uitvoeren om bepaalde patronen te kunnen verklaren
- Vb simulatie van ijsstormen
3
, Experimentele labo studie
- bouwen onderzoekers een deeltje van het ecosysteem na in een labo
- werkelijkheid te vereenvoudigen door het constant houden van verschillende factoren
- het laten variëren van een bepaalde factor waar men van vermoedt dat deze van invloed is.
- Zijn vaak minder complex en duur dan experimentele veldstudies
Studie van jacobskruid
- Strategie tegen grazers: productie van giftige alkaloiden
- Worden vrije alkaloiden wanneer opgenomen
- Tasten lever aan, verstoppen kleine bloedvaatjes
- Smaakt vers vies, maar droog smaakloos
- Belangrijk dat deze soort niet in hooi terecht komt
- POTPROEF: Jacobskruiskruid planten in verschillende bodems
- Bodemmoeheid = negatieve invloed van de bodembiota op het voorkomen van
jacobskruiskruid
o negatieve plant-soil-feedback
wiskundige modellen
- ecologische fenomenen beter te begrijpen.
- Op basis van bestaande gegevens, kunnen mathematische modellen gemaakt worden
waarmee onder andere toekomstvoorspellingen kunnen gemaakt worden
- Vereenvoudiging van de werkelijkheid – voor- en nadelen
climate envelope model
- klimaatvenster berekend dat voor soorten aangeeft wat hun optimaal verspreidingsgebied
is qua klimaat.
- berekent men dan waar deze soorten kunnen voorkomen bij veranderingen in het klimaat
4
wat is ecologie
- Voor het eerst gedefinieerd in 1866 door Ernst Haeckel
- Ecologie is geen levenswijze maar een wetenschap
- Ecologie bestudeert de complexe interacties tussen alle levende wezens onderling en hun
omgeving
o biotiek (= alle levende wezens)
o abiotiek = (alle niet-levende omgevingsfactoren)
o → interactie gebeurd in een ecosysteem
- de oudste wetenschap!
- In de prehistorie al moesten mensen als jager-verzamelaars begrijpen waar bepaalde
planten en dieren voorkwamen, om aan voedsel te geraken, én om zichzelf te beschermen
- Landbouwers → weten welke planten op welke bodem
o Functie van overleven
Het ecosysteem als studieobject van de ecologie
- Ecosysteem: geheel van abiotische en biotische componenten die samen functioneren als
een eenheid
- Abiotische componenten:
o fysische en chemische condities zoals de atmosfeer en de gassen die daar in
voorkomen
o het klimaat (neerslag, temperatuur en luchtvochtigheid),
o de textuur
o structuur
o voedselrijkdom van de bodem en de beschikbaarheid aan water.
- biotische componenten
o boven- en ondergronds voorkomen.
o Interacties met deze andere organismen kunnen vriendschappelijk of vijandig zijn
Abiotiek stuurt biotiek
- Welke boomsoorten op een bepaalde bodem kunnen groeien hangt af van textuur,
voedselrijkdom en zuurtegraad van de bodem.
- Op voedselarmere en zuurdere bodems groeien eiken, berken en dennen.
- Op voedselrijkere, minder zure leembodems groeien ook soorten als linde, kers, esdoorn,
haagbeuk en es.
- Abiotiek is dus sturend voor de biotiek.
Biotiek stuurt abiotiek
- Beukenbos in de zomer laat weinig licht door
- Dus geen vegetatie
Biotiek stuurt biotiek
- Bodem bepaalt boomsoort
- Boomsoort bepaald afbraaksnelheid
- Afbraaksnelheid beinvloed de bodem
1
,Wetenschappelijke methode
Stappenplan
Testen van hypothese
- biomassaproductie van grasland afhangt van de beschikbaarheid aan water of nutriënten
- biomassaproductie van grasland toeneemt wanneer de beschikbaarheid aan nutriënten in
de bodem toeneemt
- betrouwbaarheid door de P waarde → hoe kleiner hoe zekerder
o waarde van 0.05
2
, observationele studie
- Observatie en monitoring van een natuurlijke omgeving, zonder dat de onderzoeker ingrijpt
in het ecosysteem
- Opvolgen van trends in ruimte en/of in tijd
- Oorzaken vaak moeilijk vast te stellen
- Oudste observationele studie:
o HUBBARD BROOK EXPERIMENTAL FOREST
Wat is de invloed van het bos op de waterkwaliteit van de beek
- Het water dat in het stroombekken terecht komt via neerslagwater (input) en het water dat
het stroombekken verlaat via oppervlaktewater (output)
- Door de inkomende nutriënten via het neerslagwater te vergelijken met de output kan het
effect van het bos bestudeerd worden
- Het bestaande ecosysteem wordt gemonitord, maar er wordt niet ingegrepen in het
ecosysteem.
Resultaat
- Bos houd stikstof vast
- Bos heeft zuiverende werking
Experimentele studies
- manipuleert de onderzoeker het systeem om dit vervolgens te observeren.
- Experimenten uitvoeren om bepaalde patronen te kunnen verklaren
- Vb simulatie van ijsstormen
3
, Experimentele labo studie
- bouwen onderzoekers een deeltje van het ecosysteem na in een labo
- werkelijkheid te vereenvoudigen door het constant houden van verschillende factoren
- het laten variëren van een bepaalde factor waar men van vermoedt dat deze van invloed is.
- Zijn vaak minder complex en duur dan experimentele veldstudies
Studie van jacobskruid
- Strategie tegen grazers: productie van giftige alkaloiden
- Worden vrije alkaloiden wanneer opgenomen
- Tasten lever aan, verstoppen kleine bloedvaatjes
- Smaakt vers vies, maar droog smaakloos
- Belangrijk dat deze soort niet in hooi terecht komt
- POTPROEF: Jacobskruiskruid planten in verschillende bodems
- Bodemmoeheid = negatieve invloed van de bodembiota op het voorkomen van
jacobskruiskruid
o negatieve plant-soil-feedback
wiskundige modellen
- ecologische fenomenen beter te begrijpen.
- Op basis van bestaande gegevens, kunnen mathematische modellen gemaakt worden
waarmee onder andere toekomstvoorspellingen kunnen gemaakt worden
- Vereenvoudiging van de werkelijkheid – voor- en nadelen
climate envelope model
- klimaatvenster berekend dat voor soorten aangeeft wat hun optimaal verspreidingsgebied
is qua klimaat.
- berekent men dan waar deze soorten kunnen voorkomen bij veranderingen in het klimaat
4