´
Maatschappijwetenschappen
Seneca deel 2
Examenstof HAVO
Kernconcepten
Eline Brussen
1
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 11 (Politiek
Hoofdstuk 12 (Vormingsvraagstuk)
Hoofdstuk 13 (Verhoudingsvraagstuk)
Hoofdstuk 14 (Bindingsvraagstuk)
Kernconcepten
2
, Hoofdstuk 11
Op de derde dinsdag is het Prinsjesdag waarbij de koning de troonrede voorleest en de minister van
Financiën de miljoenennota, een samenvatting van de rijksbegroting, presenteert. Prinsjesdag is een
politieke institutie, er gelden verschillende regels over het gedrag van actoren, door het langdurige
proces van staatsvorming.
Bij de algemene beschouwingen debatteren politieke partijen in de tweede kamer over de plannen
van het kabinet . Hierin zijn de kernconcepten ideologie en politieke institutie te herkennen. Elke
politieke partij heeft andere ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke
verhoudingen.
De macht bij de beschouwingen is ten eerste afhankelijk van het aantal zetels die de partijen in de
tweede kamer hebben. Hoe meer zetels, hoe makkelijker de meerderheid bereikt kan worden. De
meerderheid nodig hebben om je plannen te bereiken is ook een politieke institutie. Ten tweede is
de macht afhankelijk in het verschil tussen coalitie en oppositiepartijen. Partijen in de coalitie werken
samen voor een gemeenschappelijk doel, het vormen van een regering en de uitvoering van het
samen opgestelde beleid voor de komende jaren.
Maatschappijwetenschappen Hoofdstuk 11.2
Er zijn verschillende dimensies om standpunten van partijen in te verdelen.
1: Links – Rechts: Gaat over de vraag hoeveel de overheid zich moet bemoeien met de economie.
2: Progressief – conservatief: Gaat over de vraag hoeveel vrijheid mensen hebben, progressief is
veranderend en conservatief behoudend.
3: nationalisme – internationalisme: Gaat over de rol van het land in de wereld, meer op binnenland
of buitenland gericht?
4: materialisme – postmaterialisme: Zijn tastbare zaken zoals defensie en economie belangrijk of
abstracte zaken zoals milieu en sociaal onrecht belangrijk?
Bij een ideologie hangen standpunten samen oftewel bij elkaar passen, verschillende standpunten
zoals links en rechts horen niet in een ideologie. Binnen een ideologie hangen standpunten over de
maatschappij samen omdat het geheel van denkbeelden en beginselen aan ten grondslag ligt.
Beginselen en denkbeelden van ideologieën gaan over politiek, economie en cultuur.
Communisme – socialisme – liberalisme -conservatisme – fascisme
Links - midden - rechts
Het communisme en het fascisme zijn extreem waardoor ze soms gebruik willen maken van
maatregelen die buiten de wettelijke kaders vallen. Het communisme is voor gelijkheid en bij de
fascisten is er maar ruimte voor 1 cultuur. Het socialisme, liberalisme en conservatisme willen met
debat hun ideaal bereiken. Liberalisme is in het midden omdat er veel vrijheid is voor burgers, zowel
individuele als economische vrijheid. Conservatieven hechten waarde aan tradities en eigen
verantwoordelijkheid.
In het politieke Nederlandse landschap is deze volgorde:
Socialisme / sociaaldemocratie - liberalisme
s Confessionalisme
3