COMFORT: AKOESTIEK
EVA HERMAN
LES 1)
Het hoorbare, auditieve
Wat is geluid?
= hoorbare verandering van de luchtdruk
= longitudinale golf
Emissie – voortplanting – immissie
Eigenschappen:
- Hoe hoger f, hoe hoger de toon vh geluid
- Complex geluid: meerdere f of tonen
- Grondtoon: laagste f
- Boventoon: component vh complexe geluid waarvan de f een veelvoud is van die vd
grondtoon
- Klankkleur of timbre: verhouding boventoon tot de ondertoon
Frequentie (Hz): hoe vaak iets gebeurt binnen een bepaalde tijd
Amplitude (Pa): grootte/ sterkte van een trilling, de maximale uitslag
Golflengte ( λ ): is de lengte van een sinusoïdale golf, afstand tussen 2 opeenvolgende punten
met zelfde fase
Zuivere toon= 1 frequentie
Ruis= niet-periodisch verloop
Geluidsdruk:
- Normale spraak: 20mPa
- Zwakst: 20 μPa
- Pijngrens: 20 à 100Pa
- Amplitudebereik hoorbare variaties: 107
Geluid: som/ integraal van zuivere tonen, die elk een eigen frequentie en amplitude hebben
- Amplitudemodulaties: variaties van de sterkte vh geluid in de tijd
- Klankkleur: samenstelling vh geluid
- Geluidssnelheid c (m/s): geluidsgolven die zich voortbewegen
Hangt af van vastheid, dichtheid en temperatuur
Kamertemperatuur: c= 343m/s
Vloeistoffen en vaste stoffen: c hoger
Onafhankelijk vd frequentie vh geluid
Eva Herman 2e semester Akoestiek
, Geluidsnelheid c
o In vloeistoffen: √ K / p
o In vaste stoffen: √ E/ p
√
o In lucht: 331,5 1+(
T
273
)
Geluidintensiteit I = vermogen per eenheid van oppervlakte= P/S = p.v = W/4 π r 2
Vlakke golf: p = √ I . p .c
3dB, 6dB = afstandsverdubbeling
Geluidniveau:
po = 2.10-5 Pa
Io = 10-12 W.m-2
Wo = 10-12 W
Superpositie van meerdere bronnen:
Geluid in de architectuur
Puntbron (1/r 2) – lijnbron (1/r) – vlakke bron (I= constant)
Menselijke stem: beperkte capaciteit: Colosseum, Napoleon, microfoon…
- Spraak: klanken die ontstaan ter plaatse van de stembanden of in de mondholte,
frequenties: 500-3000Hz
- Klinkers: hogere geluidniveau
- Medeklinkers: meer energie bij hogere frequenties, minder hoog geluidniveau
Eigenschappen vh gehoor:
2
EVA HERMAN
LES 1)
Het hoorbare, auditieve
Wat is geluid?
= hoorbare verandering van de luchtdruk
= longitudinale golf
Emissie – voortplanting – immissie
Eigenschappen:
- Hoe hoger f, hoe hoger de toon vh geluid
- Complex geluid: meerdere f of tonen
- Grondtoon: laagste f
- Boventoon: component vh complexe geluid waarvan de f een veelvoud is van die vd
grondtoon
- Klankkleur of timbre: verhouding boventoon tot de ondertoon
Frequentie (Hz): hoe vaak iets gebeurt binnen een bepaalde tijd
Amplitude (Pa): grootte/ sterkte van een trilling, de maximale uitslag
Golflengte ( λ ): is de lengte van een sinusoïdale golf, afstand tussen 2 opeenvolgende punten
met zelfde fase
Zuivere toon= 1 frequentie
Ruis= niet-periodisch verloop
Geluidsdruk:
- Normale spraak: 20mPa
- Zwakst: 20 μPa
- Pijngrens: 20 à 100Pa
- Amplitudebereik hoorbare variaties: 107
Geluid: som/ integraal van zuivere tonen, die elk een eigen frequentie en amplitude hebben
- Amplitudemodulaties: variaties van de sterkte vh geluid in de tijd
- Klankkleur: samenstelling vh geluid
- Geluidssnelheid c (m/s): geluidsgolven die zich voortbewegen
Hangt af van vastheid, dichtheid en temperatuur
Kamertemperatuur: c= 343m/s
Vloeistoffen en vaste stoffen: c hoger
Onafhankelijk vd frequentie vh geluid
Eva Herman 2e semester Akoestiek
, Geluidsnelheid c
o In vloeistoffen: √ K / p
o In vaste stoffen: √ E/ p
√
o In lucht: 331,5 1+(
T
273
)
Geluidintensiteit I = vermogen per eenheid van oppervlakte= P/S = p.v = W/4 π r 2
Vlakke golf: p = √ I . p .c
3dB, 6dB = afstandsverdubbeling
Geluidniveau:
po = 2.10-5 Pa
Io = 10-12 W.m-2
Wo = 10-12 W
Superpositie van meerdere bronnen:
Geluid in de architectuur
Puntbron (1/r 2) – lijnbron (1/r) – vlakke bron (I= constant)
Menselijke stem: beperkte capaciteit: Colosseum, Napoleon, microfoon…
- Spraak: klanken die ontstaan ter plaatse van de stembanden of in de mondholte,
frequenties: 500-3000Hz
- Klinkers: hogere geluidniveau
- Medeklinkers: meer energie bij hogere frequenties, minder hoog geluidniveau
Eigenschappen vh gehoor:
2