1945-1963: Van Nederlands-Indië naar Indonesië
1. De Indonesische strijd om politieke onafhankelijkheid (1945-1949)
Gezagsvacuüm en onafhankelijkheidsproclamatie: In augustus 1945
ontstond in Indonesië een gezagsvacuüm. Op 15 augustus 1945 capituleerde het
Japanse leger en kwam er een einde aan de Tweede wereldoorlog. Twee dagen
later riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. De
Britten, die de Japanse overgave in Indonesië moesten regelen, drongen aan op
onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek. Radicale republikeinse
jongeren (pemoeda’s) maakten gebruik van het gezagsvacuüm om terreur uit te
oefenen omdat ze bang waren dat het Nederlands gezag werd hersteld.
Nederlandse reactie op de onafhankelijkheidsproclamatie: De
Indonesische onafhankelijkheidsproclamatie kwam voor Nederland onverwacht.
De opkomst van het nationalisme was tijdens de oorlog niet tot de Nederlanders
doorgedrongen. De meeste Nederlanders zagen het bezit van Indonesië als een
belangrijke voorwaarde voor de wederopbouw van Nederland.
Onderhandelingen onder sterke internationale druk: Nederland wilde in
1945 niet op voet van gelijkheid met de Republiek Indonesië onderhandelen. De
Republiek werd namelijk niet beschouwd als zelfstandige staat die met Nederland
zou kunnen onderhandelen, maar als deel van het koninkrijk Nederland. In april
1946 kwam het toch tot onderhandelingen, omdat er sterke internationale druk
op Nederland werd uitgeoefend vooral door Engeland en de VS. Zolang
Nederland zich niet bereid verklaarde tot onderhandelingen, liet Engeland geen
Nederlandse tropen in Indonesië toe.
Het Akkoord van Linggadjati (1946) vindt weinig draagvlak: In november
1946 kwam er een overeenstemming (akkoord van Linggadjati): 1. Nederland
zou het gezag van de Republiek Indonesië op Java en Sumatra erkennen. 2.
De Republiek zou akkoord gaan met de verdeling van Indonesië in deelstaten. 3.
Elke deelstaat zou zijn eigen taken en bevoegdheden hebben. 4. Een centrale
federale regering zou de gemeenschappelijke taken en belangen van de
deelstaten behartigen. 5. De federale staat Indonesië zou met Nederland
verbonden blijven in een Nederlands-Indonesische Unie.
Het verdrag vond aan beide zijden weinig draagvlak. Het gebrek aan draagvlak in
beide landen leidde tot hernieuwde vijandelijkheden tussen Nederland en de
Republiek. Er vonden twee korte maar grote militaire operaties plaats, die
politionele acties werden genoemd.
De politionele acties en de soevereiniteitsoverdracht: De eerste politionele
actie werd operatie Product genoemd. Zij was namelijk gericht op het
heroveren van gebied van de Republiek Indonesië, waar ondernemingen
gevestigd waren die producten voor de wereldmarkt voortbrachten. Operatie
product was een militair succes: grote delen van Java en Sumatra werden
veroverd. Onder druk van de Veiligheidsraad van de VN beëindigde de
Nederlandse regering de operatie product al na twee weken.
De tweede politionele actie was wel duidelijk tegen de Republiek Indonesië
gericht: Soekarno en Hatta werden in Djokjakarta door para’s gevangengenomen
en de belangrijkste gebieden van de Republiek Indonesië werden bezet. Onder
grote druk van de veiligheidsraad en de VS werd ook deze actie al na 10 dagen
1. De Indonesische strijd om politieke onafhankelijkheid (1945-1949)
Gezagsvacuüm en onafhankelijkheidsproclamatie: In augustus 1945
ontstond in Indonesië een gezagsvacuüm. Op 15 augustus 1945 capituleerde het
Japanse leger en kwam er een einde aan de Tweede wereldoorlog. Twee dagen
later riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. De
Britten, die de Japanse overgave in Indonesië moesten regelen, drongen aan op
onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek. Radicale republikeinse
jongeren (pemoeda’s) maakten gebruik van het gezagsvacuüm om terreur uit te
oefenen omdat ze bang waren dat het Nederlands gezag werd hersteld.
Nederlandse reactie op de onafhankelijkheidsproclamatie: De
Indonesische onafhankelijkheidsproclamatie kwam voor Nederland onverwacht.
De opkomst van het nationalisme was tijdens de oorlog niet tot de Nederlanders
doorgedrongen. De meeste Nederlanders zagen het bezit van Indonesië als een
belangrijke voorwaarde voor de wederopbouw van Nederland.
Onderhandelingen onder sterke internationale druk: Nederland wilde in
1945 niet op voet van gelijkheid met de Republiek Indonesië onderhandelen. De
Republiek werd namelijk niet beschouwd als zelfstandige staat die met Nederland
zou kunnen onderhandelen, maar als deel van het koninkrijk Nederland. In april
1946 kwam het toch tot onderhandelingen, omdat er sterke internationale druk
op Nederland werd uitgeoefend vooral door Engeland en de VS. Zolang
Nederland zich niet bereid verklaarde tot onderhandelingen, liet Engeland geen
Nederlandse tropen in Indonesië toe.
Het Akkoord van Linggadjati (1946) vindt weinig draagvlak: In november
1946 kwam er een overeenstemming (akkoord van Linggadjati): 1. Nederland
zou het gezag van de Republiek Indonesië op Java en Sumatra erkennen. 2.
De Republiek zou akkoord gaan met de verdeling van Indonesië in deelstaten. 3.
Elke deelstaat zou zijn eigen taken en bevoegdheden hebben. 4. Een centrale
federale regering zou de gemeenschappelijke taken en belangen van de
deelstaten behartigen. 5. De federale staat Indonesië zou met Nederland
verbonden blijven in een Nederlands-Indonesische Unie.
Het verdrag vond aan beide zijden weinig draagvlak. Het gebrek aan draagvlak in
beide landen leidde tot hernieuwde vijandelijkheden tussen Nederland en de
Republiek. Er vonden twee korte maar grote militaire operaties plaats, die
politionele acties werden genoemd.
De politionele acties en de soevereiniteitsoverdracht: De eerste politionele
actie werd operatie Product genoemd. Zij was namelijk gericht op het
heroveren van gebied van de Republiek Indonesië, waar ondernemingen
gevestigd waren die producten voor de wereldmarkt voortbrachten. Operatie
product was een militair succes: grote delen van Java en Sumatra werden
veroverd. Onder druk van de Veiligheidsraad van de VN beëindigde de
Nederlandse regering de operatie product al na twee weken.
De tweede politionele actie was wel duidelijk tegen de Republiek Indonesië
gericht: Soekarno en Hatta werden in Djokjakarta door para’s gevangengenomen
en de belangrijkste gebieden van de Republiek Indonesië werden bezet. Onder
grote druk van de veiligheidsraad en de VS werd ook deze actie al na 10 dagen