1500-1800: Europese expansie en de VOC
1. De VOC vestigt zich in Indonesië
Nederlanders gaan deelnemen aan de handel op Azië: In de 16e eeuw
drongen Portugese zeevaarders en handelaars zich in het Aziatische
handelsnetwerk in. Zij wilden zelf specerijen (peper, nootmuskaat, kruidnagel en
foelie) halen uit Zuidoost-Azië. Soms met toestemming van de lokale
machthebbers en soms met geweld. In 1522 stichtten zij een handelspost op het
eiland Ambon in de Molukken. Aan het einde van de 16e eeuw begonnen de
Portugezen concurrentie te ondervinden van Britten, Fransen en Nederlanders.
De eerste expeditie van Nederlanders naar de specerijeilanden: Om de
Portugezen te ontwijken probeerden Nederlandse zeevaarders Indië te bereiken
via een onbekende noordelijke route (overwintering op Nova Zembla olv Willem
Barentszoon), maar dat lukte niet. In juni 1596 bereikte de Nederlanders West-
Java via de zuidelijke route. Maar door slechte leiding en gebrek aan overwicht
op de bemanning werd de expeditie bijna een mislukking. Door onenigheid in de
leiding leidde de tocht vertraging op. De Nederlanders kenden nu een zeeweg
naar Indonesië.
De gevolgen van de eerste expeditie: Directe gevolgen van de eerste tocht
naar Oost-Indië waren: 1. De animo om de ingeslagen weg voort te gaan was
groot. Na 1597 werden allerlei nieuwe expedities ondernomen door zogenaamde
voorcompagnieën (tijdelijke ondernemingen), onder andere uit Amsterdam en
Zeeland. 2. De inkoopprijzen in Azië stegen en de winst in Europa daalde,
doordat deze voorcompagnieën elkaar hevig beconcurreerden.
De oprichting van de VOC: Om aan de onderlinge Nederlandse concurrentie
een einde te maken en de krachten te bundelen werd in 1602 de Verenigde Oost-
Indische Compagnie (VOC) opgericht. Daarin werden alle voorcompagnieën
opgenomen. De VOC mocht: zelfstandig verdagen sluiten met Aziatische vorsten,
zelfstandig oorlog voeren in Azië en forten bouwen in Azië. De reden dat de
Staten-Generaal die bevoegdheden aan de VOC verleenden, was omdat de
Republiek in oorlog was met Spanje.
Het hoofdkwartier van de VOC wordt verplaatst naar Java: In de
beginperiode consenteerde de VOC zich op de Molukken, waar ook het
bestuurscentrum kwam te liggen. Het Portugese fort op Ambon werd het eerste
fort van de VOC in Oost-Indië. In 1619 verplaatste gouverneur-generaal Jan
Pieterszoon Coen het bestuurscentrum van de VOC naar Jakarta op het eiland
Java. De Engelsen en de Bantammers probeerden dit tegen te houden, maar
uiteindelijk kwam Coen als overwinnaar uit de strijd.
2. De VOC gaat het in de 17e eeuw voor de wind
De VOC boekt economisch gezien goede resultaten: In de 17e eeuw
behaalde de VOC goede economische resultaten: 1. Rond 1625 was de VOC
uitgegroeid tot de grootste handelsonderneming in de wereld. 2. In de periode
1521-1670 verkreeg de VOC vrijwel een wereldmonopolie op de handel in
specerijen. Die resultaten werden als volgt bereikt: 1. De VOC verwierf zich
toegang tot specerijengebieden in de Molukken en de pepergebieden in Bantam
en Atjeh. 2. De VOC slaagde erin de Britten en de Portugezen grotendeels uit
het oostelijk deel van de Indonesische archipel te verdrijven.
1. De VOC vestigt zich in Indonesië
Nederlanders gaan deelnemen aan de handel op Azië: In de 16e eeuw
drongen Portugese zeevaarders en handelaars zich in het Aziatische
handelsnetwerk in. Zij wilden zelf specerijen (peper, nootmuskaat, kruidnagel en
foelie) halen uit Zuidoost-Azië. Soms met toestemming van de lokale
machthebbers en soms met geweld. In 1522 stichtten zij een handelspost op het
eiland Ambon in de Molukken. Aan het einde van de 16e eeuw begonnen de
Portugezen concurrentie te ondervinden van Britten, Fransen en Nederlanders.
De eerste expeditie van Nederlanders naar de specerijeilanden: Om de
Portugezen te ontwijken probeerden Nederlandse zeevaarders Indië te bereiken
via een onbekende noordelijke route (overwintering op Nova Zembla olv Willem
Barentszoon), maar dat lukte niet. In juni 1596 bereikte de Nederlanders West-
Java via de zuidelijke route. Maar door slechte leiding en gebrek aan overwicht
op de bemanning werd de expeditie bijna een mislukking. Door onenigheid in de
leiding leidde de tocht vertraging op. De Nederlanders kenden nu een zeeweg
naar Indonesië.
De gevolgen van de eerste expeditie: Directe gevolgen van de eerste tocht
naar Oost-Indië waren: 1. De animo om de ingeslagen weg voort te gaan was
groot. Na 1597 werden allerlei nieuwe expedities ondernomen door zogenaamde
voorcompagnieën (tijdelijke ondernemingen), onder andere uit Amsterdam en
Zeeland. 2. De inkoopprijzen in Azië stegen en de winst in Europa daalde,
doordat deze voorcompagnieën elkaar hevig beconcurreerden.
De oprichting van de VOC: Om aan de onderlinge Nederlandse concurrentie
een einde te maken en de krachten te bundelen werd in 1602 de Verenigde Oost-
Indische Compagnie (VOC) opgericht. Daarin werden alle voorcompagnieën
opgenomen. De VOC mocht: zelfstandig verdagen sluiten met Aziatische vorsten,
zelfstandig oorlog voeren in Azië en forten bouwen in Azië. De reden dat de
Staten-Generaal die bevoegdheden aan de VOC verleenden, was omdat de
Republiek in oorlog was met Spanje.
Het hoofdkwartier van de VOC wordt verplaatst naar Java: In de
beginperiode consenteerde de VOC zich op de Molukken, waar ook het
bestuurscentrum kwam te liggen. Het Portugese fort op Ambon werd het eerste
fort van de VOC in Oost-Indië. In 1619 verplaatste gouverneur-generaal Jan
Pieterszoon Coen het bestuurscentrum van de VOC naar Jakarta op het eiland
Java. De Engelsen en de Bantammers probeerden dit tegen te houden, maar
uiteindelijk kwam Coen als overwinnaar uit de strijd.
2. De VOC gaat het in de 17e eeuw voor de wind
De VOC boekt economisch gezien goede resultaten: In de 17e eeuw
behaalde de VOC goede economische resultaten: 1. Rond 1625 was de VOC
uitgegroeid tot de grootste handelsonderneming in de wereld. 2. In de periode
1521-1670 verkreeg de VOC vrijwel een wereldmonopolie op de handel in
specerijen. Die resultaten werden als volgt bereikt: 1. De VOC verwierf zich
toegang tot specerijengebieden in de Molukken en de pepergebieden in Bantam
en Atjeh. 2. De VOC slaagde erin de Britten en de Portugezen grotendeels uit
het oostelijk deel van de Indonesische archipel te verdrijven.