Hoofdstuk 1: Democratisering van NL (1848-1919)
Hoofdstuk 2: De eerste wereldoorlog (1914-1918)
Hoofdstuk 3: Het Interbellum (1918-1939)
Hoofdstuk 4: De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
Hoofdstuk 5: De wereld na 1945
,Hoofdstuk 1: Democratisering van NL (1848-1919)
Republiek > Land MET koning
Monarchie > Land ZONDER koning
> Nederland in 1813
1815
Benelux wordt 1 land
> Leider: Koning Willem I
> Naam: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
1815 kreeg grondwet
Grondwet
> Document waar grondrechten van burgers instaan
> En staan regels om land te besturen
Door grondwet > NL > Constitutionele Monarchie
Constitutionele Monarchie
> Macht van koning vastgelegd in de grondwet
Monarch > Macht van koning
Constitutie > Een grondwet
Koning Willem I veel macht door grondwet
Ministers > Dinaren v koning
Koning moet ieder voorstel goedkeuren
Parlement weinig te zeggen
Parlement > Eerste en Tweede Kamer
Koning koos leden van Eerste Kamer
> Vrienden kiezen
Leden Provinciale Staten bestuurden provincies
> Meestal vrienden van koning
,Belgische Revolutie > 1830
> In opstand tegen Willem I
> Uiteindelijk Belgie zelfstandig zijn en krijgt eigen koning
Waarom?
Nederlands officiele taal
NL: protestans & BE: katholiek
Nederlanders hadden vaak de belangrijke banen
NL worden voorgetrokken > terwijl België meer belasting betaalt
Willem I wilt Belgie terug
> 10 Jaar leger > Veel kosten
> Belgie alsnog zelfstandig
Doordat het leger zoveel kostte > NL bijna failliet > hierdoor kwamen grondwetswijzigingen
> Door onenigheid tussen parlement en koning
Door grondwetswijzigingen:
> Koning minder macht
> Lagere uitgaven
Willem I oneens > Geen macht verliezen
> Internationale en parlementaire druk nam toe op Willem I
> Treed af in 1840
Willem II nieuwe koning
> Zoon Willem I
> 1840-1848
Toen kwam de liberaal en minister Thorbecke in zicht
> Maakte grondwetswijzigingen > 1848
> Hiermee NL democratischer maken
> Gemaakt omdat Willem II angst voor revoluties > revoluties voor vrijheid & democratie
Nieuwe grondwetswijzigingen
> Basisrechten v burgers (Vrijheid v meningsuiting)
> Koning is onschendbaar (Niet verantwoordelijk voor eigen daden, minister wel)
> Ministriele verantwoording (Verantwoording over koning afleggen aan parlement, oa daden etc)
, Liberaal
> Strijd vrijheid van burgers
> Regering min mogelijk regels maken etc.
Bestuur 1815 – 1848
Koning benoemd > Eerste kamer en ministers
Ministers verantwoording afleggen > aan koning
Tweede Kamer gekozen > door kiescollege
Kiescollege door > volk gekozen
Tweede en Eerste Kamer > Staten-Generaal
Na 1848 > Nieuw bestuursysteem
Koning benoemd > Ministers
Ministers geven verantwoording af > Eerste en Tweede Kamer
Provinciale Staten kiest > Eerste Kamer
Volk kiest > Tweede Kamer en Provinciale Staten
Nieuwe grondwet 1848 > Maakt NL een Parlementaire Democratie
Parlementaire Democratie
> Burgers kiezen Parlement
> Parlement heeft grote invloed op bestuur
> Parlement door Ministriele Verantwoording regering controleren
> Kamerleden controleren ministers op hun werk
> Tweede Kamer controleert als éérst Regering > Kritische vragen aan ministers stellen
> Na Tweede Kamer controle > Eerste Kamer de Regering controleren
Grondwet v 1848 > Parlement veel macht, koning amper
Nieuwe koning > 1849
> Willem III
Willem III > Niet geloven dat parlement baas is
> Realisatie pas na Luxemburgse Kwestie
Luxemburgse Kwestie
> 1867
> Willem III wou Luxemburg stiekem verkopen aan Frankrijk
> Niet doorgegaan door dreiging oorlog v Duitsland