1. ‘De basisassumpties zijn voorwaarden voor het vertrouwen op testuitslagen en het
assessmentproces.’ Wat is geen basisassumptie?
a. Psychologische constructen bestaan
b. Psychologische constructen kunnen gemeten worden
c. Psychologische constructen zijn niet dubbelzinnig
d. Ookal kunnen we de constructen meten, de meting is niet perfect
2. ‘Set van regels om getallen (score) toe te kennen aan de gedragingen en/of prestaties van
een individu’ Wat is het begrip wat hierbij past?
a. Test
b. Measurement
c. Assessment
3. Mona (10) moet een persoonlijkheidstest doen van haar orthopedagoog. Wat voor type
test is een persoonlijkheidstest?
a. Maximum performance test
b. Typical response test
c. Projective measurement test
4. Jonas (8) komt met verschillende symptomen aan bij de jeugdzorg. Wat voor test zou het
eerst gedaan worden om te kijken wat er aan de hand is?
a. Een omnibus test
b. Een domeinspecifieke test
c. Een aptitude test
5. NOMINAAL, ORDINAAL, RATIO, INTERVAL: Van welke meetniveaus kan je het
gemiddelde berekenen?
a. Nominaal en ordinaal
b. Ratio en ordinaal
c. Nominaal en interval
d. Ratio en interval
6. Welke centrummaat is het meest gevoelig voor uitbijters?
a. Gemiddelde
b. Mediaan
c. Modus
7. ‘Very difficult and very easy items typically are deleted’ Bij welke van deze twee
soorten van scoren past dit?
a. Criterion-referenced
b. Norm-referenced
8. Wat is een bezwaar tegen het gebruik van didactische leeftijdsdequivalenten?
a. DLE’s geven niet concreet genoeg aan wat de achterstand is van een kind.
b. DLE’s houden geen rekening met de omgevingsfactoren van een kind
c. DLE’s gaat uit van gelijkmatige ontwikkeling van een kind en dat klopt niet
, 9. Zet de 4 stappen van Assessmentontwikkeling in de juiste volgorde
1. Specificeren structuur en opzet test
2. Conceptualiseren
3. Beoordeling Testkwaliteit
4. Psychometrische studies
Antwoord: _____________________________________
10. Wat is het verschil tussen een conceptuele- en operationele definitie?
a. Een conceptuele definitie is een abstracte formulering en een operationele definitie is
in meetbare termen geformuleerd
b. Een operationele definitie is een abstracte formulering en een conceptuele definitie is
in meetbare termen geformuleerd
11. Noem 1 voordeel van een selected-response format en 1 voordeel van een constructed-
response format.
Antwoord: ______________________________________
12.
Welk van deze items is het moeilijkst volgens IRT?
a. Het blauwe item
b. Het rode item
13. Bij welke van deze dingen is betrouwbaarheid belangrijk?
a. Het selecteren van een test
b. De testafname
c. Het scoren van een test
d. Interpreteren testscores
e. Het is belangrijk bij al deze dingen
14. Josephine maakt een tentamen met 6-essay vragen. Haar antwoorden worden nagekeken
door twee docenten. Voor elke vraag kan ze maximaal 3 punten krijgen. Welke type
betrouwbaarheid kan worden bepaald in dit geval?
a. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
b. Interne consistentie
c. Test-hertest betrouwbaarheid
d. Parallele test betrouwbaarheid