Chapter 7– kraakbeen:
Eigenschappen bind -en steunweefsels:
Groot deel van het botweefsel ingenomen door intercellulaire matrix.
Eigenschappen van de matrix bepalen dus ook de eigenschappen van het weefsel.
Onderverdeling van bind- en steunweefsels:
Eigenlijk bindweefsel
Kraakbeen
Bot
Dentine
Bloed
Sterkte bot < dentine < glazuur (tanden)
Kraakbeen
Kraakbeen ontstaat uit mesenchymcellen die differentiëren naar een chondroblast, en
daarna differentiëren naar oudere cellen, chondrocyten.
1 type cel in het ECM van kraakbeen: kraakbeen cel:
Jonge cellen = chondroblasten
Oudere cellen = chondrocyten
Kraakbeen is een steunweefsel:
Buigzaam en veerkrachtig
Drukbestendig
Weinig trekvast
Kraakbeen is beperkt aanwezig:
Komt vooral voor aan uiteinden van pijpbeenderen, in de luchtpijp, ribben, …
Kraakbeen vormt het embryonale skelet (zie Chapter 8)
Kraakbeen bevat geen bloedvaten en zenuwweefsels, haalt voedingsstoffen uit
perichondrium .
Kraakbeen wordt omgeven door bindweefsel, dit is het perichondrium. Dit is wel
doorlopen met bloedvaten
!! Geen perichondrium ter hoogte van de vrije gewrichtsoppervlakten.
Functies Kraakbeen:
Steun bieden
Glijvlak voor gewrichten
Verbindt botten
Aanleg en groei van pijpbeenderen (chapter 8)
, Overzicht Kraakbeen:
Cellen:
o Chondroblasten
o Chondrocyten
o (Chondron) = groepje van dochtercellen in matrix
3 types kraakbeen:
(Naargelang samenstelling van Extracellulaire matrix):
o Hyalien kraakbeen
o Elastisch kraakbeen (Elastine vezels)
o Fibreus kraakbeen (Collageen I vezels)
Extracellulaire matrix:
o Proteoglycaanaggregaten (belangrijkste component)
o Vezels: collageen II
o Glycoproteïnen: chondronectine, fibronectine
Perichondrium:
o Fibreuse laag: dens bindweefsel -> (Buitenste laag)
o Chondrogene laag -> (mesenchymale stamcellen laag)
o Voeding van Kraakbeen via diffusie
o Herstel van kraakbeen (traag)
Verkalking van kraakbeen (bij herstel, verouderen)
-Hyalien
-Fibreus
-Elastisch
Eigenschappen bind -en steunweefsels:
Groot deel van het botweefsel ingenomen door intercellulaire matrix.
Eigenschappen van de matrix bepalen dus ook de eigenschappen van het weefsel.
Onderverdeling van bind- en steunweefsels:
Eigenlijk bindweefsel
Kraakbeen
Bot
Dentine
Bloed
Sterkte bot < dentine < glazuur (tanden)
Kraakbeen
Kraakbeen ontstaat uit mesenchymcellen die differentiëren naar een chondroblast, en
daarna differentiëren naar oudere cellen, chondrocyten.
1 type cel in het ECM van kraakbeen: kraakbeen cel:
Jonge cellen = chondroblasten
Oudere cellen = chondrocyten
Kraakbeen is een steunweefsel:
Buigzaam en veerkrachtig
Drukbestendig
Weinig trekvast
Kraakbeen is beperkt aanwezig:
Komt vooral voor aan uiteinden van pijpbeenderen, in de luchtpijp, ribben, …
Kraakbeen vormt het embryonale skelet (zie Chapter 8)
Kraakbeen bevat geen bloedvaten en zenuwweefsels, haalt voedingsstoffen uit
perichondrium .
Kraakbeen wordt omgeven door bindweefsel, dit is het perichondrium. Dit is wel
doorlopen met bloedvaten
!! Geen perichondrium ter hoogte van de vrije gewrichtsoppervlakten.
Functies Kraakbeen:
Steun bieden
Glijvlak voor gewrichten
Verbindt botten
Aanleg en groei van pijpbeenderen (chapter 8)
, Overzicht Kraakbeen:
Cellen:
o Chondroblasten
o Chondrocyten
o (Chondron) = groepje van dochtercellen in matrix
3 types kraakbeen:
(Naargelang samenstelling van Extracellulaire matrix):
o Hyalien kraakbeen
o Elastisch kraakbeen (Elastine vezels)
o Fibreus kraakbeen (Collageen I vezels)
Extracellulaire matrix:
o Proteoglycaanaggregaten (belangrijkste component)
o Vezels: collageen II
o Glycoproteïnen: chondronectine, fibronectine
Perichondrium:
o Fibreuse laag: dens bindweefsel -> (Buitenste laag)
o Chondrogene laag -> (mesenchymale stamcellen laag)
o Voeding van Kraakbeen via diffusie
o Herstel van kraakbeen (traag)
Verkalking van kraakbeen (bij herstel, verouderen)
-Hyalien
-Fibreus
-Elastisch