LIJST MOGELIJKE EXAMENVRAGEN “INLEIDING RECHT”
1. Wat betekent privaatrecht en publiekrecht? Geef van elk een rechtstak als voorbeeld.
- Privaatrecht: Deel v/h recht dat bepaalt op welke wijze particulieren zich tegenover elkaar
verhouden. Bv. burgerlijk recht, sociaal recht,…
- Publiekrecht: deel v/h recht dat bepaalt hoe de overheid functioneert en ook de relatie
vastlegt tussen overheid en burgers. Bv. grondwettelijke recht, administratief recht,…
2. Art. 1 van de Grondwet: “België is een federale staat samengesteld uit gemeenschappen en
gewesten”
o Leg de begrippen in deze zin uit? Dit betekent dat in België de beslissingsbevoegdheid
verdeeld is tussen federale overheid en de deelgebieden, die over een eigen parlement en
regering beschikken. Deze deelgebieden zijn:
De gemeenschappen: Vlaamse, Franse & Duitstalige gemeenschappen
De gewesten: Vlaamse, Waalse & Brussels hoofdstedelijke gewest
o Betrek hierbij de drie breuklijnen uit de geschiedenis van België?
Ideologische breuklijn:
Katholiek <-> Liberaal
Sociaaleconomische breuklijn:
Arbeid <-> kapitaal
Communautaire breuklijn
Nederlandstalig <-> Franstalig
3. België heeft een scheiding der machten.
o Wat betekent deze scheiding der machten? Dat betekent dat de wetgevende, de
uitvoerende en de rechtelijke macht in een land bij verschillende instellingen moeten liggen.
o Over welke machten gaat het?
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechtelijke macht
o Pas deze scheiding der machten toe op Federaal België!
4. Wat betekent een representatieve en parlementaire democratie?
- representatieve democratie: een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal
vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren.
- parlementaire democratie: omdat de regering niet verkozen is, wordt ze gecontroleerd
door het verkozen parlement.
5. Waarom is België een rechtstaat?
De gezagsdragers dienden het democratisch tot stand gekomen recht te respecteren;
De beslissingen worden genomen door een democratisch verkozen meerderheid;
1
, De meerderheid moet in elk geval een aantal rechten en vrijheden respecteren;
Over geschillen wordt beslist door een onafhankelijke rechtbank.
6. Geef de hiërarchie/rangorde aan tussen de verschillende rechtsnormen? Leg hierbij ook de
afdwingbaarheid van de hiërarchie uit?
1) De Grondwet en de internationale normen
2) De wetgevende akten (wetten, decreten & ordonnanties)
3) De uitvoeringsbesluiten
4) De provinciale verordeningen
5) De gemeentelijke verordeningen
Afdwingbaarheid van de hiërarchie: Is dat de lagere overheid altijd de normen van de hogere
overheid moet respecteren.
7. Wat zijn de bevoegdheden van de wetgevende macht? (Federaal)
Wetten maken
Verdragen goedkeuren
De uitvoerende macht controleren
Onderzoekscommissies oprichten
Wijzigen van grondwet
8. Geef 2 bevoegdheden van de wetgevende macht en leg ze volledig uit.
1) De bevoegdheid om de regering te controleren.
2) De wetgevende bevoegdheid: die word uitgeoefend door middel van wetten maken
etc.;
9. Hoe komt een wet tot stand? Leg de verschillende stappen uit!
1) Het initiatief
Kamerleden en senatoren geven wetsvoorstel. Wetsontwerp wordt goedgekeurd en
ondertekend door de koning en minister
2) Behandeling door het parlement
Commissies tekst wordt besproken en gestemd, daarna wordt de tekst besproken in de
plenaire vergadering. Eventueel besproken in Kamer Senaat.
3) Bekrachtiging/afkondiging
Bekrachtiging/afkondiging wordt ondertekend door koning en minister
4) Bekendmaking:
Verschijnt in het Belgisch Staatsblad
10. Welke drie belangrijke middelen heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers om de
uitvoerende macht te controleren? Leg deze middelen kort uit?
1) Het interpellatierecht
Kritiek op het beleid van een minister of regering
Minister moet antwoorden
Antwoord onvoldoende “motie” indienen, kan leiden tot ontslag (minister of
regering)
2) De vertrouwensstemming
Motie van wantrouwen = kamer heeft geen vertrouwen in de regering. Meeste
gevallen worden ontslag.
Motie van vertrouwen = regering vraagt vertrouwen van kamer. Geen
vertrouwen -) ontslag
Constructieve motie: geen vertrouwen + nieuwe eerste minister. Verplicht
ontslag regering.
3) Het goedkeuren van begrotingen
2
1. Wat betekent privaatrecht en publiekrecht? Geef van elk een rechtstak als voorbeeld.
- Privaatrecht: Deel v/h recht dat bepaalt op welke wijze particulieren zich tegenover elkaar
verhouden. Bv. burgerlijk recht, sociaal recht,…
- Publiekrecht: deel v/h recht dat bepaalt hoe de overheid functioneert en ook de relatie
vastlegt tussen overheid en burgers. Bv. grondwettelijke recht, administratief recht,…
2. Art. 1 van de Grondwet: “België is een federale staat samengesteld uit gemeenschappen en
gewesten”
o Leg de begrippen in deze zin uit? Dit betekent dat in België de beslissingsbevoegdheid
verdeeld is tussen federale overheid en de deelgebieden, die over een eigen parlement en
regering beschikken. Deze deelgebieden zijn:
De gemeenschappen: Vlaamse, Franse & Duitstalige gemeenschappen
De gewesten: Vlaamse, Waalse & Brussels hoofdstedelijke gewest
o Betrek hierbij de drie breuklijnen uit de geschiedenis van België?
Ideologische breuklijn:
Katholiek <-> Liberaal
Sociaaleconomische breuklijn:
Arbeid <-> kapitaal
Communautaire breuklijn
Nederlandstalig <-> Franstalig
3. België heeft een scheiding der machten.
o Wat betekent deze scheiding der machten? Dat betekent dat de wetgevende, de
uitvoerende en de rechtelijke macht in een land bij verschillende instellingen moeten liggen.
o Over welke machten gaat het?
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechtelijke macht
o Pas deze scheiding der machten toe op Federaal België!
4. Wat betekent een representatieve en parlementaire democratie?
- representatieve democratie: een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal
vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren.
- parlementaire democratie: omdat de regering niet verkozen is, wordt ze gecontroleerd
door het verkozen parlement.
5. Waarom is België een rechtstaat?
De gezagsdragers dienden het democratisch tot stand gekomen recht te respecteren;
De beslissingen worden genomen door een democratisch verkozen meerderheid;
1
, De meerderheid moet in elk geval een aantal rechten en vrijheden respecteren;
Over geschillen wordt beslist door een onafhankelijke rechtbank.
6. Geef de hiërarchie/rangorde aan tussen de verschillende rechtsnormen? Leg hierbij ook de
afdwingbaarheid van de hiërarchie uit?
1) De Grondwet en de internationale normen
2) De wetgevende akten (wetten, decreten & ordonnanties)
3) De uitvoeringsbesluiten
4) De provinciale verordeningen
5) De gemeentelijke verordeningen
Afdwingbaarheid van de hiërarchie: Is dat de lagere overheid altijd de normen van de hogere
overheid moet respecteren.
7. Wat zijn de bevoegdheden van de wetgevende macht? (Federaal)
Wetten maken
Verdragen goedkeuren
De uitvoerende macht controleren
Onderzoekscommissies oprichten
Wijzigen van grondwet
8. Geef 2 bevoegdheden van de wetgevende macht en leg ze volledig uit.
1) De bevoegdheid om de regering te controleren.
2) De wetgevende bevoegdheid: die word uitgeoefend door middel van wetten maken
etc.;
9. Hoe komt een wet tot stand? Leg de verschillende stappen uit!
1) Het initiatief
Kamerleden en senatoren geven wetsvoorstel. Wetsontwerp wordt goedgekeurd en
ondertekend door de koning en minister
2) Behandeling door het parlement
Commissies tekst wordt besproken en gestemd, daarna wordt de tekst besproken in de
plenaire vergadering. Eventueel besproken in Kamer Senaat.
3) Bekrachtiging/afkondiging
Bekrachtiging/afkondiging wordt ondertekend door koning en minister
4) Bekendmaking:
Verschijnt in het Belgisch Staatsblad
10. Welke drie belangrijke middelen heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers om de
uitvoerende macht te controleren? Leg deze middelen kort uit?
1) Het interpellatierecht
Kritiek op het beleid van een minister of regering
Minister moet antwoorden
Antwoord onvoldoende “motie” indienen, kan leiden tot ontslag (minister of
regering)
2) De vertrouwensstemming
Motie van wantrouwen = kamer heeft geen vertrouwen in de regering. Meeste
gevallen worden ontslag.
Motie van vertrouwen = regering vraagt vertrouwen van kamer. Geen
vertrouwen -) ontslag
Constructieve motie: geen vertrouwen + nieuwe eerste minister. Verplicht
ontslag regering.
3) Het goedkeuren van begrotingen
2