Samenvatting
Farmacokinetiek (PK) :
Alle processen die te maken hebben met wat het lichaam met het geneesmiddel doet.
(De weg van het geneesmiddel in het lichaam).
Farmacodynamiek (PD) :
Wat het geneesmiddel met het lichaam doet.
Weg van het geneesmiddel door het lichaam :
Verschillende routes bij verschillende toedieningsvormen:
Tablet
- Tablet moet eerst uiteen vallen.
- Via het maag- darmkanaal wordt het tablet opgenomen.
- Vervolgens komt het in de bloedbaan terecht.
- Tijdens de ‘verdelingsfase’ wordt het over het lichaam verspreid en komt het
geneesmiddel op zijn aangrijpingsplek.
- Het geneesmiddel zal gaan werken farmacodynamiek.
- Tot slot wordt het geneesmiddel uitgescheiden (excretie).
Injectie
Bij injectie heb je ook die verdeling (werking in het lichaam en uitscheiding) maar sla je de stap
‘absorptie’ over.
Verschillende toedieningsvormen :
Inhalatie
Oraal
Sublinguaal (onder de tong)
Injectie
Transdermaal (pleister)
Intervaginaal (via de vagina)
Rectaal (via de anus)
Intraveneus (injectie in een ader)
De gekozen toedieningsvorm hangt van allerlei factoren af:
Aard van het geneesmiddel.
De te behandelen ziekte.
Toestand van de patiënt.
Gewenste snelheid van werking.
Drie categorieën toedieningswegen:
1. Lokale toediening: Het geneesmiddel wordt rechtstreeks aangebracht op de plaats van het
‘probleem’. Bijv.: oogdruppels in het oog, zalven en crèmes op de huid.
Cutaan = op de huid
Inhalatie
- Via de luchtpijp (pulmonaal) of neusholte (nasaal).
Slijmvliezen
- Mond, oren, ogen, vagina.
1
, Farmacologie 1 Thema 2 : Farmacokinetiek Jessica van Walstijn
1. Systematische werking: Via bloedsomloop naar plaats waar het moet werken.
Inname via mond maag dunne darm.
Oraal = via de mond
Sublinguaal/oromucosaal = onder de tong
- Snelle werking, door slijmvlies onder de tong
Rectaal = via de anus, rectum
- Zetpil
Transdermaal = door de huid
- Pleister/zalf
Enterale toediening: Het geneesmiddel wordt oraal ingenomen en vanuit het maag-
darmkanaal opgenomen in de bloedbaan.
Parenterale toediening: Het geneesmiddel wordt rechtstreeks in het lichaam ingebracht,
meestal d.m.v. : (1) subcutane (onder de huid), (2) intramusculaire (in een spier), of (3)
intraveneuze injectie (in een ader).
Farmacokinetiek :
Het lot van het geneesmiddel door de stadia (ADME)
Absorptie/ resorptie
- Opnamen van het geneesmiddel in de bloedbaan.
(Bij intraveneuze toediening wordt het direct in de bloedbaan geïnjecteerd).
Distributie
- Geneesmiddel wordt verdeeld over het lichaam farmacodynamiek.
Metabolisme
- De omzetting van het geneesmiddel in metabolieten de wel uitgescheiden kunnen
worden in het lichaam.
Excretie/ eliminatie
- Het uitscheiden van het geneesmiddel.
Absorptiefase :
Vrijkomen van geneesmiddel uit de toedieningsvorm en opname van het geneesmiddel in de
bloedbaan via:
Maag- darmkanaal Tablet/Vloeistof
Spierweefsel Injectie
Huid Injectie/Zalf
Longen Inhalatie
Mondslijmvlies Tablet/Vloeistof
Rectum Zetpil
Waar vind geneesmiddelopname in het lichaam plaats ?
Maag- darmkanaal
Mond
Slokdarm
Maag
Dunne darm geneesmiddel opname
Dikke darm
Rectum
Absorptie na orale toediening :
2