Deel 1: De praktijk van
productieautomatisering
Hoofdstuk 2: Manufacturing (M)
2.1
Manufacturing staat nooit los van een bedrijfscontext, er moet waarde worden toegevoegd. Elke
stap in een proces moet waarde toevoegen (Waardeketen)
De waardeketen kent 2 categorieën
Primaire activiteiten: Fysieke creatie van het product
Ondersteunende activiteiten: Zorgen dat het primaire proces kan plaatsvinden (Technologisch
ontwikkelingen)
, 3 typen productieprocessen:
- Discrete productie: Producten kunnen 1 voor 1 geteld worden
- Continue productie: gaat 24/7 door (waterzuivering)
- Batchproductie: Per verpakking (Kan niet voller dan de verpakking)
2.2
Alle procesverbeteringen hebben 1 aspect gemeen:
Het proces moet eerst worden gestandaardiseerd
De volwassenheid van een organisatie wordt gemeten in Prestatie-Indicatoren.
De meest voorkomende prestatie-indicatoren zijn:
- Kwaliteit
- Betrouwbaarheid
- Flexibiliteit
- Efficiency
De effectiviteit kan gemeten worden door “Overall equipement effectiveness” (OEE)
OEE: Ideaal= De installaties worden 100% benut en leveren 100% goede kwaliteit.
OEE kent 6 grote verliezen:
- Storingstijd
- Omsteltijd
- Haperingen/ Korte stops
- Gereduceerde snelheid
- Afval bij opstart
- Afval tijdens productie
productieautomatisering
Hoofdstuk 2: Manufacturing (M)
2.1
Manufacturing staat nooit los van een bedrijfscontext, er moet waarde worden toegevoegd. Elke
stap in een proces moet waarde toevoegen (Waardeketen)
De waardeketen kent 2 categorieën
Primaire activiteiten: Fysieke creatie van het product
Ondersteunende activiteiten: Zorgen dat het primaire proces kan plaatsvinden (Technologisch
ontwikkelingen)
, 3 typen productieprocessen:
- Discrete productie: Producten kunnen 1 voor 1 geteld worden
- Continue productie: gaat 24/7 door (waterzuivering)
- Batchproductie: Per verpakking (Kan niet voller dan de verpakking)
2.2
Alle procesverbeteringen hebben 1 aspect gemeen:
Het proces moet eerst worden gestandaardiseerd
De volwassenheid van een organisatie wordt gemeten in Prestatie-Indicatoren.
De meest voorkomende prestatie-indicatoren zijn:
- Kwaliteit
- Betrouwbaarheid
- Flexibiliteit
- Efficiency
De effectiviteit kan gemeten worden door “Overall equipement effectiveness” (OEE)
OEE: Ideaal= De installaties worden 100% benut en leveren 100% goede kwaliteit.
OEE kent 6 grote verliezen:
- Storingstijd
- Omsteltijd
- Haperingen/ Korte stops
- Gereduceerde snelheid
- Afval bij opstart
- Afval tijdens productie