Onderverdeling rond en binnen cel
● Binnen cel:
○ Cytoplasma = alles binnen plasmamembraan behalve nucleus
○ Cytosol = waterige gedeelte van cytoplasma buiten de organellen
○ Lumen = waterige gedeelte binnen organellen
● Grootte
○ Plasmamembraan = 100den tot 1000den micro- vierkante meter
○ Interne membranen samen = 7000 micro-vierkante meter
● Dikte biomembraan
○ 3-4 nm ≈ 30-40 Å
○ Een 1000ste kleiner dan doorsnede cel
Structuur van biomembraan
● AFM-beeld
○ Naald gaat over oppervlak ⇒ detecteert ruw, glad, hoog of laag
○ Laser volgt
○ Wordt omgezet in beeld
○ Op plasmamembraan ⇒ eilandjes met pieken
● Elektronenmicroscopie
○ Specimen ondergaat eerst behandeling met zware metalen ⇒ gaat zich
binden op bepaalde plaatsen
○ Elektronen worden gebombardeerd, op plaatsen waar deze in contact komen
met een zware kern of dikke materialen ketsen ze terug ⇒ vorming van beeld
○ Waar dunne lagen zijn gaan elektronen door
○ Plasmamembraan = dubbele laag, fosfolipide laag
■ Apolaire staart
■ Polair hoofdje
● =Amfipatisch
1
, ■ Tussen staarten geraken geen zware metalen ⇒ kleurt dus niet op
EM-foto
● 2 zijden
○ Gaan nooit in elkaar veranderen
○ Cytosolische zijde ⇒ wijst naar cytosol
○ Exoplasmatische zijde ⇒ wijst naar exoplasma
Lipiden
Fosfoglyceriden
= glycerol dat veresterd is met vetzuren
● Glycerol
○ Alcohol met 3 OH-groepen
○ Antivries
○ Basis voor fosfoglyceriden
● Triacylglycerol
○ Verestering tussen OH-groepen van
glycerol en vetzuur
○ ‘Acyl’= aantal C is onbepaald
○ Apolair
○ = vet, zit in adipocyten
● Fosfoglyceriden
○ Diacylglycerol-3-fosfaat = Fosfadityl
■ Maar 2 vd OH-groepen zijn
veresterd met vetzuur, op 3de
OH sataat fosfaatgroep
○ Fosfaatgroep heeft polair karakter
○ Op fosfaatgroep kan nog een andere ‘hoofdgroep’ geplaatst worden
■ Bv. Choline ⇒ fosfatidylcholine
■ Algemene regel = fosfatidyl + hoofdgroep
2