Onderzoeken
Onderzoeksdesigns en steekproeven
Categorieën klinische vragen
PICO/PECO (meer bij risicofactoren)
Baselinevariabelen: kenmerken van de onderzoekspopulatie P
Onafhankelijke variabele: oorzaak, determinant. I (E) en C
Afhankelijke variable: gevolg: O
E= exposure= niet dragen van een mondkapje bijv.
Onderzoeksdesigns klinische vraag
Primaire en secundaire studies
Primaire studies: patienten zijn direct betrokken bij het onderzoek (origineel onderzoek)
- Experimenteel:
o Zuiver: RCT
o Quasi: controlled trials. Er is geen randomisatie, gewoon in 2 groepen verdeeld.
- Observationeel
o Cohort onderzoek
o Patiencontrole onderzoek
o Patientenseries
Secundair: samenvatting van bestaande onderzoeken. Systematic reviews staan daarom boven de
RCT.
Kenmerken onderzoeksdesigns met level of evidence
1a: systematic reviews van RCT’s
1b: RCT / RC cross over design: beide groepen krijgen om de beurt de interventie
- Probleem: ethisch niet altijd haalbaar omdat je gedragsregels niet kan opleggen
- Bias bij cross over
2a: systematic reviews van observationeel onderzoek
2b: cohort onderzoek: prospectief volgen.
- Dwarsdoorsnede onderzoek: op 1 moment meten
3: casecontrol/ patiencontrole onderzoek. Terug in de tijd vragen of ze interventie hebben gedaan
bijv.
- Probleem: retrospectief, je kan het niet meer goed herinneren bias
4: patientenserie/ case serie
- Probleem: er is geen controlegroep
5: mening van een expert
Steekproef representatieve vertegenwoordigers uit de populatie
Goede steekproef is aselect: iedereen heeft evenveel kans om geselecteerd te worden.
Hoe groter de steekproef hoe meer deze gaat lijken op de doelpopulatie betrouwbaarder
Selecte steekproef: kans op selectiebias.
Toevallige niet-steekproeffouten: random error, betrouwbaarheid
Systematische fouten: bias, validiteit
, Validiteit van een meetinstrument
Klinimetrische eigenschappen:
- Validiteit: juistheid, systematische meetfout, meet je wat je wilt meten
- Betrouwbaarheid: precies, toevallige meetfout
Kennen, berekenen en interpreteren:
Criteriumvaliditeit
Criteriumvaliditeit: is de test die je gebruikt juist? Daarom moet er een gouden standaard zijn.
Positief gouden Negatief gouden
standaard standaard
Positief OAR A B A+B
Negatief OAR C D C+D
A+C B+D A+B+C+D
Prevalentie
Voorkomen van het aantal fracturen bij de onderzochte populatie.
A +C
A +B +C+ D
Nauwkeurigheid = A + D / geheel
Sensitiviteit
A/A+C
Percentage van de patiënten met een fractuur die een positieve uitslag heeft.
Je mist geen patiënten
Goede screening. Hoge negatief voorspellende waarde.
Specificiteit
D/B+D
Percentage van patiënten zonder fractuur die een negatieve uitslag heeft
Mensen onterecht een diagnose geven.
Positief voorspellende waarde
Kans dat iemand met een positieve OAR er daadwerkelijk een fractuur is.
A/A+B
Negatief voorspellende waarde
D/C+D
Kans dat iemand een negatieve OAR daadwerkelijk geen fractuur heeft.
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid: of er overeenkomst is tussen twee metingen. Wordt weergegeven met een getal
tussen 0 en 1.
Positief beoordelaar Negatief beoordelaar
I II
Positief beoordelaar II 5 0 5
Negatief beoordelaar II 0 5 5
5 5 10
Kappa
Kappa is een maat die gebruikt wordt bij overeenkomst van dichotome meting
Overeenkomst op basis van toeval= 0,5 x 0,5 + 0,5 x 0,5 = 0,5
Onderzoeksdesigns en steekproeven
Categorieën klinische vragen
PICO/PECO (meer bij risicofactoren)
Baselinevariabelen: kenmerken van de onderzoekspopulatie P
Onafhankelijke variabele: oorzaak, determinant. I (E) en C
Afhankelijke variable: gevolg: O
E= exposure= niet dragen van een mondkapje bijv.
Onderzoeksdesigns klinische vraag
Primaire en secundaire studies
Primaire studies: patienten zijn direct betrokken bij het onderzoek (origineel onderzoek)
- Experimenteel:
o Zuiver: RCT
o Quasi: controlled trials. Er is geen randomisatie, gewoon in 2 groepen verdeeld.
- Observationeel
o Cohort onderzoek
o Patiencontrole onderzoek
o Patientenseries
Secundair: samenvatting van bestaande onderzoeken. Systematic reviews staan daarom boven de
RCT.
Kenmerken onderzoeksdesigns met level of evidence
1a: systematic reviews van RCT’s
1b: RCT / RC cross over design: beide groepen krijgen om de beurt de interventie
- Probleem: ethisch niet altijd haalbaar omdat je gedragsregels niet kan opleggen
- Bias bij cross over
2a: systematic reviews van observationeel onderzoek
2b: cohort onderzoek: prospectief volgen.
- Dwarsdoorsnede onderzoek: op 1 moment meten
3: casecontrol/ patiencontrole onderzoek. Terug in de tijd vragen of ze interventie hebben gedaan
bijv.
- Probleem: retrospectief, je kan het niet meer goed herinneren bias
4: patientenserie/ case serie
- Probleem: er is geen controlegroep
5: mening van een expert
Steekproef representatieve vertegenwoordigers uit de populatie
Goede steekproef is aselect: iedereen heeft evenveel kans om geselecteerd te worden.
Hoe groter de steekproef hoe meer deze gaat lijken op de doelpopulatie betrouwbaarder
Selecte steekproef: kans op selectiebias.
Toevallige niet-steekproeffouten: random error, betrouwbaarheid
Systematische fouten: bias, validiteit
, Validiteit van een meetinstrument
Klinimetrische eigenschappen:
- Validiteit: juistheid, systematische meetfout, meet je wat je wilt meten
- Betrouwbaarheid: precies, toevallige meetfout
Kennen, berekenen en interpreteren:
Criteriumvaliditeit
Criteriumvaliditeit: is de test die je gebruikt juist? Daarom moet er een gouden standaard zijn.
Positief gouden Negatief gouden
standaard standaard
Positief OAR A B A+B
Negatief OAR C D C+D
A+C B+D A+B+C+D
Prevalentie
Voorkomen van het aantal fracturen bij de onderzochte populatie.
A +C
A +B +C+ D
Nauwkeurigheid = A + D / geheel
Sensitiviteit
A/A+C
Percentage van de patiënten met een fractuur die een positieve uitslag heeft.
Je mist geen patiënten
Goede screening. Hoge negatief voorspellende waarde.
Specificiteit
D/B+D
Percentage van patiënten zonder fractuur die een negatieve uitslag heeft
Mensen onterecht een diagnose geven.
Positief voorspellende waarde
Kans dat iemand met een positieve OAR er daadwerkelijk een fractuur is.
A/A+B
Negatief voorspellende waarde
D/C+D
Kans dat iemand een negatieve OAR daadwerkelijk geen fractuur heeft.
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid: of er overeenkomst is tussen twee metingen. Wordt weergegeven met een getal
tussen 0 en 1.
Positief beoordelaar Negatief beoordelaar
I II
Positief beoordelaar II 5 0 5
Negatief beoordelaar II 0 5 5
5 5 10
Kappa
Kappa is een maat die gebruikt wordt bij overeenkomst van dichotome meting
Overeenkomst op basis van toeval= 0,5 x 0,5 + 0,5 x 0,5 = 0,5