Respiratie: Fysiologie en pathologie van de respiratie...........................................................................2
Respiratie: Verpleegkundige observaties en zorg bij patiënten met een respiratoir probleem...........10
Zuur base..............................................................................................................................................12
Circulatie: Fysiologie en pathologie van de circulatie...........................................................................15
SHOCK...................................................................................................................................................22
Neurologie: Observatie neurologische sturingsmechanismen.............................................................26
Gedragsproblematiek...........................................................................................................................31
Circulatie: Basis cardiologie..................................................................................................................32
Water en zouthuishouding...................................................................................................................36
Nefrologie.............................................................................................................................................39
Diabetes...............................................................................................................................................43
Stolling en stollingsstoornis..................................................................................................................48
Crew Resource Management (CRM)....................................................................................................52
Extramurale zorg..................................................................................................................................53
Infectiologie en infectiepreventie.........................................................................................................55
Bloedproducten....................................................................................................................................59
Kunstmatige voeding............................................................................................................................61
,Respiratie: Fysiologie en pathologie van de
respiratie
Anatomie
Hoge luchtwegen:
Nasopharynx
o Neusholte
o Functie:
Verwarmen;
Zuiveren (neusharen/ slijmvlies);
Bevochtigen (slijmvlies);
Ruiken (attenderen op gevaar
Oropharynx
o Keelholte
o Functie: klankvorming en kruising
lucht/voedsel
Larynx
o Strottenhoofd, bestaat uit:
Hyoid (tongbeen)
Epiglottis
Thyroïd
Cricoïd
Trachea
o Luchtpijp
Stembanden
Kraakbeenringen
Carina
Splitsing onderaan trachea naar de hoofdbronchus
Lage luchtwegen
Rechterlong
o 3 kwabben
Linkerlong
o 2 kwabben
Van groot naar klein
Trachea
Carina
Hoofdbronchus
Secundaire bronchus
Tertiaire bronchus
Bronchiolus
Terminale bronchiolus
alveolus
,Als iemand zich verslikt in een hap voedsel zou je verwachten dat het in de rechter onderkwab
terecht komt (meest rechte lijn ten opzichte van links).
Ademhalingsspieren
Normale ademhaling:
Diafragma (zorgt voor 70% van de inspanning)
Intercostaalspieren
Enkele buikspieren
Supraclaviculaire spieren
Hulpademhalingsspieren:
Spieren in de hals
Buikspieren
Spieren in de schoudergordel
Inspiratie is een actief proces (gebruikt 3-5% van totale energieverbruik)
Diafragma spant aan en de buitenste intercostaalspieren trekken samen.
Thoraxwand zet uit waardoor longvolume groter wordt.
Er ontstaat een negatieve druk en je zuigt lucht naar binnen.
Expiratie is een passief proces
Diafragma ontspant en Buitenste intercotaalspieren ontspannen
Thorax keert terug naar oorspronkelijke vorm waardoor longvolume kleiner wordt.
Lucht stroomt naar buiten.
Longcapaciteit
TV: Ademteugvolumevolume
o Normale ademteug +/- 0,5L
RV: Restvolume
o Volume lucht wat achterblijft na maximale uitademing 1.5L
TLC: Totale long capaciteit
o Grootst mogelijke longvolume 6L
VC: Vitale capaciteit
o Volume lucht dat na een maximale inademing uitgeademd kan worden 4.5L
FRC: Functionele Residu capaciteit
o Volume long na een normale uitademing 3L
o Dát deel van de longinhoud dat gebruikt wordt tijdens gaswisseling.
, Iedere ademteug ververst een deel van de FRC. Hierdoor zijn er geen grote schommelingen in
gasspanning tussen Co2 en O2.
Anatomische dode ruimte
De lucht die zich bevindt in de geleidende luchtwegen;
Ongeveer 150 ml;
Geen sterke wisselingen gasspanningen alveoli;
In formule -> VA= VE – VD Ofwel:
Alveolaire ventilatie = ademminuutvolume - dode ruimte.
Fysiologische dode ruimte
Alveoli met capillaire die niet of heel slecht
gecirculeerd worden -> geen gaswisseling.
Compliantie
De mate van rekbaarheid van de long volume/druk.
Hoge compliantie (hoge rekbaarheid, makkelijk
opblazen)
Slappe longen
COPD, longemfyseem.
Lage compliantie (lage rekbaarheid, moeilijk opblazen)
Stugge longen
ARDS, longfibrose
Oxygenatie is het proces in de longen waarbij het circulerend bloed wordt voorzien van zuurstof.
Diffusie van O2
o Diffusie: moleculen verspreiden zich gelijkmatig over een oppervlakte van een
bepaalde inhoudt (aanmaaklimonade). Hangt af van de dikte van het membraam.
o CO2 difussert sneller dan O2
Alveolie naar capillair
o Route:
Alveolus
Surfactant
Epitheelcellen alveolus