Leerjaar 1, blok D (2020/2021)
HC4 Medisch Corpus Geniculate Laterale
Tentamenvragen:
1. Het bovenstaande receptieve veld past het best bij een:
a. Off-center receptief veld.
b. On-center receptief veld.
2. Welke uitspraak over een receptief veld is waar?
a. Volledige belichting van een receptief veld geeft de sterkste output naar de
hersenen.
b. Elk receptief veld heeft één ganglioncel.
c. Een groot receptief veld geeft veel detail waarneming.
3. Hierboven zie je en schema van een receptief veld. Wat voor een soort veld is dit?
a. Off-center receptief veld.
b. On-center receptief veld.
4. Mach banden hebben fysisch een gelijke lichtintensiteit over de volle breedte.
Perceptueel zijn ze links lichter en rechts donkerder. Dit komt doordat het receptieve
veld bij 1 ten opzichte van de andere receptieve velden een:
a. Hogere vuurfrequentie heeft.
b. Lagere vuurfrequentie heeft.
5. Een klein receptief veld zorgt voor een:
a. Hoge spatiele frequentie.
b. Lage spatiele frequentie.
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. B
3. B
4. A
5. A
, 90% van de neuronen uit de retina is doelgericht en gaat naar CGL. 10% van de neuronen
uit de retina daalt af naar andere gebieden: extrathalamische projecties van de tractus
opticus.
Extrathalamische projecties van de tractus opticus:
1. Hypothalamus
➢ Reguleert dag en nacht ritme.
o Epifyse (pijnappelklier) produceert melatonine (om te slapen).
o Melatonine productie verschuift in pubertijd.
2. Pretectum
➢ Reguleert pupilreflexen en de lens.
➢ Vóór het tectum (vierheuvelplaat): colliculi superiores en colliculi inferiores.
3. Colliculus superior
➢ Zijn voor bewegingen van:
o Ogen
o Aangezichtsspieren
o Hoofd en schouders
o Omweg naar de secundaire visuele cortex
➢ Voor beweging van hoofd en ogen gebruiken ze 3 stimuli:
o Visuele stimuli
o Somatische stimuli (waar bevindt zich mijn lichaam: proprioceptie)
o Auditieve stimuli uit colliculi inferiores
Retinotopie: slaat op de organisatie van het visuele systeem.
➢ Specifieke delen van het gezichtsveld via het netvlies projecteren naar specifieke
delen van:
o Thalamus
o Colliculi superiores
▪ Hebben verbinding met ganglioncellen uit retina.
▪ Verzorgt een onderdeel van visuele reflexen.
▪ Betrokken bij volgen van een voorwerp waar je naar kijkt en de
verandering van blikrichting.
▪ Diepe lagen zijn betrokken bij saccades.
▪ Geven aan twee gebieden bewerkte visuele informatie:
• Gebieden in hersenstam die oogspieren en spieren van gezicht
en schouder aansturen.
HC4 Medisch Corpus Geniculate Laterale
Tentamenvragen:
1. Het bovenstaande receptieve veld past het best bij een:
a. Off-center receptief veld.
b. On-center receptief veld.
2. Welke uitspraak over een receptief veld is waar?
a. Volledige belichting van een receptief veld geeft de sterkste output naar de
hersenen.
b. Elk receptief veld heeft één ganglioncel.
c. Een groot receptief veld geeft veel detail waarneming.
3. Hierboven zie je en schema van een receptief veld. Wat voor een soort veld is dit?
a. Off-center receptief veld.
b. On-center receptief veld.
4. Mach banden hebben fysisch een gelijke lichtintensiteit over de volle breedte.
Perceptueel zijn ze links lichter en rechts donkerder. Dit komt doordat het receptieve
veld bij 1 ten opzichte van de andere receptieve velden een:
a. Hogere vuurfrequentie heeft.
b. Lagere vuurfrequentie heeft.
5. Een klein receptief veld zorgt voor een:
a. Hoge spatiele frequentie.
b. Lage spatiele frequentie.
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. B
3. B
4. A
5. A
, 90% van de neuronen uit de retina is doelgericht en gaat naar CGL. 10% van de neuronen
uit de retina daalt af naar andere gebieden: extrathalamische projecties van de tractus
opticus.
Extrathalamische projecties van de tractus opticus:
1. Hypothalamus
➢ Reguleert dag en nacht ritme.
o Epifyse (pijnappelklier) produceert melatonine (om te slapen).
o Melatonine productie verschuift in pubertijd.
2. Pretectum
➢ Reguleert pupilreflexen en de lens.
➢ Vóór het tectum (vierheuvelplaat): colliculi superiores en colliculi inferiores.
3. Colliculus superior
➢ Zijn voor bewegingen van:
o Ogen
o Aangezichtsspieren
o Hoofd en schouders
o Omweg naar de secundaire visuele cortex
➢ Voor beweging van hoofd en ogen gebruiken ze 3 stimuli:
o Visuele stimuli
o Somatische stimuli (waar bevindt zich mijn lichaam: proprioceptie)
o Auditieve stimuli uit colliculi inferiores
Retinotopie: slaat op de organisatie van het visuele systeem.
➢ Specifieke delen van het gezichtsveld via het netvlies projecteren naar specifieke
delen van:
o Thalamus
o Colliculi superiores
▪ Hebben verbinding met ganglioncellen uit retina.
▪ Verzorgt een onderdeel van visuele reflexen.
▪ Betrokken bij volgen van een voorwerp waar je naar kijkt en de
verandering van blikrichting.
▪ Diepe lagen zijn betrokken bij saccades.
▪ Geven aan twee gebieden bewerkte visuele informatie:
• Gebieden in hersenstam die oogspieren en spieren van gezicht
en schouder aansturen.