Leerjaar 1, Blok B (2020/2021)
HC2 Medisch Embryogenese oog
Tentamenvragen:
1. In de tekening zie je een stadium in de ontwikkeling van de mens waarbij de drie
kiembladen gevormd zijn. Wat is de naam van de vrucht in dit stadium?
a. Gastrula
b. Blastocyste
c. Zygote
d. Foetus
2. Bij 1 staat aangegeven:
a. De neurale lijst
b. Een somiet
c. De neurale buis
3. Uit 1 ontwikkelt zich:
a. Perifere zenuwstelsel
b. Centrale zenuwstelsel
c. Huid, botten en spierweefsel
4. Het ectoderm vormt:
a. Neuraal weefsel
b. Spieren
c. Bloed
d. Bekleding van maag/darmkanaal
e. Urinaire systeem
, 5. Ook de zona pellucida wordt afgebroken door enzymen, waardoor het membraan van
de eicel bloot komt te liggen. Wat is het resultaat als één spermacel met dit
membraan in aanraking komt?
a. Bevruchting van de eicel
b. Niets, er zijn meerdere spermacellen nodig
c. Cascade van geactiveerde spermacellen
d. Voltooiing van mitose van de eicel
6. Tijdens de embryogenese ontwikkelen zich drie blaasjes in de neurale buis. Hoe
wordt het voorste blaasje (bij 1) genoemd?
a. Prosencephalon
b. Rhombencephalon
c. Mesencephalon
7. Je ziet hier een stap in de innesteling (dag 9). Van wie komen de
syncytiotrofoblastcellen bij 1?
a. Van de blastocyste
b. Van de moeder
c. Van beide
8. Door klievingsdelingen worden steeds meer genetisch identieke dochtercellen
gevormd die elk steeds kleiner worden: de blastomeren. Wanneer beginnen de
klievingsdelingen?
a. Direct na de bevruchting
b. Drie dagen na de bevruchting
c. Direct na de innesteling
d. Drie dagen na de innesteling
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. A
3. A
4. A
5. A
6. A
7. A
8. A
HC2 Medisch Embryogenese oog
Tentamenvragen:
1. In de tekening zie je een stadium in de ontwikkeling van de mens waarbij de drie
kiembladen gevormd zijn. Wat is de naam van de vrucht in dit stadium?
a. Gastrula
b. Blastocyste
c. Zygote
d. Foetus
2. Bij 1 staat aangegeven:
a. De neurale lijst
b. Een somiet
c. De neurale buis
3. Uit 1 ontwikkelt zich:
a. Perifere zenuwstelsel
b. Centrale zenuwstelsel
c. Huid, botten en spierweefsel
4. Het ectoderm vormt:
a. Neuraal weefsel
b. Spieren
c. Bloed
d. Bekleding van maag/darmkanaal
e. Urinaire systeem
, 5. Ook de zona pellucida wordt afgebroken door enzymen, waardoor het membraan van
de eicel bloot komt te liggen. Wat is het resultaat als één spermacel met dit
membraan in aanraking komt?
a. Bevruchting van de eicel
b. Niets, er zijn meerdere spermacellen nodig
c. Cascade van geactiveerde spermacellen
d. Voltooiing van mitose van de eicel
6. Tijdens de embryogenese ontwikkelen zich drie blaasjes in de neurale buis. Hoe
wordt het voorste blaasje (bij 1) genoemd?
a. Prosencephalon
b. Rhombencephalon
c. Mesencephalon
7. Je ziet hier een stap in de innesteling (dag 9). Van wie komen de
syncytiotrofoblastcellen bij 1?
a. Van de blastocyste
b. Van de moeder
c. Van beide
8. Door klievingsdelingen worden steeds meer genetisch identieke dochtercellen
gevormd die elk steeds kleiner worden: de blastomeren. Wanneer beginnen de
klievingsdelingen?
a. Direct na de bevruchting
b. Drie dagen na de bevruchting
c. Direct na de innesteling
d. Drie dagen na de innesteling
Antwoorden tentamenvragen:
1. A
2. A
3. A
4. A
5. A
6. A
7. A
8. A