Inleiding Testafname A: Iris, Janey, Petra
Pagina 1
, Inleiding Testafname A: Iris, Janey, Petra
Ruwe score (RS): De daadwerkelijke score op een schaal of vragenlijst. Deze kunnen nog worden
omgezet in een Q-score (standaarddeviatie, percentielscore of betrouwbaarheidsinterval).
Quotiënt-score (Q): De ruwe score hang je vast aan een norm (IQ, TBQ, WBQ, WQ, ZQ).
* Het gemiddelde is 100.
* Normaal is 85 tot 115.
Standaarddeviatie (SD): De afwijking die bij de Q-score hoort.
* Het gemiddelde is 0.
* Normaal is -1 tot 1.
Percentielscore (C / CS): Je kunt aan deze score zien hoe jij gescoord hebt ten aanzien van een
ander die de test gemaakt hebt. Het ‘percentage’ aan de ‘groep’ die dezelfde score of lager haalt.
* Het gemiddelde is 50.
* Normaal is 16 tot 84.
Normaalverdeling: De grafiek waarbij scores rondom het gemiddelde liggen.
- < 85 onder gemiddeld.
- < 70 ver onder gemiddeld.
Cito-score (P): Testen op de basisschool.
COTAN: Heeft de een test een goed COTAN beoordeling, dan is de test goed en kom je hem
gebruiken als diagnostisch instrument, andere moet je voorzichtig gebruiken. De COTAN
beoordeelt psychodiagnostsche instrumenten (tests, vragenlijsten, observatieschalen) met de
volgende criteria;
- Uitgangspunten van de testconstructie.
- Kwaliteit van het testmateriaal, kwaliteit van de handleiding.
- Normen, betrouwbaarheid.
- Begripsvaliditeit: De mate waarin de test of de meting aan zijn doel beantwoordt.
- Criteriumvaliditeit: De overeenkomst tussen jouw meting en een andere meting van hetzelfde
aspect.
TBQ: Taalbegripsquotiënt (passief). ZQ: Zinsontwikkelingsquotiënt (actief).
WBW: Woordbegripsquotiënt (passief). WQ: Woordontwikkelingsquotiënt (actief).
Pagina 2
Pagina 1
, Inleiding Testafname A: Iris, Janey, Petra
Ruwe score (RS): De daadwerkelijke score op een schaal of vragenlijst. Deze kunnen nog worden
omgezet in een Q-score (standaarddeviatie, percentielscore of betrouwbaarheidsinterval).
Quotiënt-score (Q): De ruwe score hang je vast aan een norm (IQ, TBQ, WBQ, WQ, ZQ).
* Het gemiddelde is 100.
* Normaal is 85 tot 115.
Standaarddeviatie (SD): De afwijking die bij de Q-score hoort.
* Het gemiddelde is 0.
* Normaal is -1 tot 1.
Percentielscore (C / CS): Je kunt aan deze score zien hoe jij gescoord hebt ten aanzien van een
ander die de test gemaakt hebt. Het ‘percentage’ aan de ‘groep’ die dezelfde score of lager haalt.
* Het gemiddelde is 50.
* Normaal is 16 tot 84.
Normaalverdeling: De grafiek waarbij scores rondom het gemiddelde liggen.
- < 85 onder gemiddeld.
- < 70 ver onder gemiddeld.
Cito-score (P): Testen op de basisschool.
COTAN: Heeft de een test een goed COTAN beoordeling, dan is de test goed en kom je hem
gebruiken als diagnostisch instrument, andere moet je voorzichtig gebruiken. De COTAN
beoordeelt psychodiagnostsche instrumenten (tests, vragenlijsten, observatieschalen) met de
volgende criteria;
- Uitgangspunten van de testconstructie.
- Kwaliteit van het testmateriaal, kwaliteit van de handleiding.
- Normen, betrouwbaarheid.
- Begripsvaliditeit: De mate waarin de test of de meting aan zijn doel beantwoordt.
- Criteriumvaliditeit: De overeenkomst tussen jouw meting en een andere meting van hetzelfde
aspect.
TBQ: Taalbegripsquotiënt (passief). ZQ: Zinsontwikkelingsquotiënt (actief).
WBW: Woordbegripsquotiënt (passief). WQ: Woordontwikkelingsquotiënt (actief).
Pagina 2