Er is sprake van een groep, als aan één of meer van de volgende kenmerken is
voldaan:
- Interactie: gaan regelmatig met elkaar om, zonder tussenkomst van anderen
- Identiteit: groepsleden moeten het gevoel hebben een groep te zijn
- Doelen: groepsleden willen een doel behalen
- Afhankelijkheid: de groepsleden hebben elkaar nodig voor het bereiken van
doelen
Hoe meer kenmerken, hoe meer een echte groep
Informele groep ontstaat spontaan en zonder dwang van buitenaf
Formele groep ontstaat als leden van een groep worden aangesteld
Daarnaast ook te typeren naar hun functie. Bijv. woongroep, projectgroep,
hobbygroep, etc.
1.3 is de groep meer dan de optelsom van de leden?
Drie opvattingen:
- De groep is slechts een optelsom van de activiteiten van de individuele leden
- De groep is meer dan de optelsom van de leden. De groep heeft een eigen
identiteit.
- Interactionele benadering: gedrag van de leden komt voort uit hun eigen
kenmerken en uit de
kenmerken van de groep waarvan ze deel uitmaken.
1.4
sociologisch perspectief: Groepen vormen de bouwstenen van de maatschappij
groepen zorgen ervoor dat de nieuwe leden worden ingepast in de maatschappij
(nemen waarden, normen, etc. over). Bijv. gezin.
Psychologisch perspectief: bestudering van groepen gericht op het individuele
gedrag van de groepsleden en op de interacties die tussen de groepsleden
plaatsvindt. Groepsdynamica richt zich hier op!
1.5 Groepsdynamisch onderzoek richt zich op:
- Hoe ontwikkelt een verzameling mensen zich tot een groep?
- Wat is het eigene aan een groep en welke kenmerken spelen daarbij een rol?
- Wat maakt dat mensen zich door de groep laten beïnvloeden en hoe komt dit
tot stand?
- Hoe goed of slecht functioneren groepen?
Onderzoek door observeren, ondervragen, experimenten.
Participerende observatie: meedoen (als lid)
Als mensen weten dat ze geobserveerd worden, verandert hun gedrag. Maar
uiteindelijk wennen ze aan de observatie en dan keert hun natuurlijke gedrag
terug.
Ongestructureerd observeren: vanuit een globaal idee of doel