Samenvatting hoofdstuk 15 Groene chemie
§15.2 Groene chemie: duurzame ontwikkelingen in de industrie. Deze nieuwe ontwikkelingen zijn
gebaseerd op de principes van de groene energie:
- Productie moet veilig zijn.
- Minder grondstoffen en energie gebruiken.
- Minder vervuiling geven.
- Gebruik maken van energie en grondstoffen die duurzaam zijn.
Atoomeconomie = het massapercentage atomen van de beginstoffen dat in het gewenste
eindproduct komt. Als alle atomen van de beginstoffen in het reactieproduct zitten, is de
atoomeconomie 100%. atoomeconomie = (mgewenst product/mbeginstoffen) *100%. (met m als
molecuulmassa).
Rendement = de praktische opbrengst als percentage van de theoretische opbrengst. Met de
theoretische opbrengst wordt de opbrengst bedoeld die volgens een kloppende reactievergelijking
zou ontstaan. De praktische opbrengst is de opbrengst die daadwerkelijk bij de reactie ontstaat.
rendement = (praktische opbrengst / theoretische opbrengst) * 100%. Bij meerdere reacties wordt
het totale rendement berekend door alle rendementen van de reacties met elkaar te
vermenigvuldigen.
E-factor = de maat voor de hoeveelheid afval die ontstaat bij een productieproces.
E-factor = (massabeginstoffen – massagewenst product) / massagewenst product. Als de E-factor 0 is, is het rendement
en de atoomeconomie 100% en vindt er geen afvalproductie bij plaats. In het echt is dit echter bijna
nooit het geval.
Vervuilingsfactor Q = de mate waarin een stof vervuilend is. De ene stof is vervuilende dan de ander
en daarom is deze vervuilingsfactor van belang bij het kiezen van een duurzaam productieproces,
want hoe hoger vervuilingsfactor Q, hoe vervuilender de reactie is.
Grenswaarde = de maximaal toegestane hoeveelheid van een stof in de lucht op de werkplek in mg
m-3 of in ppb (*109). Stoffen die heel giftig zijn, hebben een heel kleine grenswaarde. In binas 97A
staan de TGG van een aantal stoffen. Dit is het tijdgewogen gemiddelde. De concentratie stoffen mag
binnen deze tijden (8 uur of 15 minuten) gemiddeld niet hoger zijn. Als de grenswaarde is gegeven,
kan met behulp van de dichtheid van lucht de hoeveelheid ppb berekend worden: (grenswaarde /
dichtheid lucht) * 109.
§15.3 De wet van behoud van energie = de totale hoeveelheid energie blijft constant. Er treedt een
energie-effect op bij reacties. Om dit te berekenen, geldt: Energie-effect = Ereactieproducten – Ebeginstoffen.
Exotherm = een reactie waarbij de hoeveelheid chemische energie in de reactieproducten kleiner is
dan die van de beginstoffen. Uit het energie-effect (in Joule) volgt een negatief getal.
Endotherm = een reactie waarbij de hoeveelheid energie van de reactieproducten meer energie bezit
dan die van de beginstoffen. Uit het energie-effect volgt een positief
getal.
In een energiediagram worden de hoeveelheden energieën van de
beginstoffen, de reactieproducten en van de activeringsenergie
weergegeven. De activeringsenergie is de hoeveelheid energie die
nodig is om een reactie te laten verlopen. Op dit punt komen de
beginstoffen in de geactiveerde toestand. Hiernaast staan de
energiediagrammen van een endo- en exotherme reactie. Bij een
endotherme reactie is te zien dat de reactieproducten een grotere
§15.2 Groene chemie: duurzame ontwikkelingen in de industrie. Deze nieuwe ontwikkelingen zijn
gebaseerd op de principes van de groene energie:
- Productie moet veilig zijn.
- Minder grondstoffen en energie gebruiken.
- Minder vervuiling geven.
- Gebruik maken van energie en grondstoffen die duurzaam zijn.
Atoomeconomie = het massapercentage atomen van de beginstoffen dat in het gewenste
eindproduct komt. Als alle atomen van de beginstoffen in het reactieproduct zitten, is de
atoomeconomie 100%. atoomeconomie = (mgewenst product/mbeginstoffen) *100%. (met m als
molecuulmassa).
Rendement = de praktische opbrengst als percentage van de theoretische opbrengst. Met de
theoretische opbrengst wordt de opbrengst bedoeld die volgens een kloppende reactievergelijking
zou ontstaan. De praktische opbrengst is de opbrengst die daadwerkelijk bij de reactie ontstaat.
rendement = (praktische opbrengst / theoretische opbrengst) * 100%. Bij meerdere reacties wordt
het totale rendement berekend door alle rendementen van de reacties met elkaar te
vermenigvuldigen.
E-factor = de maat voor de hoeveelheid afval die ontstaat bij een productieproces.
E-factor = (massabeginstoffen – massagewenst product) / massagewenst product. Als de E-factor 0 is, is het rendement
en de atoomeconomie 100% en vindt er geen afvalproductie bij plaats. In het echt is dit echter bijna
nooit het geval.
Vervuilingsfactor Q = de mate waarin een stof vervuilend is. De ene stof is vervuilende dan de ander
en daarom is deze vervuilingsfactor van belang bij het kiezen van een duurzaam productieproces,
want hoe hoger vervuilingsfactor Q, hoe vervuilender de reactie is.
Grenswaarde = de maximaal toegestane hoeveelheid van een stof in de lucht op de werkplek in mg
m-3 of in ppb (*109). Stoffen die heel giftig zijn, hebben een heel kleine grenswaarde. In binas 97A
staan de TGG van een aantal stoffen. Dit is het tijdgewogen gemiddelde. De concentratie stoffen mag
binnen deze tijden (8 uur of 15 minuten) gemiddeld niet hoger zijn. Als de grenswaarde is gegeven,
kan met behulp van de dichtheid van lucht de hoeveelheid ppb berekend worden: (grenswaarde /
dichtheid lucht) * 109.
§15.3 De wet van behoud van energie = de totale hoeveelheid energie blijft constant. Er treedt een
energie-effect op bij reacties. Om dit te berekenen, geldt: Energie-effect = Ereactieproducten – Ebeginstoffen.
Exotherm = een reactie waarbij de hoeveelheid chemische energie in de reactieproducten kleiner is
dan die van de beginstoffen. Uit het energie-effect (in Joule) volgt een negatief getal.
Endotherm = een reactie waarbij de hoeveelheid energie van de reactieproducten meer energie bezit
dan die van de beginstoffen. Uit het energie-effect volgt een positief
getal.
In een energiediagram worden de hoeveelheden energieën van de
beginstoffen, de reactieproducten en van de activeringsenergie
weergegeven. De activeringsenergie is de hoeveelheid energie die
nodig is om een reactie te laten verlopen. Op dit punt komen de
beginstoffen in de geactiveerde toestand. Hiernaast staan de
energiediagrammen van een endo- en exotherme reactie. Bij een
endotherme reactie is te zien dat de reactieproducten een grotere