Bedrijfseconomie
Definities
BBP/Bruto Binnelands Product de bruto TW die ontstaat op het Belgisch grondgebied dr
= zowel de Belgische bewoners (ingezetenen) als de niet-
Belgische ingezetenen. Het w oa. gebruikt om deze
ingezette productiefactoren te vergoeden.
BNP/Bruto Nationaal Product de bruto TW die ontstaat dr de productiefactoren arbeid
= & kapitaal die eigendom zijn van de Belgische burgers
(ingezetenen), al dan niet in België tewerkgesteld.
Nominale BBP = Het geldbedrag, puur uitgedrukt in geldwaarde
Reële BBP = Koopkracht v/h BBP wat kan je met dat geld doen, wat
kan je kopen in België.
Groen BBP = BBP dat gecorrigeerd is vr de verandering vd kwaliteit vh
leefmilieu
Conjuncturele werkloosheid = Inkrimping vd bestedingsneiging doet vraag nr arbeiders
dalen. Dit is te wijten aan veranderingen a/d vraagzijde
vd economie
Loonwig = Verschil tss loonkost & nettoloon
Arbeidsmarktparadox = Ondanks werkloosheid, toch onbeantwoorde
werkaanbiedingen.
Dr gebrek aan kwalificatie, scholingsniveau
Knelpuntberoep = Minder afgestemd zijn vh aanbod v & vraag nr
arbeidskrachten. W dr VDAB gepubliceerd &
vervullingspercentage is laag
Werkloosheidsval = Vr sommige cat v werklozen is de financiële prikkel vr
een voltijdse baan te klein.
Komt dr ons stelsel v sociale zekerheid waarbij
uitkeringen onbeperkt zijn & weinig degressief id tijd.
& omdat de uitkeren sterk gezin gerelateerd zijn.
Vb. laaggeschoolden voor lage loon jobs blijven in gevaar
om werkloos te blijven.
Loonindexering = Lonen & wedden v WN met een zekere regelmaat &
volgens bep systeem aanpassen ad schommelingen vh
indexcijfer der consumptieprijzen (gezondheidsindex)
Gezondheidsindex = Consumptieprijsindex die gezuiverd w vr
prijsverhogingen v tabak, alcohol, benzine (= goederen
die gezondheid schaden)
SEPA = Europese betaalzone waarbij het mogelijk is v op een
(Single Euro Payments area) betaalrekening in elk SEPA-land, overschrijvingen &
verrichtingen met betaalkaarten uit te voeren nr een
andere lidstaat.
Vermogensmarkt = Markt waar Vraag naar en Aanbod van geld elkaar
ontmoeten.
, Reële rentevoet = Rentepercentage gecorrigeerd met het
inflatiepercentage.
Europese Unie = Economisch & politiek partnerschap v 27 landen in
Europa
Inflatie = Aanhoudende algemene prijsstijging v
consumptiegoederen, gebaseerd op indexcijfer der
consumptieprijzen
Deflatie = Aanhoudende daling vh alg prijspeil
Protectionisme = Wanneer een economie w afgeschermd vr buitenlandse
invloeden
Macro-economie
Economische kringloop
Macro-economische grootheden
- Cijfers over de economie van een land, vb. Bruto Binnenlands Product (BBP)
- Hoeveel we produceren, consumeren, investeren, uit/invoeren…
- Kan ook vr een groter geheel, vb. EU, wereldeconomie
Kringloopschema
Cijfers komen tot stand dr relaties tss gezinnen, bedrijven, overheid & buitenland
= economische huishoudingen
Om cijfers beter te kunnen interpreteren: opstellen via een kringloopschema
= handig hulpmiddel om onderlinge relaties tss verschillende economische
huishoudingen te onderzoeken
Soorten:
de diverse transacties worden bijgehouden via het Instituut vr nationale rekeningen, de NBB
of de federale overheidsdienst economie of het federaal Planbureau.
1. Gesloten Economie, zonder overheid, geen sparen, geen investeringen:
, Consumenten = wij,
Bedrijven = producenten
1: gezinnen verstrekken productieve diensten a/d bedrijven via de arbeidsmarkt dus
wij als gezin gaan arbeid gaan verlenen i/e bedrijf.
2: bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan via de markt vr de
consumptiegoederen a/d gezinnen dus zij bieden hun goederen aan, a/d gezinnen.
3: in ruil vr de productieve prestaties die wij als gezin leveren. Krijgen wij een
inkomen een loon of een kapitaal.
4: wij besteden als gezin ons volledig inkomen a/d aankoop v consumptiegoederen.
= geen sparen of investeren. Het volledig inkomen w besteed.
1 & 2 = goederenstromen
3 & 4 = geld stromen
Gesloten economie: er komt niets vh buitenland binnen, geen overheid
Stromen zijn met elkaar verbonden -> zonder geldstroom geen goederenstroom
= gezinnen bieden arbeid a/d bedrijven aan & ontvangen hiervr een inkomen. Met dat
inkomen kopen de gezinnen goederen & diensten bij de bedrijven.
Berekening economische acti viteit kan op 3 manieren:
- Vanuit Productieoptiek (P): totale waarde goederen & diensen die in 1j zijn geprod.
- Vanuit Bestedingsopdtiek (B): totale uitgaven die in 1j nr de producten vloeien.
- Vanuit Inkomensoptiek (Y): totale bedrag in 1j verdiend vr productieve prestaties.
- Berekening ecnomische activiteit: P = B = Y
, = men produceert met het oog op bestedingen & bij de productie w inkomen verdiend die
deze bestedingen mogelijk maken.
Iets ingewikkelder: Nog steeds een gesloten economie, zonder overheid maar er komt wel
sparen en investeren bij.
Wat wil zeggen: gezinnen besteden maar een deel meer v hun inkomen a/d aankoop
vd consumptiegoederen. Dus een deel zal ook gespaard worden.
1: Gezinnen verstrekken productieve diensten a/d bedrijven via arbeid & kapitaal.
2: bedrijven bieden consumptiegoederen en diensten aan aan de gezinnen.
Definities
BBP/Bruto Binnelands Product de bruto TW die ontstaat op het Belgisch grondgebied dr
= zowel de Belgische bewoners (ingezetenen) als de niet-
Belgische ingezetenen. Het w oa. gebruikt om deze
ingezette productiefactoren te vergoeden.
BNP/Bruto Nationaal Product de bruto TW die ontstaat dr de productiefactoren arbeid
= & kapitaal die eigendom zijn van de Belgische burgers
(ingezetenen), al dan niet in België tewerkgesteld.
Nominale BBP = Het geldbedrag, puur uitgedrukt in geldwaarde
Reële BBP = Koopkracht v/h BBP wat kan je met dat geld doen, wat
kan je kopen in België.
Groen BBP = BBP dat gecorrigeerd is vr de verandering vd kwaliteit vh
leefmilieu
Conjuncturele werkloosheid = Inkrimping vd bestedingsneiging doet vraag nr arbeiders
dalen. Dit is te wijten aan veranderingen a/d vraagzijde
vd economie
Loonwig = Verschil tss loonkost & nettoloon
Arbeidsmarktparadox = Ondanks werkloosheid, toch onbeantwoorde
werkaanbiedingen.
Dr gebrek aan kwalificatie, scholingsniveau
Knelpuntberoep = Minder afgestemd zijn vh aanbod v & vraag nr
arbeidskrachten. W dr VDAB gepubliceerd &
vervullingspercentage is laag
Werkloosheidsval = Vr sommige cat v werklozen is de financiële prikkel vr
een voltijdse baan te klein.
Komt dr ons stelsel v sociale zekerheid waarbij
uitkeringen onbeperkt zijn & weinig degressief id tijd.
& omdat de uitkeren sterk gezin gerelateerd zijn.
Vb. laaggeschoolden voor lage loon jobs blijven in gevaar
om werkloos te blijven.
Loonindexering = Lonen & wedden v WN met een zekere regelmaat &
volgens bep systeem aanpassen ad schommelingen vh
indexcijfer der consumptieprijzen (gezondheidsindex)
Gezondheidsindex = Consumptieprijsindex die gezuiverd w vr
prijsverhogingen v tabak, alcohol, benzine (= goederen
die gezondheid schaden)
SEPA = Europese betaalzone waarbij het mogelijk is v op een
(Single Euro Payments area) betaalrekening in elk SEPA-land, overschrijvingen &
verrichtingen met betaalkaarten uit te voeren nr een
andere lidstaat.
Vermogensmarkt = Markt waar Vraag naar en Aanbod van geld elkaar
ontmoeten.
, Reële rentevoet = Rentepercentage gecorrigeerd met het
inflatiepercentage.
Europese Unie = Economisch & politiek partnerschap v 27 landen in
Europa
Inflatie = Aanhoudende algemene prijsstijging v
consumptiegoederen, gebaseerd op indexcijfer der
consumptieprijzen
Deflatie = Aanhoudende daling vh alg prijspeil
Protectionisme = Wanneer een economie w afgeschermd vr buitenlandse
invloeden
Macro-economie
Economische kringloop
Macro-economische grootheden
- Cijfers over de economie van een land, vb. Bruto Binnenlands Product (BBP)
- Hoeveel we produceren, consumeren, investeren, uit/invoeren…
- Kan ook vr een groter geheel, vb. EU, wereldeconomie
Kringloopschema
Cijfers komen tot stand dr relaties tss gezinnen, bedrijven, overheid & buitenland
= economische huishoudingen
Om cijfers beter te kunnen interpreteren: opstellen via een kringloopschema
= handig hulpmiddel om onderlinge relaties tss verschillende economische
huishoudingen te onderzoeken
Soorten:
de diverse transacties worden bijgehouden via het Instituut vr nationale rekeningen, de NBB
of de federale overheidsdienst economie of het federaal Planbureau.
1. Gesloten Economie, zonder overheid, geen sparen, geen investeringen:
, Consumenten = wij,
Bedrijven = producenten
1: gezinnen verstrekken productieve diensten a/d bedrijven via de arbeidsmarkt dus
wij als gezin gaan arbeid gaan verlenen i/e bedrijf.
2: bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan via de markt vr de
consumptiegoederen a/d gezinnen dus zij bieden hun goederen aan, a/d gezinnen.
3: in ruil vr de productieve prestaties die wij als gezin leveren. Krijgen wij een
inkomen een loon of een kapitaal.
4: wij besteden als gezin ons volledig inkomen a/d aankoop v consumptiegoederen.
= geen sparen of investeren. Het volledig inkomen w besteed.
1 & 2 = goederenstromen
3 & 4 = geld stromen
Gesloten economie: er komt niets vh buitenland binnen, geen overheid
Stromen zijn met elkaar verbonden -> zonder geldstroom geen goederenstroom
= gezinnen bieden arbeid a/d bedrijven aan & ontvangen hiervr een inkomen. Met dat
inkomen kopen de gezinnen goederen & diensten bij de bedrijven.
Berekening economische acti viteit kan op 3 manieren:
- Vanuit Productieoptiek (P): totale waarde goederen & diensen die in 1j zijn geprod.
- Vanuit Bestedingsopdtiek (B): totale uitgaven die in 1j nr de producten vloeien.
- Vanuit Inkomensoptiek (Y): totale bedrag in 1j verdiend vr productieve prestaties.
- Berekening ecnomische activiteit: P = B = Y
, = men produceert met het oog op bestedingen & bij de productie w inkomen verdiend die
deze bestedingen mogelijk maken.
Iets ingewikkelder: Nog steeds een gesloten economie, zonder overheid maar er komt wel
sparen en investeren bij.
Wat wil zeggen: gezinnen besteden maar een deel meer v hun inkomen a/d aankoop
vd consumptiegoederen. Dus een deel zal ook gespaard worden.
1: Gezinnen verstrekken productieve diensten a/d bedrijven via arbeid & kapitaal.
2: bedrijven bieden consumptiegoederen en diensten aan aan de gezinnen.